Verbazingwekkende veerkracht in hoogste regionen

De oude liedkrijger Prégardien dook in Amsterdam op voor een onverwachte Schumannbeurt. 59-jarige stembanden toonden een verbazingwekkende veerkracht.

Christoph Prégardien. Beeld Marco Borggreve

Sommige vrienden van het lied moesten slikken, toen het Amsterdamse Concertgebouw ze verwittigde dat een verkouden keel de Britse stertenor Ian Bostridge weerhield van een Schumannrecital. Uiteindelijk knorde iedereen tevreden, want de vervanger heette Christoph Prégardien. Een mindere ster misschien, maar in de liedkunst helder stralend.

Prégardien, een Duitser, behoort tot de revolutionairen die het romantische lied uit de sfeer hebben getild van pathetisch gekwaak. Een openbaring was in 1997 zijn opname van Schuberts Winterreise met fortepianist Andreas Staier, die was ontdaan van alle bombast. In de Kleine Zaal boog de tenor zich met pianist Julius Drake over twee niet te versmaden Schumanncycli: Dichterliebe en Liederkreis, beide op poëzie van Heinrich Heine.

Grote dwarsligger

Ze behoren tot de rijke oogst van 1840, het wonderjaar waarin Schumann gemiddeld drie liederen per week schreef. Dat de inspiratie vloeide als lava uit de Etna, had wellicht te maken met Schumanns strijd om de hand van Clara Wieck, de succesvolle pianiste. Nuchtere commentatoren tekenen aan dat al die liedjes ook gewoon gemakkelijk verkochten. Zo kreeg de componist een stok in handen om pa Wieck, de grote dwarsligger, mee om de oren te slaan.

Briljant zijn de stukken hoe dan ook. Via Prégardiens 59-jarige stembanden toonden ze bovendien een patina dat het Amsterdamse liedpubliek slechts kon beantwoorden met bravo en met een zucht. Het moeiteloze mocht eraf zijn bij Prégardien, er kwam doorleefdheid voor terug.

Weinig vibrato

De tenor is een verteller die maniertjes mijdt: geen galm, weinig vibrato, geen preoccupatie met mooi geluid. Wel is hij voortdurend verstaanbaar en schuwt hij het risico niet. In de hoogste regionen zit bovendien een verbazingwekkende veerkracht, zoals de bijna geneuriede toegift Mondnacht bewees.

De Britse begeleider Julius Drake toonde een gevoelig oor voor detail. Het Perlentränentröpfchen, de doodskist waaraan werd getimmerd: ze kwamen terug in de Steinway. Soms donderde de pianist wat al te heftig op de toetsen. Drake, een dramaticus, had zijn antenne niet haarzuiver afgestemd op de lyricus Prégardien. Wellicht wreekte zich daar de korte voorbereidingstijd.

Maar Drake strooide superieur met het extra snoepgoed van menig Schumannlied: een meanderend, bijna filosofisch naspel. Dacht je alles te hebben gehad, volgde toch nog een ondermijnend ritme of ontwrichtend akkoord.

Robert Schumann: Dichterliebe, Liederkreis op. 24. Christoph Prégardien (tenor), Julius Drake (piano). 17/11, Concertgebouw, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden