Verhaal van Lieske is geraffineerd gedachte-experiment, met spannende balans tussen het mogelijke en onmogelijke

Een vos die herrijst en een hersenspinsel als hoofdpersoon, als Lieske het opschrijft kan het. Lieske beschrijft het onmogelijke met evenveel consideratie als het mogelijke.

Tomas Lieske; De vrolijke verrijzenis van Arago. Querido; 287 pagina’s; € 20,00.

Wat is dat toch met de vos, dat hij in zoveel fabels de hoofdrol krijgt? Het zal te maken hebben met de aantrekkelijkheid van het beest; hij is slim, snel, elegant en bezit een zekere joie de vivre. Zo ook de vos Arago. En hij kan heel wat meer dan een raaf een stuk kaas afhandig maken; hij kan uit de dood opstaan. Zo geschiedt in De vrolijke verrijzenis van Arago, de zevende roman van Tomas Lieske (1943).

De jonge vos is geraakt door een auto, die vervolgens in een ravijn van de Italiaanse Dolomieten stort. De bestuurder en zijn vrouw overleven het ongeluk niet, hun 15-jarige dochter Joys wel. Ze ligt volledig verlamd in de berm, nog net genoeg bij bewustzijn om het onmogelijke te zien gebeuren: de platgereden vos staat op. ‘Hij herstelde zijn huid, schudde de botten op hun plaats, liet een rilling door zijn lijf gaan om wat er als scheur uitzag met bont te bedekken’. Als die vos kan opstaan, denkt Joys, waarom zou ik dat dan niet kunnen? En ja hoor, ze staat op. Prompt vergeet ze haar naam en haar verleden. Met de vos, die ze Arago noemt, trekt het meisje het bos in, waar ze samen rondzwerven en innig bevriend raken.

En dan blijkt het geen 1990 meer te zijn maar 1920, en krijgt het meisje de naam Lise Werner, van een Oostenrijkse vrouw die haar als dochter aanneemt. Ze belanden, met vos en al, bij de natuurkundige Paul Ehrenfest in Leiden, die echt heeft bestaan. Alwaar Lise genieën ontmoet als Niels Bohr en Willem de Sitter, les krijgt in de kwantummechanica en haar talent voor koorddansen ontplooit.

Tegelijkertijd ligt het lichaam van Joys (we zijn weer terug in 1990) in een ziekenhuis in een Italiaans dorpje. Ze heeft het locked-insyndroom, maar iedereen denkt dat ze in coma is. Dagelijks wordt ze bezocht en stiekem betast door de twee halfgare boeren die haar langs de weg gevonden hebben. Haar overleden ouders zitten soms ook naast haar bed, haar vader met het autostuur nog in zijn handen.

En dat kan allemaal zomaar? Jazeker, als Lieske het opschrijft wel. Hij beschrijft het onmogelijke met evenveel consideratie als het mogelijke. Waarom zou dat wat kan belangrijker zijn dan dat wat niet kan? Waarop is het onderscheid tussen mogelijk en onmogelijk eigenlijk gebaseerd? Kun je er überhaupt een grens tussen trekken?

Die vragen vormen het motief van deze intrigerende roman. Lieske maakt het mogelijk op zoek te gaan naar de antwoorden, zonder de lezer af te leiden met dramatiek. In dit lichtvoetige verhaal is bijna iedereen lief, ellende wordt snel vergeten, zonden worden vergeven. Lieske beschrijft wel dat Paul Ehrenfest moeite heeft met zijn zoontje, dat het syndroom van Down heeft, maar niet dat hij, in het echte leven, eerst de jongen en daarna zichzelf doodschoot. Terwijl zoiets voor een schrijver toch geweldig literair materiaal kan zijn.

Dat ontbreken van heftig drama is niet saai. Het balanceren tussen het mogelijke en onmogelijke is spannend genoeg. Ineens begrijp je waar dat koorddansen vandaan komt. En waarom Lise - die in strikte zin slechts een hersenspinsel is - zich zo senang voelt bij de wetenschappers. Zij beschouwen immers het onmogelijke als potentiéél mogelijk. En aan experimenten die alleen in gedachten uit te voeren zijn, hechten zij net zoveel belang als aan echte experimenten.

In zekere zin is De vrolijke verrijzenis zelf één groot, geraffineerd gedachte-experiment waar Lieske de lezer met flair doorheen leidt. Een fabelachtig verhaal waarin het niet zozeer gaat om de vos zelf, maar om wat hij met zijn charmante sluwheid voor elkaar krijgt: het onmogelijke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.