‘Verklank je dromen, doe waar je zin in hebt’

Toen Patrick Watson ter ore kwam dat filmregisseur Spike Jonze werkt aan een verfilming van Where The Wild Things Are, het beroemde kinderboek uit 1963 van Maurice Sendak, was het blijkbaar al te laat. Watson (1979) had toevallig net een liedje geschreven over hetzelfde klassieke prentenboek, dat we in Nederland kennen als Max en de Maximonsters. Zijn liedje zou de ideale, op maat gesneden titelsong van de film zijn geweest, maar helaas: Jonze had al muziek geselecteerd van Yeah Yeah Yeahs-frontvrouw Karen O en de Canadese band Arcade Fire. Hij reageerde nooit op Watsons e-mails; de film verschijnt in het najaar.

‘Jammer’, treurt Watson, gezeten in café aan het Leidseplein, ‘want het is een mooi liedje over een geweldig boek. Ik heb het als kind letterlijk stuk gebladerd. En het zou ons natuurlijk ook geen windeieren hebben gelegd, zo’n filmsong.’

Hij roert in zijn koffie verkeerd, of liever gezegd: zijn café au lait, want hoewel Watson Engelstalig is, spreekt hij als Québecois (uit Montreal) prima Frans. Je zou hem ook voor een Fransman kunnen aanzien: bruin colbert, geruite wollen sjaal, platte pet, zwarte driedagenbaard. Hij is naar Amsterdam gekomen om te vertellen over Wooden Arms, het derde album van zijn band.

Dat laatste moet er met nadruk worden bijgezegd: Patrick Watson is een band, die naast Watson bestaat uit gitarist Simon Angell, bassist Mishka Stein en drummer Robbie Kuster. Dat de groep de naam van de frontman draagt, heeft te maken met hoe het allemaal begon. Watson werd gevraagd een soundtrack te componeren bij een fotoboek en voerde die muziek live uit met bevriende muzikanten. Er waren geen plannen om serieus als band verder te gaan, maar toen dat wel gebeurde en er binnen de kortste keren een debuutplaat was (Just Another Ordinary Day, 2003) bleek het gevoelsmatig lastig om de naam nog te veranderen. Bovendien: ‘Iedereen hóórt toch gewoon dat we een band zijn?’

Dat is juist. Het misverstand dat Patrick Watson een singer/songwriter is, lag hooguit een beetje voor de hand lag op het etherische popalbum Close To Paradise (2006), de plaat waarmee hij een publiek aanboorde op (vooral) het vasteland van Europa. ‘Frankrijk, Duitsland, maar vooral Nederland,’ zegt hij. ‘Nee, Engeland moet niet veel van ons hebben. Daar waren ze in die tijd nogal afgejaagd op catchy indiepop, singles die je in één keer grijpen. Dat doen onze liedjes niet. Ze hebben wat meer tijd nodig.’

Thuis, in Canada, leverde Close To Paradise Patrick Watson de Polaris Music Prize op. Neon Bible van Arcade Fire was ook genomineerd. In 2007 deden ze meer dan tweehonderd live-optredens. ‘Dan realiseer je je vanzelf dat je toch echt met een band op pad bent’, lacht Watson. ‘In zo’n tourbus leef je samen in een appartement van zes vierkante meter. Zonder toilet. Wat we nog meer hebben geleerd? Dat het na zo veel optredens verleidelijk wordt om op het podium te freaken en te improviseren, maar dat dat niet de beste optredens oplevert. Onze muziek is spacey, maar om dat overtuigend te kunnen neerzetten, moet je het juist heel strak houden.’

Vooral als live-band maakte Patrick Watson indruk in Europa, maar zo populair als in Canada, of zo populair als stadgenoot Arcade Fire, zijn ze hier vooralsnog niet – en het is maar de vraag of Wooden Arms daar verandering in gaat brengen. Het album is minder goed dan zijn voorganger, maar wel nadrukkelijker het product van een band en daarom bijzonder geschikt om live te worden uitgevoerd: de rusteloos bruisende eerste single Beijing heeft het in zich een live-favoriet te worden. Als live-band noemen ze zich vanaf heden overigens Patrick Watson & The Wooden Arms. ‘Dan is die discussie ook eens afgelopen’, zegt Watson.

Hij werd geboren in de buurt van een militaire vliegbasis in Californië, waar zijn vader was gestationeerd als straaljagerpiloot. Groeide op in Hudson, even ten zuiden van Montreal. Muziek speelde geen al te belangrijke rol bij de Watsons. Pa bezat geen platencollectie van betekenis; de kleine Patrick pingelde op de piano die verder door niemand werd gebruikt. Zijn eerste bandje? Ska! ‘We heetten Gangster Politics, maar ik ontdekte al snel dat ik minder stijlvast wilde zijn, vrijer te werk wilde gaan, liedjes breder wilde laten uitwaaieren. Ik speel op gevoel, denk nooit in noten.’

Zoveel is duidelijk bij beluistering van de drie albums: na ijle soundscapes à la Sigur Rós volgde Closer To Paradise, waarop de liedjes soms aan iemand als Rufus Wainwright deden denken, of aan Antony & The Jonhsons. Op Wooden Arms komen daar in de arrangementen meer invloeden van avantgarde bij: Philip Glass en Steve Reich en de elektronische substraten van Aphex Twin.

‘Die cocktail is eigenlijk typisch Québecois’, vindt Watson, die in 2008 verschillende filmscores componeerde. ‘We zijn vrije denkers. Creatieve geesten. Dat typeert ook de popscene van de stad: Arcade Fire, The Dears, Malajube. We kennen elkaar, bezoeken elkaars optredens en spelen op elkaars platen, maar we klinken allemaal verschillend. Als we al iets gemeen hebben, is het eerder een denkwijze. Verklank je dromen, doe waar je zin in hebt. Als het aanslaat, is dat leuk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden