VERGEELD VISITEKAARTJE

Het Hansa Viertel in West-Berlijn was een pronkstuk van het nieuwe wonen. De wijk, die vijftig jaar bestaat, geldt als een fraai residu van de tijd van onbegrensde mogelijkheden....

Sander van Walsum

Het Hansa Viertel in West-Berlijn is een geliefde bestemming van menig sentimental journey. De woonwijk, aan de rand van Tiergarten – het uitgestrekte stadsbos – is een ietwat verfletste ode aan een glorieuze toekomst die nooit is aangebroken. Een vergeeld visitekaartje van het nieuwe wonen. Nergens op de wereld staan zoveel scheppingen van zoveel overleden beroemde architecten – onder wie Walter Gropius, Max Taut, Altar Aalto, Arne Jacobsen, Luciano Baldessari, Pierre Vago, Van den Broek en Bakema – zo dicht bij elkaar.

Op een heldere winterdag zijn hun goede bedoelingen voel- en zichtbaar. De architecten van het Hansa Viertel hebben, in de woorden van Max Taut, ‘democratisch’ willen bouwen. Passanten en bewoners moesten niet worden geïntimideerd – het streven waardoor Albert Speer en de architecten van de Oost-Berlijnse Stalin-Allee zich hadden laten leiden – maar zij moesten worden behaagd.

Met veel licht. Met mooie vergezichten (over een stad die bij de oplevering overigens nog goeddeels in puin lag). Met frisse kleuren. Met verwijzingen naar een mediterrane levensstijl. En met een comfort dat in de toekomst gemeengoed zou zijn. De bebouwing zou ‘in dialoog staan’ met de parkachtige omgeving.

In het Hansa Viertel werd, nog geen twaalf jaar na de meest verwoestende van alle oorlogen, het zuivere geloof in de maakbaarheid van de samenleving beleden. ‘Deze bouwstijl hoorde bij de nieuwe samenleving’, zegt de bewoonster van een bungalow van Arne Jacobsen. Een façade in de vertrouwde zin van het woord ontbreekt. De voordeur is naast een serie garages gesitueerd. ‘Had je voor dit geld geen húis kunnen kopen?’, had haar vader bij zijn eerste bezoek ontsteld gevraagd. Maar voor haar markeerde de bungalow de breuk met het verleden.

‘Men wilde modern zijn’, bevestigt een bewoner van het eerste uur van het Gropius Haus. ‘Om die reden heb ik destijds onze grijze kokosmat zwart en geel geverfd. Tot misnoegen van mijn schoonmoeder’. Volgens de visionaire architecten zouden de bewoners van de flats elkaar op zon- en feestdagen in gezamenlijke woonruimten treffen. Of op de gazons tussen de woonblokken. Of anders wel in het winkelcentrum, dat naar de Rotterdamse Lijnbaan lijkt te zijn gemodelleerd, of in Bolle – bij zijn opening de grootste en modernste supermarkt van Berlijn.

Het Hansa Viertel is het residu van de Internationale Bouwtentoonstelling Interbau die in 1957 in Tiergarten werd georganiseerd. De manifestatie diende meerdere doelen. Haar officiële oogmerk was bovenal stichtend: de mensen vertrouwd maken met de bouwvormen van de toekomst en – meer in het algemeen – met ‘goede smaak’.

Voor Duitsland was het een podium waarop het zijn vernieuwingsgezindheid kon etaleren. Het hoopte respectabiliteit te kunnen ontlenen aan het werk van gearriveerde architecten uit alle delen van de wereld. En Interbau had – uiteraard – ook een ideologische dimensie. Ze werd nadrukkelijk gepresenteerd als het westerse antwoord op de mensverachtende architectuur in de oostelijke helft van Berlijn.

Daarmee hing de keuze voor het Hansa Viertel als bouwlokatie ook samen. Het was betrekkelijk dicht bij de grens tussen de Russische en de westerse bezettingszones gesitueerd. En het bevond zich in de nabijheid van twee brede avenues (de Altonaer Strasse en de Strasse des 17. Juni – de ‘Oost-West As’ van Albert Speer) die met een beetje goede wil als ‘ruimtelijk contrapunt’ van de Stalin-Allee in het Oosten konden worden aangemerkt.

Vóór de oorlog was het Hansa Viertel een nette buurt van een in Berlijn tamelijk gangbare soort: een weelderig ensemble van herenhuizen uit de jaren rondom de vorige eeuwwisseling, door platanen omzoomde boulevards, plantsoenen en pleinen. De leiders van het land woonden elders: in Grunewald en de groene randen van Charlottenburg. Het Hansa Viertel was meer de biotoop van de haute bourgeoisie.

Tot de bekende bewoners behoorden de schrijfster en dichteres Nelly Sachs (winnaar van de Nobelprijs voor de literartuur in 1966), de schilder Lovis Corinth, de filosoof en literatuurcriticus Walter Benjamin en de politica Rosa Luxemburg. In november 1944 werd de wijk, die tegen het toenmalige regeringscentrum aan lag, bij luchtaanvallen zwaar verwoest.

‘Men moet in de voorjaarsdagen van 1945 op de uitgebrande ruïnewoestenij van het Hansa Viertel hebben gestaan en de weggehakte Tiergarten hebben gezien om de hoopgevende ontwikkelingen van dit moment te kunnen waarnemen’, zei de Berlijnse burgemeester Otto Suhr in de zomer van 1957 bij de opening van de Interbau-manifestatie. ‘Want de herrezen Tiergarten en elk nieuw gebouw getuigen van de toekomstwil van deze stad – die als geen andere onder de gevolgen van de oorlog te lijden had.’

Het Hansa Viertel was niet het eerste voorbeeld van wat Suhr met het pathos van zijn tijd ‘toekomstwil’ noemde. Maar het was wel het meest aansprekende, zegt een uit Oost-Berlijn afkomstige man die Interbau ‘als knaap’ bezocht, en nu – vijftig jaar later – met zijn echtgenote op zoek is naar de restanten van wat voor hem ‘een gelukkige jeugdherinnering’ is. ‘In ons deel van de stad oriënteerden de bouwmeesters zich op het classicisme van de Pruisische architect Karl Friedrich Schinkel, en op de Stalinistische suikerwerkstijl. Maar hier, in het Hansa Viertel, was de menselijke maat het uitgangspunt.’

De toekomst zoals die eertijds aan de Stalin-Allee (de huidige Karl-Marx-Allee) gestalte kreeg, kon de man niet bekoren. ‘Maar hier was ik getuige van een ontwikkeling waarvan ik deel wilde uitmaken.’ Bij de aanblik van het Gropius Haus, een flat met 67 ‘drieënhalf-kamer-woningen’ – een weelde voor die tijd – kan hij de sensatie van toen moeiteloos oproepen.

Hij wijst in de richting van de Zoologischer Garten, de naburige dierentuin. ‘Daar bevond zich het station van een kabelbaan; zo’n stoeltjeslift die je ook in wintersportgebieden hebt. Dat ding heeft een verpletterende indruk op mij gemaakt. Je was zo’n twintig minuten onderweg van begin- naar eindpunt. Je gleed, zachtjes wiegend in de zomerwind, over de stad van de toekomst.’

Hij draait een slag, en wijst opnieuw naar de horizon. ‘Daar stond een grote hijskraan die twee gondels omhoog tilde van waaruit je een adembenemend uitzicht had over de hele stad. En daar, bij de Siegessäule, bevond zich een paviljoen met maquettes en foto’s van moderne gebouwen.’

Een grimmige lach trekt over zijn gezicht. ‘Vanaf die dag heb ik geprobeerd mijn ouders ertoe te bewegen zich in het Westen te vestigen. Toen vier jaar later de Muur werd gebouwd, was het Hansa Viertel voor mij een onbereikbare droom. Na de Wende heb ik lang niet willen terugkeren – omdat ik bang was dat het zou tegenvallen.’

Die vrees blijkt gegrond. Het geheel bood destijds een stralender aanblik dan vandaag. Vooral de tristesse van het kleine winkelcentrum heeft hem getroffen. En de luchtige beplanting van weleer heeft zich verdicht. Uiteraard, daar zijn het bomen voor. Maar de lichtvoetige bebouwing kwam toch beter tot haar recht tegen het decor van bosschages en laag geboomte.

Veel bewoners van het Hansa Viertel delen deze opvatting. Volgens Hans-Joachim Kraus, die sinds 1957 een appartement in de Flat van Gropius bewoont, is de horizon veel dichterbij gekomen. ‘Vroeger was van hieruit de radar van de luchthaven Tempelhof nog zichtbaar. Nu wordt het blikveld begrensd door de Tiergarten.’

De impliciete suggestie dat dit niet de bedoeling was van de founding fathers van het Hansa Viertel heeft in de gedenkschriften over de wijk aanleiding gegeven tot een richtingenstrijd. Hierin staan de puristen, die menen dat de balans tussen natuur en architectuur is verstoord, tegenover de rekkelijken die het standpunt innemen dat ‘de transparante beplanting’ van de eerste jaren niet zozeer de voorkeur van de betrokken landschapsarchitecten tot uitdrukking bracht, maar het jammerlijke gevolg was van de desolate staat waarin de Tiergarten zich twaalf jaar na de oorlog bevond.

Hoe het ook zij: de bewoners zijn in de regel tevreden met de kwaliteit van hun woonomgeving. Alvar Aalto had wat hen betreft wel wat meer scheidingswanden in zijn appartementen mogen aanbrengen, en de keukens zijn naar de huidige maatstaven nogal aan de kleine kant. Maar dit staat hun zeer lokale patriottisme doorgaans niet in de weg. Zij zijn er trots op in het Niemeyer-, het Gropius- of Baldessari-Haus te wonen. Het gros van de vroegere bewoners is inmiddels woningeigenaar. Veel van hen zijn ‘Hanseaten’ van het eerste uur. In het Niemeyer-Haus wonen – verspreid over acht verdiepingen – zelfs drie generaties van één familie.

Zo beschouwd, heeft het Hansa Viertel voldaan aan de verwachtingen van zijn ontwerpers. De wijk maakt een beschutte en veilige indruk. Een dorp aan de rand van de metropool. Een geslaagd experiment, menen de bewoners en de meeste architectuurkenners. Een fraai residu van de tijd van onbegrensde mogelijkheden.

Toch is het experiment buiten het Hansa Viertel niet voortgezet. En de wijk zelf is vergrijsd in een mate die slecht verenigbaar is met zijn moderniteit – hoe gedateerd die onderhand ook is. Op de vensterbanken staan cyclamen. De strakke, ranke kozijnen detoneren met de handgeknoopte raamversieringen. In de zandbakken tussen de flats is al lang niet meer gespeeld. Het Hansa Viertel stemt weemoedig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden