Veel tot nog toe onbekende wetenswaardigheden beschreven in invoelende, terughoudende stijl

Boek (non-fictie) - Liesbeth List - De dochter van de vuurtorenwachter

Foto de Volkskrant

Liesbeth List had van 1965 tot 1979 een relatie met Cees Nooteboom - de Zangeres en de Schrijver. Erg gelukkig was die periode niet, althans als je La List zelf mag geloven. Zij was in zijn ogen dat onbeduidende zangeresje, hij de grote literator. Nooteboom heeft over die periode nooit iets willen zeggen, maar in de biografie Liesbeth List - De dochter van de vuurtorenwachter doet hij zijn verhaal.

Het is knap dat Dave Boomkens de beroemde schrijver zover kreeg. 'De literaire grootmeester' is de titel van het hoofdstuk dat hij aan zijn gesprek met Nooteboom wijdt en het is even lezenswaardig als amusant. Zo put de schrijver nogal wat anekdotes op uit de tijd dat hij tegen wil en dank onderdeel werd van de Nederlandse showbizzwereld. Bijvoorbeeld dat op een zekere dag dertig blikken kip-kerrie aan huis werden bezorgd door een nogal verwarde fan van List.

Liesbeth List - De dochter van de vuurtorenwachter 

Non-fictie

Dave Boomkens

Luitingh-Sijthoff; 318 pagina's, 29,99 euro.

Nooteboom zag de zangeres voor het eerst in 1964 toen hij als recensent voor de Volkskrant aanwezig was bij een voorstelling van Shaffy Chantant. Hij beschreef daarin onder meer haar 'groen fluwelen pak met broek van Dick Holthaus'. In een mooie achterafbespiegeling onderzoekt Nooteboom de overeenkomst tussen hen beiden: de oorlog. List kwam na de zelfmoord van haar moeder in Nederlands-Indië terecht bij pleegouders op Vlieland, Nooteboom raakte door de oorlog van zijn familie verwijderd. Twee onthechte zielen uit verschillende werelden die elkaar vonden, en uiteindelijk weer verloren.


Dat en veel meer heeft Boomkens opgediept, achterhaald en opgeschreven. Weliswaar in een nogal invoelende, bewonderende stijl, maar soms ook terughoudend, en vol tot nog toe onbekende wetenswaardigheden. Zoals het hoofdstuk waarin de literaire kwaliteiten van Lists repertoire worden geanalyseerd. Het waren niet de minsten die teksten voor haar schreven; naast Nooteboom ook Remco Campert, Hugo Claus, Lennaert Nijgh en Jan Terlouw. 'Liesbeth staat in dienst van de tekst. Zij zingt een lied op zo'n manier dat er niets gekunstelds meer aan is', zegt Frits Spits over Lists interpretatie van die teksten.

Door gesprekken met heel veel artiesten, maar ook met Bas Heijne, Wim Kok en zelfs de intussen stokoude componist Mikis Theodorakis komen uiteraard de bekende omstandigheden van Lists leven en carrière aan bod: Indië, Vlieland, de wilde jaren zestig, Shaffy, de momenten van bewonderd worden en verguisd, de doorstart na weer een doorstart. Boomkens' rijk geschakeerde biografie leidt uiteindelijk tot de constatering dat Liesbeth List, niet in het minst door haar eigen doorzettingsvermogen, is gaan behoren tot de grote artiesten van na de Tweede Wereldoorlog.