Recensie Klassiek

Verbijsterend goede opnamen van Emil Gilels (1916-1985) in het Concertgebouw (*****)


Emil Gilels, Live in het Concertgebouw

Klassiek; Emil Gilels; The unreleased recitals at the Concertgebouw; Fondamenta

2 februari 1981, een maandagavond in het Amsterdamse Concertgebouw. Na zijn toegift loopt de Russische meesterpianist Emil Gilels de lange trap op naar boven. Hij schudt handjes, kleedt zich om – en krijgt een hartaanval. Gilels (64) ligt een paar weken in het Amsterdamse Wilhelminagasthuis, volgens De Telegraaf  'zwaar bewaakt door Russische artsen’. Terug in Moskou zet Gilels zijn concertcarrière op een lager pitje. Als hij in 1985 overlijdt wordt hij herdacht als een gigant van het klavier.

Jammer dat van zijn laatste optreden in Nederland geen opname bestaat. Bij de vijf recitals die eraan voorafgingen, stonden gelukkig wel Hilversumse omroepmicrofoons opgesteld. De archiefkenner Piet Tullenaar spoorde de banden op en het Franse fijnproeverslabel Fondamenta haalde ze door de digitale wasstraat. Zodat iedereen nu kan horen hoe verbijsterend goed Gilels tussen 1975 en 1980 in het Concertgebouw speelde.

In zijn Oekraïnse geboortestad, Odessa, hadden ze het destijds gauw gezien. Gilels was een supertalent. Op z’n 12de gaf hij zijn eerste optreden. Als jonge twintiger won hij in 1938 het Brusselse concours dat later werd vernoemd naar koningin Elisabeth. Achter de jurytafel zaten muzikale zwaargewichten als pianist Walter Gieseking en dirigent Otto Klemperer.

Na de oorlog stuurden de Sovjets Gilels vaak op vriendschapsmissie. Concertpubliek in het Westen bekeek hem aanvankelijk met argwaan. Maar sloeg Gilels aan het spelen, dan verdampte alle achterdocht. Men klom op de stoelen voor de laureaat van de Stalinprijs (1946), de Volksartiest van de Sovjet-Unie (1954) en winnaar van de Leninprijs (1962).

Luisterend naar Gilels’ Amsterdamse opnamen begrijp je waarom Rachmaninov hem aanwees als zijn erfgenaam. Beide pianisten waren a. elke technische uitdaging de baas, voelden b. niet de behoefte daarmee te pronken, en luisterden c. intensief naar de verlangens van noten op papier. Ze lieten hun ik in de kleedkamer en gaven de muziek vrij baan.

Emil Gilels speelde graag voor Nederlands publiek, schrijft zijn kleinzoon Kirill in het cd-boekje. Even knipperen met de ogen, maar het staat er echt: Gilels hield van onze levenslust, onze intieme omgang met de natuur en ons respect voor anderen. Hij vond de Nederlanders een goedaardig volkje – zelfs al terroriseerden ze zijn Amsterdamse recitals met gehoest en geblaf.

Die bijgeluiden zijn de enige kanttekening bij een historische cd-box. Wat een tonen had Gilels op zijn palet, van gemene zweepslagen tot mistige nevels in Ravels Alborada del gracioso. Wat een gevoel voor timing klinkt in een Arabesque van Schumann, met een versnellinkje hier en een aarzeling daar. Of neem zijn selectie uit Prokofjevs Visions fugitives: op deze vluchtige visioenen krijgt Gilels tot twee keer toe (in 1975 en 1978) subliem vat.

Zijn Mozart blijft misschien aan de lievige kant. Chopin kwast hij wellicht te dik. Maar Gilels’ temperament sluit naadloos aan bij dat van Ludwig van Beethoven. Wat er niet allemaal borrelt aan tussenstemmen in de Eroica-variaties. En hoor hoe hij naar Beethovens wens ‘nicht zu geschwind und sehr singbar’ zijn weg zoekt door de 27ste sonate, in een paradoxaal samengaan van glashelder en mysterieus.

Emil Gilels celebreert muziek, maar doet dat zonder de poeha van de hogepriester. En dat ligt zomaar te grijp op vijf cd’s. En valt via fondamenta-music.com te downloaden in hoge resolutie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.