Verlangens en mislukkingen

EEN MAN kijkt rond het middaguur naar buiten, hij heeft honger. Tegenover zijn huis bevindt zich een slagerij waar versgemaakte soep te koop is....

INGRID PAULIS

De man wil bijvoorbeeld niet dat iemand denkt: kijk, daar loopt een man met soep naar huis. Die zal zo dadelijk aan tafel die soep gaan opeten, daarna zijn bord afwassen en vervolgens wellicht weer voor het raam gaan staan. Zo straft de man met de kritische blik zichzelf. Als waarnemer plaatst hij zich in een belachelijk daglicht. Lastig, want nu moet hij zijn maaltijd in de binnenstad nuttigen.

De nieuwe roman van de Duitse auteur Wilhelm Genazino, Die Kassiererinnen, bestaat vrijwel volledig uit zulke alledaagse waarnemingen, en steeds opnieuw leiden ze tot een maalstroom van gedachten, overpeinzingen en bespiegelingen. Dat is niets nieuws voor Genazino, wiens personages zich in het moderne urbane leven begeven als was het een avontuurlijk woud, waar elk struikje een raadsel of mysterie kan inhouden. Genazino's hoofdpersonages zijn flaneurs en boven alles voyeurs met een uitgelezen gevoel voor het wonderlijke van het alledaagse.

In de jaren zeventig werd Wilhelm Genazino vooral bekend met zijn 'Abschaffel'-trilogie. Abschaffel, de tragische held van het moderne stadsleven, is een kleine kantoorman, de belichaming van de zwarte vermoedens van de Duitse cultuursociologen uit de jaren dertig. Zelfvervreemding en een automatisering van gedrag, luidde destijds hun prognose, en inderdaad wordt Abschaffels bestaan bedreigd door de gevolgen van de geïndustrialiseerde samenleving. Maar hij blijft hoop houden, zich verzetten, utopieën koesteren. Ook hij registreert tot in detail zijn omgeving, zo nauwkeurig dat Genazino's werk 'een fenomenologie van de jaren zeventig' wordt genoemd.

In de late jaren tachtig verandert zijn werk. Zijn roman Der Fleck, die Jacke, der Schmerz lijkt een wending in te luiden. De vrees dat Genazino voortaan mee zal draaien in de modieuze mallemolen van 'Innerlichkeit', blijkt ongegrond. Integendeel, hij begeeft zich op een nieuw en vruchtbaar terrein met een reeks prachtige en melancholieke miniaturen. Steeds staat een hoofdpersoon centraal die moeite heeft met de toenemende uniformiteit en vervlakking van het bestaan. Een personage dat zoiets kwetsbaars als 'persoonlijke authenticiteit' in stand probeert te houden. En dat zonder de grote verwachtingen die Abschaffel nog kon koesteren, want zo langzamerhand is blijkbaar iedereen het spoor bijster. Genazino's personages hebben geen pasklare antwoorden meer; ze moeten zien te redden wat er te redden valt.

Het lijkt in het begin van de soepscène of de man zichzelf straft met zijn kritische blik, want al snel kom je erachter dat er geen duidelijk fundament is voor zijn afwegingen. Het kost hem ook grote moeite een warenhuis binnen te stappen. Een schrijnend levensprobleem vloeit echter niet voort uit deze onhandigheden, ze leiden alleen tot wat aandoenlijk geklungel.

Op een gegeven moment laat de man zijn broeken kopen door een kennis. Deze Wischinski, eveneens een geroutineerd flaneur, is behept met een overdadige fantasie. Wischinski's moeder naait loszittende knopen vast, waarmee de eerste tekenen van verloedering voorlopig worden uitgewist. De ik-persoon kan op zijn beurt Wischinski een grote dienst bewijzen door als organizer diens onmogelijke administratieve janboel te ordenen en hem zo voor strafmaatregelen te behoeden.

Die Kassiererinnen wordt bevolkt door mensen die er niet in slagen hun dromen en idealen te verwezenlijken. We zien ze in het licht van hun verlangens en mislukkingen; zelfkennis is bij bijna iedereen het zwakke punt. Of het nou Wanda is, die naast haar kantoorbaantje fanatiek danst, 'Privatdozent Wolters' met zijn uitgeholde academische clichépraatjes, of Reddeman, die ironisch genoeg ooit wilde promoveren op het hegeliaanse zelfbegrip, maar is geëindigd als bedrijfsleider bij een rolluikenfabriek.

De ik is voortdurend verwikkeld in een vorm van zelfonderzoek, en wat de roman zo subtiel maakt is de manier waarop de lezer getuige is van het hachelijke van zo'n onderneming. Zelfkennis verwerven is een voordurend pogen waarnemingen en gedachten met iets als een eigen waarheid te verbinden. Misschien zijn je mooie theorieën slechts uitvluchten om duistere angsten te bezweren, misschien ontwerp je over een tijd weer een andere versie van het verhaal, wie zal het zeggen.

Wanneer voel je jezelf belachelijk en welke inzichten levert die ervaring op? Dat is het hoofdthema van de roman. Verschillende opties passeren de revue, waarbij duidelijk is hoe vaag de grenzen zijn tussen eigen normen en die van buitenaf. Zelden worden daarover zulke lichtvoetige en onderhoudende verhalen geschreven. Genazino schrijft in deze kleine studie over belachelijkheid en kwetsbaarheid in de eerste plaats over een pannetje soep en een paar losse knopen. Hij blijft bij het alledaagse en concrete, maar laat in het kleine het grote zien.

Ingrid Paulis

Wilhelm Genazino: Die Kassiererinnen.

Rowohlt, import Nilsson & Lamm; 160 pagina's; * 44,80.

ISBN 3 498 02484 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden