Verlangen, lijden, sterven

Jean Giono bezielt de mensen, de dieren en de dingen die hij beschrijft met poëzie. Zijn oorlogsroman zit daardoor niet alleen vol gruwelen maar ook vol schoonheid en vol leven.

De grote kudde van Jean Giono (1895-1970) begint als een nachtmerrie. Een gigantische kudde uitgeputte schapen trekt versuft en bloedend van dorp naar dorp door de bergen. Ze vallen neer, sterven langs de kant van de weg, laten een spoor van kadavers achter. De Eerste Wereldoorlog is uitgebroken. Miljoenen mannen zullen sneuvelen. De jonge herders vechten aan het front, de schapen zijn met drie oude herders aan hun lot overgelaten. Hun afschuwelijke dodenmars is een vooruit verwijzing naar een volgende mars, verderop in het boek. Alleen zijn het dan geen schapen maar mannen die gek van angst en vermoeidheid hun dood tegemoet marcheren.

Gruwel

De grote kudde (Le Grand Troupeau, 1931) is geen boek voor tere zielen. Giono, die zelf in de loopgraven vocht, schiet met grof geschut. Als twee jonge boerenzonen, Olivier en Joseph, in de hel van de loopgraven belanden, volgen macabere beschrijvingen van etterende wonden, lijkenlucht en ratten die zich tegoed doen aan de ontbindende lichamen. 'De ogen peuterden ze er met klapjes van hun klauwen uit, dan likten ze het gat tussen de oogleden schoon en beten dan pas in het oog, als in een eitje, en ze kauwden er zachtjes op, de bek een beetje opzij om het vocht op te zuigen.'

Losse flarden zijn het, de verschrikkingen aan het front afgewisseld met het voortkabbelende leven van de achterblijvers in het dorp waar gewacht, verlangd en gewerkt wordt. De schakels zijn hard en onverwacht. Een fragment waarin Olivier al gravend in de modder op het open hoofd van een dode soldaat stuit ('Niet hij keek, het was een klein, wit, rond stukje hersens dat keek, omdat het zat vastgekleefd op het zwart van het oog, op het verrotte oog vol modder') wordt abrupt onderbroken door het beeld van oude mannen die in het dorp rond de kachel zitten te roken.

Oorlog en vrede, lijkt Giono te willen zeggen, bestaan tegelijkertijd en net als je veilig rond de kachel denkt te zitten met de oude pijprokende mannen val je in een volgende verschrikking. Het maakte mij tot een behoedzame lezer, steeds beducht op een volgende gruwel, voorzichtig de bladzijden omslaand. Misschien, dacht ik tijdens het lezen, is dit de meest waarachtige manier om over oorlog te schrijven. Geen politiek, geen heldendom, geen illusie van volledigheid of chronologie, maar losse fragmenten waarin verlangd, geleden en gestorven wordt. Even grillig en onvoorspelbaar als de oorlog zelf.

Vol schoonheid en leven

Voor wie nu wordt afgeschrikt door het vooruitzicht van zoveel leed en geweld: De grote kudde zit ook vol schoonheid en vol leven. Giono's taal is vaak regelrechte poëzie waarmee hij de mensen, de dieren, de dingen bezielt. Water trilt 'als de huid van een paard', de hemel 'ademt als een vrouwenborst', vrouwen staan in bloei, broden liggen in de armen van een vrouw als 'een klein kind... dat wegglijdt in zijn luiers'. Liefdevol beschrijft hij het hagedisje dat Olivier tijdens zijn verlof bekijkt ('nauwelijks uit het ei gerold en toch al helemaal groen, met glimmende druppeltjes water aan het eind van al zijn schubben...') en de man die zich te midden van het oorlogsgeweld bekommert om de bomen aan het front. Naast het geweld is er ontroerende vriendschappelijkheid, bijvoorbeeld als er in het regiment van Olivier een man gevangen wordt genomen: 'De kapitein nam de hand van de gevangene in zijn twee handen en gaf er klopjes op.'

Het verhaal mag ongrijpbaar zijn, de boodschap die eruit spreekt, klinkt luid en duidelijk in de zin die Giono drie maal terug laat komen, steeds uit de mond van een ander personage: 'Wat een verspilling van leven.'

Na het lezen van het boek zag ik de voorstelling Memento Park, over het commerciële circus rond de herdenking van de Grote Oorlog. Het ging over de Belgische musical '14-'18, over chocolaatjes in de vorm van legerhelmen en interactieve re-enactments in de oude loopgraven. Een minuut stilte is zinloos, zegt een van de acteurs, als je aan niemand kunt denken, als niemand meer herinneringen heeft aan wie verloren ging. Ik dacht aan Joseph en Olivier, droevig en hopeloos in de loopgraven. Aan de ratten en de vriendschap, de verspilling van leven. Ik was er stil van, langer dan een minuut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden