Verdwijnen is gemaakt door een meester in de subtiliteit

Op uitmuntende wijze worden in Verdwijnen de onderlinge verschillen tussen moeder en dochter tegen elkaar uitgespeeld. Boudewijn Koole toont zich in dit moeder-dochterdrama een meester in de subtiliteit.

Een jaar en een maand na de première van zijn sfeervolle en beklemmende Nooit meer slapen-verfilming van Willem Frederik Hermans, bevestigt Boudewijn Koole (1965) zijn status als een van 's lands beste en interessantste filmers met Verdwijnen. Koole doet in het gevoelige en nauwkeurig vertelde moeder-dochterdrama wat in Nederland nog altijd weinig wordt gedaan: hij vertelt via de kleinste details van beelden en geluiden. Zo trekt hij je langzaam de gedachtewereld van hoofdpersoon Roos binnen, een vrouw die haar stugge, naar Noorwegen geëmigreerde moeder bezoekt om te vertellen dat ze dodelijk ziek is.

Eenvoudig gaat dat niet. Het contact tussen Roos en moeder Louise verloopt uiterst stroef - uit halve woordjes valt op te maken dat het waarschijnlijk al jaren zo gaat. 'Moet dat zo kort?', vraagt dochter terwijl moeder de nagels van een van haar sledehonden knipt. 'Anders zou ik het niet doen', klinkt het afgemeten. Waar Roos sociaal losjes is, zelfs gaat duiken met haar Noorse halfbroertje Bengt, daar is Louise een ijskonijn. Het verschil zit ook in hun beroepen: Roos werkt aan een boek, Louise is pianolerares. Zoeker en piekeraar versus koele perfectionist. Op uitmuntende wijze worden hun onderlinge verschillen tegen elkaar uitgespeeld door Rifka Lodeizen (Roos) en Elsie de Brauw (Louise).

Verdwijnen (****), drama.
Regie Boudewijn Koole.
Met Rifka Lodeizen, Elsie de Brauw, Marcus Hanssen, Jakob Oftebro.
90 min., in 22 zalen.

Roos voelt zich beduidend vrijer bij vroege puber Bengt (Marcus Hanssen), die op zijn beurt gebiologeerd is door haar. Hij componeert behoorlijk ingenieuze en sfeerrijke soundscapes op zijn computer, vooral van de galmende ijspegels in een grot in de buurt, en maakt nu ook opnamen van haar ademhaling terwijl ze slaapt. Getroebleerd is Bengt allerminst: Koole filmt het als tedere en liefdevolle toenaderingen, vindt met Bengts opnamen een poëtische vorm om Roos' sterfelijkheid te benadrukken, tegelijkertijd wijst hij de subtiele seksuele spanning tussen de twee ook niet helemaal af. Verhoudingen tussen mensen, ook die tussen een kind en veertiger, zijn levensecht doch allesbehalve vanzelfsprekend, in Verdwijnen.

Scenarist Jolein Laarman liet zich merkbaar inspireren door het klassieke familiedrama Herfstsonate (1978) van de Zweed Ingmar Bergman; ook daarin moet een kille pianist weinig van haar dochter hebben, ook daarin nemen moeder en dochter op een gegeven moment samen achter de piano plaats. Maar ze creëerde ook ruim voldoende eigenheid. De geluidsopnamen van Bengt zijn een vondst, de dialoog is spaarzaam en naturel tegelijk. Een scène waarin Roos tijdens het wakvissen een naar adem happende forel in haar handen krijgt gedrukt, wordt aangenaam onnadrukkelijk gebracht. Je weet direct: zo voelt dat dus, met die ziekte en met zo'n moeder, in de Noorse sneeuw. Het landschap maakt haar nietig, ook omdat cameraman Melle van Essen zoekt naar beeldcomposities waarin ze bijkans verpietert tussen de majestueuze bergen.

Het voelt als een uitnodiging om Verdwijnen naast Kooles Hermansverfilming Nooit meer slapen te leggen: weer kruip je in het hoofd van een dolende Nederlander in ijskoud Noorwegen. Maar in die vergelijking vallen juist de verschillen op: hoe mooi Roos in Verdwijnen doordrongen raakt van controle over haar eigen lot, bijvoorbeeld. Het tekent Kooles indrukwekkende filmtalent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden