Verlangen naar heimwee

GYÖRGY KONRAD is een zwerver tegen wil en dank. Hoewel hij er op hamert dat hij het liefst gewoon thuis is met vrouw en kinderen, noodzaakt zijn beroemdheid hem de hele wereld over te vliegen voor congressen, lezingen en allerlei intellectuele beslommeringen....

Dat verlangen voerde hem de afgelopen jaren ook regelmatig naar Amsterdam. Hij schreef er een boekje over, dat de Nederlandse lezer benieuwd ter hand zal nemen. Wat zal zo'n scherp waarnemer te zeggen hebben over die zelfingenomen Amsterdammers? Niets, luidt het teleurstellende antwoord. Zou Konrád, die hier vorig jaar gastschrijver was, het onbeleefd vinden kritiek te uiten, of was hij blind voor de keerzijden van de stad? Zeker is dat zijn beeld van Amsterdam weinig met de realiteit te maken heeft. Het boekje is een dankbare lofzang op de tolerante, democratische en vooral aardige Amsterdammers. Hij ziet alleen vlotte, jonge en ongedwongen mensen vol zelfvertrouwen: 'Al kijk ik iemand alleen maar aan, ik krijg een glimlach terug.'

Misschien moet deze weinig kritische houding ook worden gezien in het licht van Konráds geschiedenis, die hem heeft geleerd geen hoge eisen te stellen. In Amsterdam zegt hij: 'Waar ben je thuis? Daar waar je niet wordt doodgeslagen. Daar waar je je kinderen in veiligheid weet. Daar waar je persoon en het woord worden geëerbiedigd.' Hij wordt niet moe te benadrukken dat er plekken en tijdperken zijn waar dat niet vanzelfsprekend is. Zijn romans spelen zich af tegen een allerminst vreedzaam Midden-Europees decor. Ook in zijn recente boeken, gesitueerd in het huidige, democratische Hongarije, wordt geregeld teruggeblikt naar tijden van opstand en onderdrukking.

Dat geldt ook voor zijn nieuwste roman, Nalatenschap. We zijn aan het einde van de eeuw. Antal Tombor, burgemeester van de fictieve stad Kandor, maakt zich druk om de millenniumviering, maar haalt tegelijk herinneringen op aan andere tijden. De burgemeester vraagt zich af waarom hij niet gevlucht is, toen hij nog een jonge filmregisseur was en de staat 'als een stolp' op hem drukte. Maar ook het heden beklemt de politicus, die met de maffia overhoop ligt. Tot overmaat van ramp is zijn buurman de grootste maffiaboef, die lamskoppen in zijn tuin gooit omdat hij zijn huis wil kopen. Als Tombor er ook nog dezelfde minnares op na blijkt te houden als deze Baba Dudu, is hij helemaal de klos.

Gedeeltelijk zijn de voorvallen uit Tombors leven al bekend voor trouwe Konrád-lezers. Zij weten uit de vorige drie romans al over zijn huwelijk met Melinda, het vertrek naar het Westen van zijn vriend Dragomán en zijn politieke ambities. Je kunt Nalatenschap zien als het vierde - gezien de titel het laatste? - deel van een serie waarin eerder Tuinfeest, De stenen klok en Melinda en Dragomán verschenen. Niet dat dat veel houvast biedt, want Konráds manier van schrijven houdt in dat verhalen en herinneringen, maar ook personages en plaatsen vloeiend in elkaar over kunnen gaan.

Iedere planning, zei hij in een interview, is een vorm van machtsuitoefening en hoewel hij het had over stadsplanning, gaat het ook op voor zijn romans. Steden moeten bestaan uit een geheel van barokke façades, kronkelige straten en doodlopende steegjes - hetzelfde vindt hij van zijn boeken.

De overeenkomst tussen stad en boek is niet nieuw. Steeds gebruikt hij urbane metaforen als hij het eigenlijk over het schrijven heeft. Niet voor niets is Tombor burgemeester. Hij moet zich over de stad ontfermen zoals de schrijver dat moet doen over zijn boek: het is een 'prachtig wonder, een wilde opeenhoping van ontstaan en op sterven liggen, die met haar onverwachte gebeurtenissen zelfs de plannen van slimme en sterke gemeentebesturen overtreft'.

Al evenmin toevallig is het dat Tombors stad Kandor heet, een anagram van Konrád. Ten slotte wordt nog van Kandor gezegd dat het een stad is die 'alleen te vinden is op heel bijzondere landkaarten', namelijk landkaarten die alleen in de stad zelf te koop zijn. Kortom, als we de weg in het boek willen vinden, moeten we bij het boek zelf zijn.

Geen wonder dat de lezer soms verdwaalt in het chaotische geheel, en dat hij niet meer kan bijhouden wat er nu precies verteld wordt en al helemaal niet waarom het verteld wordt. Niet alle 226 hoofdstukjes van Nalatenschap zijn even noodzakelijk. Maar Konrád zou Konrád niet zijn als hij daar geen verklaring voor had. Als je werk ooit gecensureerd is geweest, verklaarde de schrijver in Tuinfeest, ben je daarna zo blij dat je alles gewoon mag opschrijven dat ook echt alles de moeite waard is om in een boek opgenomen te worden. Dat Konrád in hetzelfde boek zei dat 'schrijven de kunst is van het weglaten en doorhalen', hoeft niet te verbazen. Logica is bij hem al even ver te zoeken als planning.

In Konráds wereld kunnen twee tegenstrijdigheden tegelijk waar zijn. Het liefst bevindt de schrijver zich op een drempel tussen dualiteiten als staat en individu, man en vrouw, gek en normaal, en vooral Oost en West; Konráds liefde voor Boedapest heeft te maken met de positie van die stad tussen twee polen. In Nalatenschap is de belangrijkste tegenstelling die tussen publiek en privé, tussen het stadhuis en Tombors eigen tuin. Het dilemma van de burgemeester is dat hij zich op beide plaatsen tegelijk moet bevinden.

Zo ook de schrijver. Om over het leven te kunnen vertellen moet hij kiezen voor de openbaarheid van het café en het plein. Hij moet wandelen en mensen tegenkomen, over wie hij zijn prachtige kleine anekdotes kan vertellen, de een nog tragischer dan de ander. Konrád is erg overtuigend als hij over het leven zelf vertelt, al kan hij het ook dan niet laten met definities te strooien als 'Nieuwsgierigheid is de moeder van het leven'. Ook de liefde probeert hij te definiëren. Desnoods gebruikt hij er een heel hoofdstuk voor, met vragen als: 'Wie leg je je prooi voor de voeten? Wie zou je het cafeetje op de hoek willen laten zien, waar laatst een glaasje pruimenbrandewijn je in alle opzichten zo goed gedaan heeft?'

Behalve een geëngageerde intellectueel is Konrád ook een levensgenieter. Als Tombor een telegram krijgt van 'de hemelse burgemeester boven', wordt daarin gezegd: 'Het belangrijkste is dat je een leuke ochtend hebt, en daarna is het allerbelangrijkste dat je een leuke middag hebt.' Die goddelijke opdracht om de dag te plukken heeft te maken met de ongeneeslijke spieratrofie waaraan Tombor lijdt.

Aan het eind van Nalatenschap is zijn aftakeling compleet en verdwijnt hij in het niets, al is alles en iedereen daarna nog van zijn geest vervuld: 'Later kroop de burgemeester in het wilde weg in bijna alles: in honden, paarden en adelaars.' In het bijzonder zijn vrouw Melinda blijft hij achternazitten. Misschien kan Tombor het niet verkroppen dat zijn vriend Dragomán haar minnaar is geworden.

In tegenstelling tot de politieke thuisblijver Tombor, die letterlijk verlamd is geweest al die jaren, is Dragomán een filosoof en een reiziger. Zijn naam betekent tolk of gids in het Arabisch, maar is ook haast een anagram van de naam Konrád. Doordat Dragomán als held overblijft, is Nalatenschap een pleidooi geworden voor het denken en de beweeglijkheid. 'Schrijven is reizen', luidt immers een van Konráds vele definities. Zolang hij zelf de rol van gids vervult, zal hij wel moeten blijven zwerven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden