Veelzijdige tovenaarsleerling had lak aan eeuwigheidswaarde kunst

Polkes werk biedt meer levendigheid dan menig tijdsbestendig olieverfdoekje in galerie of museum...

Paddestoelen en aardappels, dat zijn toch de eerste dingen die je invallen bij het horen van de naam Sigmar Polke. Paddestoelen omdat hij er in zijn leven kilo’s van moeten hebben gegeten, op zoek naar de psychedelische extase, waarin zijn werkzaamheden konden floreren. Aardappelen, omdat ze volgens de Duitse kunstenaar het zinnebeeld zijn van creativiteit: de manier waarop ze, eenmaal uit de grond, na enkele dagen nog blijven uitgroeien wijst op hun ongebreidelde artistieke kracht.

Gisteren werd bekend dat Polke op 69-jarige leeftijd is gestorven. Hij leed al langer aan kanker.

De in Oels, Silezië (nu Polen) geboren kunstenaar begon zijn carrière als een van de leden van de Keulse stroming Kapitalistisch Realisme, die hij samen met zijn bandgenoten Gerhard Richter en Konrad Lueg (de latere galeriehouder Konrad Fischer) had opgericht. Het drietal wilde een Europese, Duitse tegenhanger opzetten van het Socialistisch Realisme, waarmee ze in hun jeugd – alle drie kwamen uit het voormalige Oost-Duitsland – waren opgegroeid, en als tegenvoeter van het Amerikaanse Pop Art, dat op dat moment de kunstmarkt overspoelde.

Oude gordijnen
Als aanhanger van het Kapitalistisch Realisme schilderde Polke naar foto’s en reclame uit tijdschriften en kranten. Meestal op een ondergrond van oude gordijnen. De rasterschilderijen uit zijn beginjaren lijken veel op het werk waarmee Richter, toen en daarna, furore zou maken.

Toch is Polke altijd veelzijdiger geweest. Zijn thematiek strekt zich, vanaf de jaren zeventig, uit van mythische voorstellingen, maatschappelijk engagement, schilderijen gebaseerd op de kabbala, filmbeelden, oude prenten, sprookjes, strips en abstracte voorstellingen. Hij fotografeerde, gebruikte röntgenbeelden van een schilderij van Goya en bouwde met houten latten en aardappels zijn zogenoemde Kartoffelnhauser.

Opvallend voor zijn oeuvre is zijn belangstelling voor kitsch. Het verhaal wil dat hij in 1966 aan een bloemstilleven werkte, maar plots een bijbelse stem hoorde spreken die hem beval geen bloemen maar flamingo’s te schilderen. ‘Eerst wilde ik gewoon doorschilderen’, vertelde Polke er later over, ‘maar toen besefte ik dat het Hem ernst was’. Het gevolg was dat hij jarenlang de meest smakeloze kitschschilderijen produceerde.

Polke wilde met de eeuwigheidswaarde van de kunst afrekenen. Hij introduceerde in de schilderkunst het tijdelijke, door het gebruik van olieverf af te zweren en zijn eigen smeerseltjes te maken van kunsthars, gemalen zilveroxide, gestampte lapis lazuli en kobalt-II-chloride, een mengsel dat van kleur verandert bij de wisselingen in vochtigheid.

Polke is nooit in een stroming te vangen geweest. Wellicht is het daarom niet verwonderlijk dat hij nauwelijks navolging heeft gekregen. Polke wordt beschouwd als een maniakale, paddestoel etende tovenaarsleerling; een zonderling die met een zuurstofmasker op licht ontvlambare en uiterst giftige plassen chemicaliën over het canvas uitgoot, die zelfs jaren nadien nog blijven dampen en borrelen. Maar ontstaan in een periode waarin de schilderkunst onder vuur lag – in de afgelopen decennia werd het medium bij herhaling doodverklaard – biedt zijn werk nog steeds meer levendigheid dan menig tijdsbestendig olieverfdoekje dat in galerie of museum te zien is.

Polke laat een uitgebreid oeuvre na, dat ook in veel Nederlandse musea te zien is, zoals in Museum De Pont, het Stedelijk Museum, Museum Boijmans Van Beuningen en het Van Abbemuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden