Verleden als eigenschap

Poëet onder de verslaggevers

Tweede helft jaren zestig. Cees Nooteboom is voor de zoveelste maal in Frankrijk en opnieuw is hij betoverd. 'Na Zweden was de Provence het eerste echte buitenland waar ik in doordrong, en veel meer dan Zweden voldeed het aan alle romantische behoeftes. Wat het was weet ik misschien niet eens. Geur van tijm, oude mannen, boules spelend op een zandplein onder geschilferde platanen, de melancholieke middeleeuwse gedichten van Bertrand de Ventadour die ik door Ezra Pound had leren lezen, slapen in een greppel, een glas anijzige pastis drinken - een open wereld vinden in plaats van de gesloten, noordelijke wereld waar ik uit kwam.'

Het is Nooteboom ten voeten uit. Nieuwsgierig, avontuurlijk en ontvankelijk voor al het schoons dat op zijn pad komt. Ruimschoots voor het massatoerisme op gang kwam, toen de Nederlander nog gewoon een Hollander was die hoogstens een weekje ging kamperen op de Veluwe, liep de schrijver al ver voor de troepen uit. Andorra, Burgos, Lissabon, Tunis en verder.

Maar niet alleen waar het zijn reisgedrag betreft is Nooteboom een avantgardist gebleken, ook door zijn opvattingen en ideeën over uiteenlopende onderwerpen als het belang van Europa, of iets gevoeligs als het vieren van de bevrijding, heeft hij zich laten kennen als een schrijver die z'n tijd vooruit is, zo blijkt uit de columns die hij tussen 1961 en 1968 schreef in opdracht van de Volkskrant. Redacteur Arjan Peters diepte de stukken op uit de archieven van de krant en stelde zo de bundel samen die Verleden als eigenschap meekreeg als titel.

Hij mocht reizen en daar wekelijks verslag van doen in een column. Gebeurde er iets in Parijs, schrijft samensteller Peters in het voorwoord, dan stuurde de Volkskrant er eerst een correspondent op af. Nooteboom mocht er achteraan om, zoals toenmalig hoofdredacteur Lücker het met minzame distantie uitdrukte, 'het vallen van de bladeren te verslaan'.

'De poëet onder de verslaggevers dééd dat vervolgens ook', schrijft Peters, 'in de eerste persoon enkelvoud, een zintuiglijk observator ergens in de menigte, waardoor hij erin slaagde zogeheten historische momenten te ontdoen van alle ruis en ze de tijdloosheid in te tillen, om daarnaast momenten waarop ogenschijnlijk niets gebeurde op te waarderen tot fijnzinnige impressies die met evenveel recht het predicaat 'historisch' verdienen'.

Een wat deftige formulering wellicht, maar al lezende in wat Peters heeft opgegraven uit de kelders van de krant, zie je de twee - het eeuwige en het tijdelijke moment - soms samenkomen in één stuk en blijkt inderdaad hoezeer grote gebeurtenissen zich treffend laten vertellen in kleine, persoonlijke waarnemingen.

Zo noteert Nooteboom in juni 1968, naar aanleiding van de Parijse opstanden, wat de bouwvakker zei die zich aanvankelijk had aangesloten bij de rellende studenten: 'Ik heb nu drie dagen van jullie tien verschillende definities van het socialisme gehoord. Ik weet niet waar jullie het over hebben en jullie kunnen wat mij betreft de pot op met jullie Marcuse, want ik kan hem niet meenemen naar het werk als ik door wil gaan met de staking en de anderen willen niet dat de politie komt. Ik weet, dat ik niet mijn hele leven wil leven voor een auto die steeds een beetje groter wordt. Maar ik weet nog steeds niet concreet wat jullie ervoor in de plaats willen stellen wat voor mij de moeite waard is om voor te vechten, als mijn vader en alle arbeiders van veertig geen zin meer hebben om door te gaan'. Niet alleen het feitelijke, inmiddels historische gegeven, ook het commentaar van Nooteboom op die revolutie is vervat in de woorden van de arbeider, die veertig jaar na dato nog steeds getuigen van gezonde realiteitszin en onafhankelijkheid.

Behalve stukken over opstanden, of over de nieuwe president van de VS, of over Chroesjtsjov, die is vertrokken en wat De Gaulle daarover zei, ook lichtvoetiger columns. Over televisieprogramma's bijvoorbeeld. Zo doet Nooteboom verslag van de legenda

rische uitzending Open Het Dorp met Mies Bouwman als presentatrice. Een heerlijk stuk om te lezen, waarbij het is alsof je een avondje Zomergasten zit te kijken.

Nooteboom, destijds in de zaal aanwezig, trakteert zijn lezers op nooit vertoonde beelden. Alras wordt duidelijk dat de pianoman, - de man die een paar zomers terug in kostuum de zee uitliep en uitsluitend piano wilde spelen - een voorganger had. In motorpak gehuld en met een witte helm op het hoofd loopt hij het podium op, woordloos een schilderij donerend voor het goede doel. Het volgende moment speelt hij twee virtuoze regels op de piano en verdwijnt weer, onderwijl nageroepen door Mies Bouwman: 'Bent u nu gelukkig?'

Andere bron van luchtigheid in Nootebooms bestaan in die dagen, is het casino. Als een ware James Bond beweegt hij zich van poker- naar roulettetafel en doet hij steden aan als Deauville en Nice waar hij de frêle glorie beschrijft van oude bridgedames.

Enig machismo straalt nog altijd door de tekst heen, hoewel dat effect vier decennia terug sterker moet zijn geweest dan nu. Geestig wordt dit typerende Nooteboomtrekje wanneer hij Scheveningen aandoet en op licht ironische wijze verslag doet van een avondje op de kegelbaan, die hij omschrijft 'als een tempel van lichaamscultuur'. Hij is er met vriend W.L 'Boebie' Brugsma, die zich, zo noteert Nooteboom met nauwelijks verholen bewondering, in een groene sportwagen verplaatste. Andere mannenvrienden die met enige regelmaat in de stukken optreden zijn Hugo Claus, Henk Hofland en Harry Mulisch, allen jong nog, vitaal, sterk en uitdagend.

En dan valt ineens op hoe uitgesproken mannelijk het perspectief is in deze bundeling, bijvoorbeeld wanneer Nooteboom, als hij weer eens het vliegtuig pakt, schrijft 'dat stewardessen zo sexy zijn', of 'dat we allemaal wel uit zouden willen met een stewardess'. Natuurlijk. Maar kennelijk stond Nooteboom er niet bij stil dat zijn stukken ook door vrouwen zouden worden gelezen. Bij wijze van tegenwicht een citaat over mode, want ook dat onderwerp heeft de schrijver in portefeuille: 'Elke mode wordt sneller ongeldig, dus sneller belachelijk. Het enige wat langzamerhand niet meer belachelijk is, is de jeugd.'

Op 3 september 1965 schrijft Nooteboom dat hij zijn tweeëndertigste verjaardag viert in een vage tent in Duitsland. Halfnaakte vrouwen houden een gevecht in een grote bak modder. Walging bekruipt hem. 'Ik wil hier niet jarig worden', klinkt hij kleintjes. Het stuk moet weken op de plank hebben gelegen, want Nooteboom is niet in september jarig, maar in juli, 31 juli om precies te zijn. Vandaag viert de schrijver zijn 75ste verjaardag.

Als columnist is Nooteboom er altijd. Elke week. Jaar in jaar uit. Hij legt zelfs een voorraadje aan als het moet. Zelfs wanneer hij ziek in bed ligt, of wanneer hij vlak te voren een auto-ongeluk heeft gehad, schrijft Nooteboom door. Het is iets dat je bij veel columnisten tegenkomt. Adriaan Jaeggi schreef door tot een paar uur voor zijn dood en ook Kees Fens ging door tot in het ziekenhuis. Zo zijn er meer. Het heeft alles met beroepseer te maken, met het arbeidsethos van de columnist: zolang je in de krant schrijft, besta je.

Een van de weinige columnisten uit de jaren zestig overigens aan wie Nooteboom meer dan eens refereert, is Simon Carmiggelt, lange tijd de onbetwiste koning van het korte stuk, en een voorbeeld voor velen. In zijn allerlaatste bijdrage, daterend van 15 augustus 1968, schrijft Nooteboom over het wezen van de columnist, althans, de columnist die hij, Nooteboom, is: 'De columnist is een mus. Hij rept zich van her naar der, kijkt goed uit zijn kralen, zij het van geringe hoogte'. Tot zover. Dan wijst een goede vriend hem erop waar het in zijn columns altijd aan ontbroken heeft.

Nooteboom noteert wat de vriend zei: 'Er zat nooit eens een joeman biejing in. Ik heb er lang over nagedacht, en hij heeft gelijk. Altijd alleen langs 's Heren wegen, nooit een menselijk wezen. H

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden