Vele stijlen, één geluid

EEN dag uit het leven van Ken Vandermark: op zaterdagavond om tien uur staat zijn DKV-trio in een afgeladen Velvet Lounge, een oude bar in Zuid-Chicago die wordt gerund door saxofoonveteraan Fred Anderson....

De D in DKV staat voor drummer Hamid Drake; een polyritmische krachtcentrale die vanavond meer van een tornado heeft. Het is dat Vandermark en bassist Kent Kessler stevig terugduwen, anders zou Drake ze van het podium blazen. Op tenorsaxofoon combineert Vandermark het grote, smoezelige geluid van de r & b-honkers uit de jaren veertig met de krabbelende lijnen van een freejazzer. Hij is niet de eerste die de combinatie beproeft, maar het resultaat klonk zelden zo persoonlijk. Zijn zware toon heeft een vlijmscherpe rand en zelfs op de zachtere basklarinet klinkt hij rauw en potig.

Zondagmiddag om twee uur speelt hij klarinet en basklarinet met de Chicago Improvisers Group. We zijn in het noorden van de stad, in de Green Mill, de laatste van Chicago's weelderige nachtclubs uit de jaren twintig. Het octet doet aan vrije improvisatie, maar na een paar maanden spelen heeft de muziek zichzelf stilletjes georganiseerd. Iemand verheft zijn stem boven het zachte collectief, anderen vallen hem bij, tot de klanken uitmonden in een crescendo. Dan stopt de muziek, om opnieuw te beginnen met een ander ritme. Vaak neemt Vandermark het voortouw. Hij houdt ervan de boel aan de gang te houden.

Zondagavond duikt hij om half acht op in de eigentijds ingerichte Hot House-club, in downtown Chicago. Een grote bezetting met improvisatoren en klassiek geschoolde muzikanten vertolkt hier Cornelius Cardews Treatise, een lange compositie met een grafische partituur. Vandermark zit op de achterste rij en verdwijnt grotendeels in de traag voortbewegende ensembles.

Een jaar geleden was Vandermark een bekende en gewaardeerde naam in Chicago; iemand die bruggen bouwde tussen jonge, meestal blanke improvisatoren en de grote namen van de zwarte voorhoede van de stad (Drake, Fred Anderson, voormalig Sun Ra-drummer Robert Barry). Ook haalde hij de banden aan met muzikanten van elders, zoals multi-instrumentalist Joe McPhee en Peter Brötzmann. Samen met de criticus John Corbett organiseerde hij bovendien wekelijkse concerten en een jaarlijks festival in de rock 'n' roll-club The Empty Bottle. Kortom: meer dan wie ook heeft Vandermark de geïmproviseerde muziek in Chicago aan een jong, nieuw publiek geholpen.

Het afgelopen jaar werd de 34-jarige Vandermark tot zijn stomme verbazing een prestigieuze MacArthur Fellowship van 265 duizend dollar toegekend. Daarmee kwam hij in het gezelschap van eerbiedwaardige collega's als Ornette Coleman, Steve Lacy en Max Roach. In zijn eigen stad veranderde er niet veel aan zijn positie - zij het dat hij nu in stilte diverse projecten financierde, waaronder de recente Noord-Amerikaanse tournee van Peter Brötzmanns Chicago Tentet.

Maar aan de Oostkust maakte de toekenning giftige reacties los. Een Mac Arthur Fellowship wordt vaak een genius grant genoemd, hoewel de Mac Arthur Foundation in Chicago die term zelf vermijdt en het gebruik ervan afkeurt. Hoe dan ook: een stuk of wat critici vonden dat een muzikant die ze a) niet kenden en b) dus geen genie kon zijn, deze onderscheiding niet verdiende.

Als het klopt dat een genie tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie is, dan is Vandermark al negentiende op weg. Sinds hem het fortuin toeviel, heeft hij al minstens twaalf cd's uitgebracht. Hoeveel het er precies zijn is lastig te zeggen; er blijkt altijd nog een Vandermark-cd die je over het hoofd zag - hij is een ambitieuze jongen die het niet bij woorden laat.

Op elke cd speelt hij met andere bezettingen. De muziek varieert van een gracieus eerbetoon aan freejazzpionier Joe Harriott tot solide covers van Sun Ra en Funkadelic. Vandermark vertegenwoordigt een nieuw type postmoderniteit. Hij overtuigt in vele stijlen, met een eigen geluid.

Tot zijn beste werk behoren twee dubbel-cd's: Live in Wels & Chicago 1998 van DKV (met een gloedvolle vertolking van Don Cherry's Complete Communion Suite) en English Suites, geïmproviseerde duetten met de Britse slagwerker Paul Lytton. Een vergelijking tussen Lyttons afgemeten, rustige spel en de aanvallende Hamid Drake maakt duidelijk hoe Vandermark zich door drummers laat inspireren. Zijn hele dynamiek, zijn ademhaling zelfs, verandert radicaal.

'Ik hou ervan met verschillende slagwerkers te spelen', zegt Vandermark. 'Het verandert mijn timing en frasering en verbreedt mijn spel. Ik heb eigenlijk geen duidelijk plan voor ogen als ik speel. Ik ga gewoon af op wat me interesseert. Ik zoek goeie muzikanten en laat me meevoeren.'

'Ik hou er nu eenmaal van in verschillende stijlen te spelen. Zo ben ik ook opgegroeid, door te luisteren naar de platen van mijn ouders: Monk en Ellington, Stravinsky en Bartok, Motown en Sly Stone.

'Voor mij heeft James Brown een buitengewoon belangrijke bijdrage aan de twintigste-eeuwse muziek geleverd. Op sommige aspecten van zijn muziek ga ik door: de percussieve blazers, het werken met spanning en ontspanning. Aanvankelijk speelde ik werk van anderen omdat ik van hun stukken hield, pas later zag ik hoe mijn eigen composities er ook van konden profiteren.'

Hij heeft veel opgestoken van de manier waarop Don Cherry ultrakorte thema's schreef als bruikbare (en makkelijk in te studeren) springplank voor improvisaties. Je hoort ze terug in het meedogenloos harde Expansion Slang, een pas verschenen trio-cd met een ritmesectie uit Boston waar Vandermark vaker mee werkt als hij aan de Oostkust zijn familie bezoekt.

'Ik zie een plaat als een momentopname. Zo keken de jazzmusici die in de jaren vijftig wekelijks in de studio stonden er ook tegenaan. Elke avond iets anders kunnen zeggen - het gevoel dat je kreeg als je Dexter Gordon of Johnny Griffin aan het werk zag, dat was de uitdaging waardoor ik zelf ben gaan spelen. Mensen die zeggen dat ik te veel platen maak, wantrouw ik een beetje. Ik denk dat die zelf veel te weinig concerten zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden