Verder noordwaart ist landt erg dor

Kaarten van Australië, de Indische Archipel (minus Java en Madura die al eerder aan bod kwamen) en kaneeleiland Ceylon sieren de delen lll en lV van de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie....

Tot in de 19de eeuw werd het toen nog niet gekoloniseerde westen van Australië op sommige kaarten aangeduid als Nieuw-Holland, de naam die na de ontdekkingsreizen van Abel Tasman in de jaren 1642-1644 voor het continent in zwang raakte. Bijna veertig jaar eerder al hadden voorgangers van Tasman, in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), als eerste Europeanen voet aan wal gezet. Het zou nooit tot de stichting van nederzettingen leiden. Nieuw-Holland bleef een idee. Wat rest zijn namen: Dirk Hartogs Island, Arnhem Land, Tasmanië.

De verkenningen door de VOC resulteerden wel in de eerste kaarten van de west- en noordkust van Australië. De toelichting daarbij geeft impliciet antwoord op de vraag waarom Australië geen Nederlandse kolonie is geworden: ‘Verder van hier noordwaart tot de zuijdthoeck van Dirck Hartoogs Eijlandt ist landt heel dor en van gedaante gelijck.’ De Nederlandse zeevaarders konden toen nog niet vermoeden dat het voor hen onbekende continent voor driekwart uit woestijn bestond, maar de VOC concludeerde al spoedig dat – in wat tot dan toe werd aangeduid als Terra Australis Incognita of Zuidland – weinig viel te halen.

De kaarten uit deze periode, soms nooit eerder gepubliceerd, vormen een belangrijk hoofdstuk in deel III van de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, gewijd aan de Indische Archipel en Oceanië. Indische Archipel wil in dit geval zeggen voormalig Nederlands-Indië, minus Java en Madura, aan welke eilanden reeds een apart deel werd gewijd. In totaal zal in zeven delen een overzicht worden gegeven van alle gebieden en plaatsen waar de VOC ooit actief is geweest, gebruikmakend van kaarten uit archieven in binnen- en buitenland. Het project is een samenwerkingsverband van uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior, het Nationaal Archief, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap en de Universiteit Utrecht. Deel III van deze monumentale atlas laat nog eens goed zien welke omvang de VOC-activiteiten bereikten, indachtig de bescheiden hulpmiddelen waarover men beschikte. In een kleine zeshonderd – in de beginperiode vaak nog rudimentaire, later steeds gedetailleerdere – kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen passeren bijna alle VOC-nederzettingen, handelsposten, fortificaties en verkenningen de revue in een gebied dat zich uitstrekt van Malakka in het westen tot de Straat Magellaan in het oosten.

In contrast hiermee staat het vrijwel gelijktijdig verschenen deel IV, dat geheel is gewijd aan één eiland: Ceylon. Het kaneeleiland vormde tot de bezetting door de Britten in 1796 met Java een van de belangrijkste ‘compagnieslanden’. De VOC beperkte zich hier niet tot handeldrijven vanuit nederzettingen aan de kust, maar nam gaandeweg bezit van bijna het hele eiland, dat vervolgens tot en met de kleinste buitenposten in kaart werd gebracht.

Als particuliere onderneming was de VOC geen kolonisator in de klassieke betekenis. In de twee eeuwen van haar bestaan was het beleid in de eerste plaats gericht op de verdediging van handelsbelangen, niet op de verovering van land. Viel er niets te halen, zie Australië, dan loonde het ook niet er nederzettingen te stichten. Maar wie de VOC in de weg stond, werd desnoods met geweld aan de kant geschoven. De VOC schroomde niet ook dit aspect van haar activiteiten uitvoerig in beeld te (laten) brengen. Willem de Bruin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden