Veelarmige vraagstukken

Het lijkt een afwijking, de oudebomenliefde van Jeroen Pater (1979), die sinds 1990 bij Staatsbosbeheer werkt. Overal lijkt hij ze tegen te komen, met name dikke oude eiken en taxussen, en dan slaat hij niet de hand voor de mond, maar begint meteen te meten en fotograferen....

De gegevens mogen feitelijk ogen, en ze ontlopen elkaar ook niet veel (omtrek een metertje of tien, hoogte zo ongeveer twintig meter, ouderdom wisselend van vijfhonderd tot vijftienhonderd jaar), maar de reusachtige kleurenfoto’s en de soms stokoude ansichtkaarten en gravures die Pater erbij afdrukt, maken je muisstil en klein. Dan begrijp je keer op keer waarom de bomenvriend zich veelal tot statistische gegevens beperkt: elk poëtisch woord legt het hier tegen af. Je kunt historicus zijn en je in gele paperassen begraven, je kunt met smetteloze handschoenen aan in antieke documenten neuzen, maar de stille getuigen die eeuwen hebben getrotseerd –- misschien wel omdat zij weten wat gepast zwijgen is, er roerloos in berustend dat zij er nog zijn als wij aanstonds zijn vertrokken, de superieure kunst meester van stiller te leven dan de zwijgzaamste kloosterling –, die kun je gewoon hier in Europa tegen de verweerde bast lopen.

Nuchter ontmantelt Pater een paar mythes: de ‘Duizendjarige Eik bij Slot Nagel’ in Duitsland is, hoewel een woudkoning, ten hoogste zeshonderd jaar. En de ‘Tweeduizendjarige Linde van de Lambacher Hoeve’ in Oostenrijk (in de holle stam zat een kippenhok) is niet ouder dan negenhonderd jaar.

Maar soms ook blijft de mythe overeind: in de holle stam van ‘duizendjarige grafeik van Nöbdenitz’ (Duitsland) zou in 1824 een baron Von Thümmel zich hebben laten begraven. Gebluste kalk over het gemetselde graf, vanwege de gevaarlijke rottingsgassen van het lijk, en klaar was de baron.

Omdat er rare praatjes de ronde deden, heeft een plaatselijke leraar en geschiedschrijver in 1859 poolshoogte genomen. Hij haalde de gebluste kalk weg, en keek ten slotte met zijn lamp in een graf, met inderdaad menselijke resten. Het is enige eik die nog altijd als grafmonument dienstdoet.

Mooi is ook de ‘Zingende Linde van Teleci’ (Tsjechië), die zijn naam ontleent aan de boer die in de holle linde verboden psalmboeken had verstopt, die hij daarbinnen ’s nachts al zingend zat te kopiëren.

De oudste gigant is een eik in Crowhurst (Groot-Brittannië), vijftienhonderd jaar, waarin een herbergier in 1850 een tafel met bankjes had geplaatst met een deur ervoor – die er nog steeds in zit! Als je de takken bekijkt die omhoog steken, word je benieuwd naar de aard van de veelarmige vraagstukken die vanuit het verleden tot ons worden gericht.

Eentje van de groep achthonderdjarige Ivenacker eiken (Duitsland) in een hertenkamp vindt Pater het topstuk: geschat houtvolume 140 meter, gezond, helemaal gaaf, met een schors vol diepe groeven, en een vorstelijke kroon van 27 meter. Kijk ernaar en je vraagt niets meer. Prevel vervolgens niet: als die eik eens praten kon! Dat hij dat vertikt, dat is zijn kracht.Arjan Peters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden