Verdwalen in vochtige kilte

Onder de Sint Pietersberg lopen duizenden gangen. Een van de stelsels stortte vorige week in. Lopen de hangplekken van de 'berregmennekes' gevaar?...

Als Harm Hovens de berg ingaat, neemt hij mee: een petroleumvergasser (brandt acht uur), een stevige zaklamp (twee uur), een aansteker (twee uur) en een led-lampje (goed voor zelfs twee weken licht). Elke keer drukt hij zijn vrouw op het hart: als ik over een paar uur nog niet terug ben, sla dan alarm.

Hovens is namens eigenaar Natuurmonumenten toezichthouder in de Sint Pietersberg. Elke week inspecteert hij de kilometers lange gangenstelsels op breuken, aardpijpen en dreigende verzakkingen. Met een lichtbron kent hij de weg op zijn duimpje. Eeuwenoude graffiti op de lichtgele mergelwanden, uitgesleten karrensporen van de blokbrekers of betonnen bakken van champignonkwekers vormen zijn oriëntatiepunten.

'Maar zonder licht kom je er nooit meer uit', zegt Hovens in de Zonneberg, het middengedeelte van de Sint Pietersberg. Ter illustratie dooft hij de petroleumvergasser. Volledige duisternis valt in. Je ziet letterlijk geen hand voor ogen. Enkele meters op de tast langs de mergelwanden lukt nog wel. Maar na een paar zijgangen raak je het spoor bijster.

Ook de stilte, 25 meter onder de grond, is overweldigend. Het enige geluid komt van de eigen ademhaling en hartslag. Het is tien graden en vochtig. Onwillekeurig gaat een rilling door je heen. Het is de beklemming van duisternis, stilte en vochtige kilte. En de herinnering aan die twee jongens, die eind jaren tachtig verdwaalden in de mergelgroeven van Cadier en Keer en stierven.

De veiligheid in en op de Sint Pietersberg staat ter discussie sinds vorige week een kapotte waterleiding een verzakking in het noordelijk gangenstelsel veroorzaakte. Hovens pleit voor verscherpte controles om de risico's te minimaliseren. 'Het veiligste is natuurlijk om alle gangen dicht te gooien. Maar daarmee verwoest je een gebied met grote cultuur-historische en natuurlijke waarden. Dat mag gewoon niet gebeuren.'

Onder de Sint Pietersberg lopen duizenden gangen met een lengte van vele tientallen kilometers. Ze zijn allemaal door mensenhanden gegraven of beter gezegd: gezaagd. Al vanaf de dertiende eeuw zijn hier miljoenen mergelblokken door zogenoemde 'blokbrekers' in de ondergrond losgezaagd en gebroken. Ook de Romeinen wonnen al mergel, maar zij deden slechts aan dagbouw. De Limburgse mergel werd gebruikt als bouwmateriaal voor huizen en kerken of als grondverbeteraar in de landbouw.

De winning ging door tot begin twintigste eeuw. H. Kolen en Zoon. 1902. Bergwerkers, staat ergens in het mergel gegrift. Zoals er ontelbare namen in de gangenstelsels staan geschreven en gekrast, van blokbrekers en bekende of minder bekende bezoekers, gidsen en vandalen. H. van Dijk ingenieur 31 juli 1773. Pieter Stas 6 januari 1585. Jacob Temmink 1706. Caris 1676. Napoleon visita la Montagne de St Pierre 31 juillet 1803. Don Alvarez de Toledo 1570 (de hertog van Alva). Motte 1660. Peter de Grote 1717. Marcel 1983. Ianno 1691.

Na de mergelwinning werden de grotten en gangen voor diverse doeleinden gebruikt. Als opslagplaats van machines, aardappelen en bouwmaterialen. Voor de stalling van koeien of varkens. Als schuilkelder voor mensen op de vlucht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden achthonderd kunstwerken inclusief De Nachtwacht bewaard in een speciale kluis, gebouwd in een van de gangen onder de Sint Pietersberg.

In de oorlog bivakkeerden veel Maastrichtenaren onder de grond. Voor hen werden zelfs drie sobere kapellen ingericht, met altaar en kruisbeeld in een gangnis. Onlangs is in een van de kapellen nog een speciale huwelijksmis opgedragen voor een VVV-medewerkster, die zo graag onder de grond in het huwelijk wilde treden.

Engelse piloten vonden een vluchtweg door de gangenstelsels via het 'smokkelgat' naar België en vandaaruit via Frankrijk of Spanje terug naar Engeland. Ook de botersmokkel heeft ondergronds welig getierd. Tientallen champignonkwekers waren onder de berg actief. Betonnen bakken, half ingestorte afscheidingsmuren en mestresten herinneren nog aan die productie, waarvan de bloeitijd in de jaren vijftig lag. Nu is er nog maar één champignonkweker over.

De laatste jaren voeren vooral toeristen de boventoon. Maar de rondleiding langs de diverse wandschilderingen – waaronder zelfs enkele oude ondergrondse reclameboodschappen van Bolsgenever en Van Houten-cacao – behelst slechts een fractie van het gangenstelsel.

Buiten de gebaande paden is het ronddwalen door de stilte en duisternis van de uitgestrekte groeven een avontuur, dat slechts is voorbehouden aan de meest geoefende berglopers. Zeven jaar geleden is de Toegangsregeling Recreatief Berglopen in het leven geroepen. Mensen die via een 'proeve van bekwaamheid' hebben aangetoond de weg te weten in de Zonneberg ('loop naar de eerste kapel, daarna naar de bakkerij en dan naar de varkensstal'), worden vergunninghouder en mogen tegen betaling van een euro op vrijdagavond de berg in.

Er zijn momenteel ruim honderd vergunninghouders. Ze dwalen op vrijdagavond rond en spreken af op speciale plekken, meestal uitgehouwen nissen in het mergelsteen. Ook de berregmennekes, een vriendenclub uit de vorige eeuw, hebben hun eigen ontmoetingsplaats. 'Het zijn een soort hangplekken voor berglopers', aldus toezichthouder Hovens.

De speciale toegangsregeling was vooral bedoeld om het illegale grottenbezoek tegen te gaan. Want mensen die op eigen houtje de berg ingaan, lopen gevaar. Daarnaast vielen sommige gangen ten prooi aan vandalisme.

De gangen in de Zonneberg zijn gemiddeld vier meter breed en tien meter hoog. De blokbrekers ontginden de berg van boven naar beneden. Op sommige plekken is duidelijk te zien dat de gangen in vijf of zes lagen zijn weggehakt en -gezaagd. Talloze namen, data en kreten figureren op alle niveaus. Ook de graafrichting is af te lezen aan de mergelwanden. Wielnaven hebben karrensporen uitgeschuurd langs de gangmuren.

'Kijk, daar hangt een vleermuis.' Hovens schijnt op een scheurtje in het mergelplafond. Een bruin vleermuisje heeft zich aan het mergel gehecht. In de grotten van de Sint Pietersberg overwinteren wel twaalf soorten vleermuizen.

Verderop stuiten we op een ingestorte gang. Het is vlak voor het padvindersgat, de enige verbinding tussen de Zonneberg en het noordelijk gangenstelsel. Nu wordt over vele honderden meters de gang versperd door grote mergelbrokken vermengd met gruis en aarde. Vermoedelijk is de instorting veroorzaakt door de Fransen, die in de achttiende eeuw enkele malen hebben geprobeerd vanuit de onderaardse gangen het Fort Sint Pieter op te blazen. Honderden gangen stortten in door de buskruitexplosies, het fort bleef staan.

Het instortingsgebied is voor iedereen verboden. Ook elders in het gangenstelsel hebben enkele kleine instortingen plaatsgevonden, meestal als gevolg van explosies in de aanpalende, open mergelgroeve van de ENCI. Stukken mergel zijn uit het plafond naar beneden gekomen. Of grote stukken van een mergelpilaar zijn over een natuurlijke breuklijn geschoven.

Hovens houdt alle zwakke plekken nauwgezet in de gaten. Als het nodig is, worden versterkingen aangelegd, zoals een betonnen muur langs een verzwakte pilaar of aardpijp (waar de aarde door de mergellaag breekt onder invloed van water). Maar langs de toeristische route is alle veilig, verzekert hij.

'We moeten de gangen blijven controleren en monitoren, alert zijn op elk scheurtje of gruislaagje op de grond', zegt Hovens. Gekraak in de Zonneberg heeft hij nog nooit gehoord. Dat was wel te horen in Zichen-Zussen-Bolder, waar in 1958 een mergelgroeve instortte en achttien champignonkwekers omkwamen. Daar kraakte de groeve al vele dagen. Dat had een waarschuwing moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden