Review

Vergeetvisje als ideale actieheldin in Finding Dory

Waarom kregen Cars en Toy Story wel snel een vervolg en dé Pixar-hit uit 2003, Finding Nemo, pas na 13 jaar?

Hank (l) en Dory. Beeld Pixar

De babyvis Dory neemt alle eventuele bedenkingen meteen weg: ja, dit vervolg op Finding Nemo was nodig, al was het maar om de ontzaglijk zoete beginscène. Zie die grote ogen van dat hulpeloze visje met haperend kortetermijngeheugen. O, haar ouders doen hun best om de kleine instructies te geven. Maar dat wordt niks natuurlijk. Even later zwemt baby Dory verdwaald door de groenige zee, zeebaarzen aansprekend, op zoek naar iets herkenbaars. En zo blijft het visje eenzaam zwemmen en vreemde vissen aanspreken, tot ze aan het einde van de proloog volgroeid is.

Hartverscheurend. En de filmmakers weten het.

Klassiekerstatus

Het was in 2003 dat Finding Nemo verscheen. De door Andrew Stanton geregisseerde vijfde lange Pixaranimatieproductie ging over een roekeloos clownvisje met een onvolgroeid vinnetje en zijn overbezorgde vader. Een episch melodrama en grootscheeps avontuur dat van alle Pixarproducties het meest beantwoordt aan de gulden Hollywood-scenariowetten over plot, obstakels, conflict en karakterontwikkeling. Mede daarom laat de film zich eindeloos herkijken. De status van Finding Nemo is inmiddels vergelijkbaar met die van de grote Disneyklassiekers.

In een openingsscène die horrorfilmwaardig is en naar Pixar-begrippen gruwelijk, eindigen Nemo's moeder en aanstaande broertjes en zusjes in de muil van een roofvis. Vader Marlin blijft achter met één enkel eitje. Maar ook met een warme, opbeurende afloop: de vader heeft geleerd te vertrouwen op zijn zoon met dat ene onvolgroeide vinnetje, de zoon beseft dat zijn vader waarschuwt uit liefde en soms zelfs gelijk heeft.

De enige vis waarvan het karakter zich gedurende het zeeavontuur niet ontwikkelde, zich niet kón ontwikkelen, was Dory. De vis met amnesie, die binnen een paar tellen vergat waar ze was, of met wie. Een paracanthurus hepatus, of Blue Tang, of in het Nederlands: de Picasso doktersvis. Maar bij de kinderen onder de 6 ondertussen herdoopt tot: de vergeetvis.

Finding Dory (****). Animatie. Regie: Andrew Stanton. 103 minuten. Originele versie in 118 zalen. Nederlandse versie in 149 zalen. Vanaf 6 jaar.

Fragment uit Finding Nemo.

Makkelijke truc

Ze vormde het voornaamste en uiterst impulsieve bijpersonage in Marlins zoektocht naar zijn door duikers ontvoerde zoon. In de Engelstalige filmversie is Dory volstrekt verbonden aan het stemgeluid van de Amerikaanse tv-presentatrice Ellen DeGeneres. Die pleitte de afgelopen jaren hartstochtelijk en veelvuldig voor een vervolgfilm. Waarom Toy Story (drie delen) en Cars (deel drie in 2017) wel, en Finding Nemo niet?

De titel lag voor de hand, maar misleidt evenwel: Dory zoekt niet letterlijk naar Dory. Ze zoekt naar haar ouders, die in Finding Nemo al ontbraken. En ze zoekt zichzelf, figuurlijk. Wie is ze eigenlijk? Waar komt ze vandaan?

Als ze ruw omver wordt gezwommen door een school roggen, herinnert Dory zich plots een baai aan de andere kant van de wereld. Het zal medisch verklaarbaar zijn; niet voor niks bejubelden wetenschappers de adequate weergave van dit type amnesie in Finding Nemo, maar op scenarioniveau geldt zo'n plotse ingeving als makkelijke truc om de film in beweging te zetten. Nemo en Marlin sluiten zich aan als metgezel. De oceaanstroom, wederom met die relaxt surfende Aussie-schildpad, doet de rest.

Alles wat zo moeizaam ging in de eerste film, gaat nu vanzelf. De confrontatie met een hongerige reuzeninktvis voelt als verplicht nummer: ook weer gehad. Zo hult Finding Dory zich even in de jas van een Nemo-achtig episch avontuur, maar krijgt dit vervolg pas echt kleur en momentum als we aankomen bij het vissenopvangcentrum waar Dory haar ouders vermoedt.

Fragment uit Finding Dory.

Heerlijk mopperende octopus

Daarbinnen, in en rondom de kleurrijke en oogstrelende aquariums, hopt het avontuur zowel bovenwater als van bassin naar bassin. En hier introduceert scenarist en regisseur Andrew Stanton een noodzakelijk bijfiguur: de heerlijk mopperende octopus Hank.

Dory blijkt, juist vanwege haar particuliere handicap, de ideale onbezonnen actieheldin. Finding Dory komt (wederom) met een boodschap dat een klein (of iets groter) gebrek geen bezwaar hoeft te zijn, maar wordt nooit stichtelijk: er mag worden gelachen om verstandelijk beperkt zeefauna. En dan mag het doldrieste Finding Dory als vertelling niet zo volmaakt zijn als Finding Nemo - soms hoeft dat ook niet.

Dory (l) en Hank.

Groen licht

Geestelijk vader en Nemo-regisseur Andrew Stanton (Wall-E, A Bug's Life) had andere plannen dan een vervolg op zijn vissenanimatie. De Amerikaan regisseerde eerst de kolossale productie en dito flop John Carter (2012), een looiig fantasyavontuur. De Disneystudio bibberde even toen de verliezen werden geraamd. Mogelijk zag Stanton de noodzaak om zijn blazoen nadien snel even op te poetsen met een gegarandeerd succes. In elk geval kreeg Finding Dory direct groen licht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden