Recensie De man van 1848 – Dirk Donker Curtius

Vergeet Thorbecke, Dirk Donker Curtius was de man van 1848, aldus deze mooie biografie ★★★☆☆

Het was niet Thorbecke maar Dirk Donker Curtius die in 1848 een radicale grondwetswijziging wist door te voeren, poneert Mathijs van de Waardt in een mooie biografie.

Dirk Donker Curtius Beeld Uitgeverij Vantilt

Niet Thorbecke was de man van 1848, maar Dirk Donker Curtius. Dat is de gedurfde stelling van het proefschrift van de bestuurskundige en historicus Mathijs van de Waardt. 

Volgens Van de Waardt was het Donker die in 1848 het revolutionaire moment greep en vervolgens een radicale grondwetswijziging wist door te voeren. Thorbecke was de studiosus die via geschiedenis en Duitse filosofie tot het liberalisme kwam. Ook toen hij zich sterk maakte voor een nieuwe Grondwet was Thorbecke primair Leids hoogleraar. Donker was een heel ander type, afkomstig uit een beter milieu, met een vader als voorzitter van het hooggerechtshof en een broer in de Tweede Kamer. Hijzelf was klein van stuk met een grote mond. Hij weigerde in de Franse tijd dienst en belandde in de Haagse Gevangenpoort. 

In de tijd van het Verenigd Koninkrijk na 1815 onderhield hij dankzij zijn broer politieke en juridische contacten in Brussel. Daar kwam hij in aanraking met het liberalisme, vooral onder invloed van de Frans-Zwitserse liberaal Benjamin Constant. Die laatste had toen al uitgewerkte ideeën over ministeriële verantwoordelijkheid, vrijheid van drukpers en gelijkheid voor de wet. Donker kreeg faam nadat zijn pleidooien voor persvrijheid werden gepubliceerd in dagbladen en pamfletten. De bekende typering van de vrije pers als ‘de koningin der aarde’ is van hem; hij maakte zich sterk voor persvrijheid in de tijd van koning Willem 1, toen dat nog allerminst een gebruikelijk standpunt was. 

Na de afscheiding van België probeerde hij in Nederland politiek voet aan de grond te krijgen, en als een soort Haagse Constant ontwierp hij zijn eigen Grondwet. Ook Thorbecke had over de Grondwet gepubliceerd, maar vanuit een volstrekt ander perspectief. Voor hem was de Grondwet onderdeel van een organische maatschappijvisie en moest zij bijdragen aan wat hij ‘nationale kracht’ noemde. Donker was geen studeerkamergeleerde maar een pragmatische jurist, die ook nog eens contacten onderhield met de onderwereld. Thorbecke moest er niets van hebben. 

Mathijs van de Waardt: De man van 1848 Beeld rv

Mathijs van de Waardt: De man van 1848  Dirk Donker Curtius
Vantilt; 512 pagina’s; € 29,50.

In 1848 betaalde Donkers activisme zich uit, gecombineerd met zijn goede contacten. Willem II was intussen zijn vader als koning opgevolgd. De eerste poging om tot een herziene Grondwet te komen was mislukt en het zag ernaar uit dat de standen nog lang de lakens zouden uitdelen. In 1848 braken er her en der in Europa revoluties en opstanden uit. De spanning liep ook in Nederland op, de vorst werd hypernerveus. Donker organiseerde met zijn halfpenose vrienden een ‘pacifique’ demonstratie in Den Haag waarbij het ‘geen kwaad (kon) als er hier en daar bij de ministers eene ruit werd ingeworpen’.

De dag daarop bleek de koning zoals bekend in één nacht van conservatief liberaal geworden. Thorbecke bevond zich al die tijd in zijn Leidse studeerkamer, Donker had het oor van de koning en werd beschouwd als ‘de man’. Daarna was het weliswaar Thorbecke die de commissie voorzat met de opdracht om een nieuwe Grondwet te schrijven. Maar het was weer Donker die er als interim-minister in slaagde het wetsontwerp door de Tweede Kamer te loodsen. Hij moest hier en daar veren laten, zoals het voortbestaan van de getrapt gekozen Eerste Kamer die wij nog altijd in dezelfde vorm hebben. Daarover was Thorbecke weer ontevreden, die pragmatisme beschouwde als karakterzwakte en beginselloosheid, zoals Remieg Aerts in zijn Thorbecke-biografie schrijft.

Donker kreeg dus in eerste aanleg gelijk, maar niet het gelijk van de geschiedenis. Dat was om te beginnen aan Thorbecke zelf te danken, als denker en grondlegger van een parlementair bestel, waarvoor De Waardt hem te weinig krediet geeft. Daar moet zijn belang als minister bij opgeteld worden, met de HBS, het Noordzeekanaal en het spoorwegstelsel, om maar een paar voorbeelden te noemen van moderniseringen die Nederland aan Thorbecke dankt. Bovendien bekommerde hij zich terdege om zijn politieke erfenis.

Donker was ook in dit opzicht zijn tegendeel. Thorbecke was een keurige huisvader, dol op zijn ‘allerliefst Madonnaatje’. Donker hield van stevig innemen, deed aan prostitueebezoek, was gescheiden en had ongure kennissen. Hij was een slordige lever en slordig met zijn nalatenschap. Hij zette zich in voor een moderne Grondwet en keerde zich als minister tegen lijfstraffen, waarna hij het politieke toneel tamelijk onopgemerkt verliet. Hij overleed in 1863 in het Belgische kuuroord Spa, waar zijn versleten grafsteen nog te zien is. Meteen na zijn dood barstte een polemiek los over zijn betekenis. Zoveel jaar later heeft Donker in elk geval een mooie biografie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden