VEINZEN WAS EEN DOODZONDE

Jarvis Cocker (43), voorheen van Pulp, markeert met een nieuwe soloplaat zijn nieuwe leven. In Frankrijk, en met een kind....

Wat er eerder was weet hij niet, de beslissing zijn band Pulp op te heffen, de groep waarin Jarvis Cocker sinds 1981 zong, of het besluit van Londen naar Parijs te verhuizen om daar met zijn Franse echtgenote een gezin te stichten.

‘De precieze chronologie heb ik niet voor ogen’, zegt Jarvis Cocker (43) in een Parijs etablissement, waar hij uitgebreid de tijd neemt de niet-Britse Europese pers te woord te staan naar aanleiding van het verschijnen van zijn eerste soloplaat Jarvis. ‘Maar het is wel degelijk zo dat mijn vertrek uit Engeland werd ingegeven door een grote behoefte met alles te stoppen, en – o wat klinkt dat dramatisch – een nieuw leven te beginnen.’

Het was de zwangerschap van zijn echtgenote die dit besluit kracht bijzette. ‘Je moet weten dat ik heb een bloedhekel heb aan verandering, en al veertien jaar in Londen woonde waar ik de hele opkomst en, ja laat ik het maar zo noemen, neergang van Pulp heb beleefd. En dan ineens ontmoet je iemand uit een ander land en dringt zich het besef op dat je niet verplicht bent in Engeland te blijven.’

Het werd Parijs, waar Cocker bijna vier jaar geleden, een paar maanden na het laatste Pulpconcert, vader werd van zoon Albert. Parijs waar hij besloot zich even terug te trekken uit de popmuziek.

‘Ik heb het nooit als een vervroegd pensioen omschreven’, zegt Cocker, ‘omdat ik altijd een zekere afkeer heb gevoeld voor mensen die beroemd worden, een groot huis kopen, en zich afzonderen van het normale dagelijkse leven.’ Cocker, het Britse popicoon, met een lang mager postuur, sluik haar en een veel te grote bril, praat met zijn handen. Zijn opvallend dunne vingers tekenen denkbeeldige figuren in de lucht, als ze niet bezig zijn met het corrigeren van de stand van zijn bril.

‘Ik wilde waken voor de zelfgenoegzaamheid die ik zag bij generatiegenoten die het gemaakt hebben. Eenmaal tegen de veertig vergeten ze al hun ambities, verliezen ze hun interesses en gaan ze Dan Brown lezen. Die houding van: ik heb geprobeerd iets aan deze wereld te doen, mijn tijd is voorbij, nu wil ik rust, dat is me een gruwel.’

Maar wat dan? Pulp had zijn beste tijd gehad. De groep kende in 1995 een ongekend succes met het album Different Class en de single Common People maar vooral Cocker wist zich eigenlijk geen raad met de status van stijl- en popicoon die hem ten deel viel. Hij werd al vroeg erkend als de beste liedjesschrijver uit de Britpop-scene, die met de raakste typeringen het gedrag en de wensen van opgroeiend Engeland kon neerzetten. ‘Mijn liedjes ontstaan door de dingen die ik meemaak, ze zijn gegrepen uit het gewone leven. Ik ben een observator, maar ineens werd vooral ik geobserveerd, en dan is de bron snel droog. Hier heb ik daar geen last meer van, niemand kent me.’

Tien jaar geleden in Londen dwong Cockers snel rijzende sterrenstatus hem tot een nieuw leven, en sloot hem af van het normale. Gewoon een pub ingaan was er niet meer bij. Zijn sociale vertier kon hij hooguit vinden in die besloten clubs in Soho waar kunstenaars, popsterren en politici samenklonteren met veel drank en vooral bergen cocaïne.

‘De verkeerde omgeving voor mij in elk geval. Al heeft het me er al in een vroeg stadium voor behoed al te enthousiast op het New Labour-bewind van Tony Blair te reageren.’ Niet voor niets schreef Cocker in 1996 al het liedje Cocaine Socialism. ‘Ik heb het altijd raar gevonden, al die succesvolle artiesten en kunstenaars maar ook politici die met hun neus vol poeder hoog opgaven van het nieuwe bewind. Socialisme valt niet te rijmen met coke-gebruik. Daar word je heel egoïstisch van, je luistert alleen nog naar jezelf, weet ik uit eigen ervaring, en egocentrisme is volkomen in tegenspraak met de gedachten achter het socialisme. Zie wat er van dit Labour-socialisme terecht is gekomen’, zegt hij met een spottende blik. ‘En van ons.’

De weerslag van het Pulpsucces was terug te horen op het donkere album This Is Hardcore uit 1998. ‘Die plaat kwam zo moeizaam tot stand omdat ik eigenlijk niks anders te zeggen had dan: zo daar ben ik dan, aan de top beland. Alle seks-, drugs- en rock ’n’ roll-idealen verwezenlijkt, Londen aan mijn voeten en toch doodongelukkig.’

Achteraf gezien nogal potsierlijk, vindt Cocker. ‘We wilden af van het imago van een Britpopband met een tienerpubliek, maar hadden eigenlijk niet genoeg lef om er echt afstand van te nemen.’

De laatste Pulp-plaat We Love Life, liet daarna drie jaar op zich wachten. Cocker: ‘Ook geen goede plaat, want gemaakt met de nadrukkelijke wens schoon schip te maken. Veel te krampachtig wilden we laten horen dat we nu onze zaakjes op orde hadden. Weg van alle verleidingen van de grote stad en terug naar de natuur, zoiets. Wie is daar nou in geïnteresseerd. Een stel has beens met een plotselinge hang naar de natuur? Pulpfans niet, want de plaat deed weinig.’

Het maakte zijn besluit de band op te heffen in elk geval gemakkelijker. Hij liet vervolgens van zich horen met de elektronische kolder-muziek van Relaxed Muscle.

Maar de lol in het liedjesschrijven kreeg hij pas echt terug toen hij in 2004 twee liedjes voor Nancy Sinatra schreef. ‘Bij Pulp kwamen de teksten altijd als allerlaatst, ik ben nooit gaan zitten met de gedachte: kom laat ik nu eens een liedtekst schrijven. Nu ging ik wel zo te werk en het lukte.’

Langzamerhand kreeg Cocker ook weer onderwerpen voor zijn liedjes. Al had hij van zijn idool en vriend Scott Walker (die in 2001 Pulps zwanenzang We Love Life produceerde) geleerd rustig de tijd te nemen.

‘Elf jaar geen plaat uitbrengen, zoals Walker, is wel erg lang, maar je moet goed nadenken wat je er werkelijk mee wilt. Niet een plaat uitbrengen omdat dat van je wordt verwacht, maar omdat je de noodzaak voelt.’

Stukje bij beetje kwamen de ideeën voor liedjes. Vaak ingegeven door woede over wat zich aan de andere kant van het kanaal in zijn geboorteland afspeelde, bijvoorbeeld met het vluchtelingen-probleem (From Auschwitz To Ipswich) of de globalisering (The Cunts Are Still Ruling The World). Maar in ander liedjes zijn ook verwijzingen naar zijn vaderschap en vooral de verantwoordelijkheid die dat met zich meedraagt te ontdekken.

Cocker: ‘In Tonite komt de regel voor: ‘you claim you’re not involved, but you’re in it up to your neck’. En zo is het. Ik heb zelf mijn hele leven getracht elke verantwoordelijkheid uit de weg te gaan, vandaar dat ik popmuziek ben gaan maken. Dan stel je belangrijke keuzes uit en kun je roepen dat je buiten het werkelijke leven staat. Als vader lukt dat niet meer. Mijn zoon verwacht iets van me. Dat is een rare gedachte, want mijn vader verliet ons toen ik zeven was en ik vond het allemaal wel best. De gedachte dat het Albert niet zou uitmaken als ik vertrok, vind ik onvoorstelbaar.’

Zoals Cocker zich ook niet kan indenken dat zijn zoon net als hij een carrière als popster zou ambiëren. Daarvoor is het allemaal iets te gewoon geworden. ‘Popmuziek is overal, en daarom minder spannend. Toen ik in Sheffield opgroeide stond naar een concert gaan op nummer 99 in de top 100 van vrije-tijdsbestedingen. Nu op nummer 1. Er zijn daar nu zelfs speciale evenementen voor rock-liefhebbers onder de achttien. Kunnen ze ’s middags een band zien en frisdrank drinken. Dat zijn heel populaire middagen hoor ik van mijn nichtje van dertien.’

Die ontwikkeling haalt een deel van het mysterie weg, vindt Cocker. ‘Ik spreek nu als een soort dinosaurus, maar binnen een paar jaar zijn de twee voor mijn muzikale opvoeding bepalende instituten verdwenen: John Peel en Top Of The Pops. Bij Peel hoorde ik de spannendste experimentele muziek, terwijl de populairste hits elke week in Top Of The Pops voorbijkwamen. Tussen die twee uitersten vond ik mijn weg.

‘Nu is popmuziek overal, maar heeft het ook aan betekenis verloren. Neem al die nieuwe punkfunk bands. Het uiterlijk en de sound van de bands waarnaar ik in 1980 luisterde hebben ze overgenomen, maar het intellectualisme en engagement van bands als Talking Heads en Cabaret Voltaire niet. De meesten schrijven over niks, terwijl er toch veel zorgwekkends in de wereld gebeurt. Het lijkt wel of popmuziek zich van de echte wereld heeft losgemaakt. En een parallel universum heeft gecreëerd waarin alleen nog aan elkaar wordt gerefereerd. ’

Een idee dat bevestigd werd toen hij zelf zijn muziek op MySpace aanbood. ‘Die profielen waarin mensen iets van zichzelf vertellen, lezen als boodschappenlijstjes met cd’s. Ze zijn niet op zoek naar het ontwikkelen van een eigen identiteit of naar enige intellectuele prikkeling, maar alleen naar mensen die dezelfde platen mooi vinden als zijzelf.’

En de muzikanten doen daar aan mee, zegt Cocker. Nooit lees je meer welk gedachtengoed een liedje geïnspireerd heeft, wel waar een band zelf fan van is. ‘Vroege Talking Heads en Smiths? Goeie smaak hoor, maar wat wil je zelf eigenlijk, die vraag moet je jezelf stellen.

‘Niet omdat ze uit Sheffield komen, maar de Arctic Monkeys zijn nu echt een van de weinige bands die dat observerende hebben, het sociale engagement dat ik belangrijk vind.’

Misschien is het talent om observaties uit het dagelijks leven tot liedjes om te bouwen wel iets dat hoort bij Sheffield, zegt Cocker. ‘Bij ons bestond geen groter kwaad dan jezelf anders voordoen dan je bent. Veinzen was er een doodzonde net als het hebben van valse pretenties. De Monkeys zijn volstrekt zichzelf en zingen nooit over iets dat ze niet hebben meegemaakt. Ik ook niet.’

Maar, zo besluit Cocker, ‘ik kan wel roepen dat vroeger popmuziek nog ergens over ging, maar wat is er eigenlijk mee bereikt? Neem een andere band uit Sheffield, Cabaret Voltaire, daar groeide ik mee op en die vond ik goed. Zij maakten elektronische monotone trance-muziek. Heel serieus. Acht jaar later hoorde ik de eerste acid-house platen. Precies wat Cabaret Voltaire deed, alleen kon je er nu echt op dansen. Dat was ook de enige kwaliteit, maar toch heeft acid-house meer voor me betekend. Ik heb dansend veel momenten van magie beleefd. Dat is het mysterie van geraakt worden door bepaalde muziek dat ik in het liedje Black Magic benoem. Je hoort iets en raakt erdoor gegrepen zonder te weten waarom precies. Zo’n gevoel teweegbrengen bij mensen, daar doe ik het voor. Nu weer, opnieuw.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden