Review

Veel te genieten in nieuwe Comenius

De vroomste religieuze beginselen draaien in de satire van Comenius steevast uit op bloedvergieten. Toch valt er veel te genieten, in de schitterende nieuwe uitgave. Door Erik van den Berg

Beeld Uitgeverij Vantilt

Een christen krijgt een rondleiding door een moskee. Eerst is hij onder de indruk van de in proper wit gehulde gelovigen, die in ootmoedig gebed verzonken zijn. Tot hij een hoek omslaat en heel andere taferelen ziet: 'Die witte en schoongewassen mensen hadden hun mouwen opgestroopt en renden met fonkelende ogen, op de lippen bijtend en vervaarlijk brullend in het rond en sabelden neer wie ze tegenkwamen, waarbij ze waadden door menselijk bloed.' Wat is hier aan de hand?, vraagt de geschrokken reiziger. Ach, antwoordt zijn gids, 'ze disputeren over godsdienst en willen bewijzen dat de Koran het ware geloof is.'

Aldus Jan Amos Comenius in Het labyrint van de wereld, een allegorische satire uit 1631 waarin de vroomste religieuze beginselen - en nee, niet alleen die van de islam - steevast uitdraaien op bloedvergieten. Niet toevallig schreef Comenius, het Latijnse alias van de Tsjechische pedagoog, filosoof en theoloog Jan Amos Komenský (1592-1670), zijn traktaat in de woelingen van de Dertigjarige Oorlog, het grote Europese conflict dat ontstond uit onmin tussen het katholieke Wenen en het hervormde Praag.

Als voorman van een hervormd-piëtistische broederschap in Bohemen (Tsjechië) ondervindt Comenius de gevolgen van de contrareformatie aan den lijve. Zijn huis en bibliotheek worden in brand gestoken, en als hij zich ver van Praag verschuilt voor zijn katholieke vervolgers slaat het noodlot nogmaals toe: hij verliest zijn jonge vrouw en kinderen aan de pest. Midden in die ontreddering schrijft Comenius, een dan al in heel Europa gerespecteerde naam, zijn 'troostschrift' Het labyrint van de wereld.

Het is een allegorisch reisverhaal waarin een jongeman, aangeduid als 'Pelgrim', op zoek gaat naar het goede in de wereld, die wordt voorgesteld als een stad waar alles en iedereen door elkaar krioelt. Op zijn zoektocht wordt Pelgrim begeleid door twee gidsen: Overalbij, een dubieuze handigerd voor wie alle deuren opengaan, en Begoocheling, de leugenachtige zegsman van de heerseres op aarde, koningin Wijsheid, die alles mooier voorspiegelt dan het is.

Jan Amos Comenius

Het labyrint van de wereld.
Fictie
Uit het Tsjechisch vertaald door Kees Mercks, met een nawoord door Henk E.S. Woldring
Vantilt / Comenius Leergangen; 244 pagina's; euro 19,95

Zal Pelgrim het ware en goede vinden? Nee natuurlijk, Comenius spant zich 36 hoofdstukken lang in om de ijdelheid van het menselijk bedrijf te demonstreren. Geen ambt of ambacht levert iets waardevols op, en de mens zelf biedt hooguit een lachwekkende of afstotende aanblik. Zo ziet Pelgrim de stadbewoners: 'Ze waren allemaal op z'n minst puistig, korstig en vlekkerig; bovendien had menigeen varkenslippen of hondentanden, sommigen ossenhoorns, anderen ezelsoren, een had een vossenstaart, een ander wolvenklauwen, sommigen zag ik met een langgerekte pauwenhals, anderen met een hoge kuif als een hop, anderen met paardenhoeven etc., maar de meesten leken nog op apen.'

Op bijna elke pagina past Comenius dit stapeleffect toe, en of het nu zo bedoeld is of niet: de fanatieke opsommingen werken vier eeuwen na dato vanzelf op de lachspieren. Of sneeuw wit of zwart is, vuur koud dan wel heet blijkt een twistpunt onder geleerden ('nauwelijks had iemand iets geponeerd of iemand anders ging daar tegenin') en met een Komrij-achtig venijn worden hooggeplaatsten en hun lakeien te kijk gezet: 'Daar zag ik figuren die hun heren op hun wenken bedienen, hen aaiden, kussentjes in hun rug stopten, spiegeltjes voor hun gezicht ophielden, voor hen veertjes en vuiltjes opveegden, hun de rok en huisschoenen kusten; sommigen likten ook de klodders op die hun heer had uitgespuugd en uitgesnoten en waren vol lof over hoe dat smaakte.'

Collages van de Tsjechische graficus Miroslav Huptych uit Het labyrint van de wereld van Comenius.

Aan het eind van zijn afmattende tocht moet de Pelgrim het bijbelse woord van de Prediker beamen: 'Ik heb alles aanschouwd wat er onder de zon is, maar let wel: alles is zinloos en een kwelling voor de geest.'

Hij is rijp voor de boodschap van Christus, die ten langen leste op pagina 173 zijn entree maakt - waarmee het tweede deel van het boek, het allerminst satirische Het paradijs van het hart wordt ingeluid. Hoewel ook hier veel opmerkelijks valt te noteren (waaronder krachtdadig optreden van de oudtestamentische Salomo, die niettemin door de corrupte Wijsheid in de pan wordt gehakt), heeft de stichtelijke toon de overhand.

Strekking: het lichaam is zondig, de dood brengt blijdschap en 'een rein geweten is een altijd durend feestmaal'. Het is een beetje zoals met Dantes Divina Commedia, waarin het sinistere Inferno ook memorabeler proza oplevert dan het hemels getoonzette Paradiso.

Comenius en zijn curieuze Labyrint hebben een band met Nederland. De definitieve editie verscheen in 1663 in Amsterdam, de tolerante stad waar Comenius als protestantse banneling zijn toevlucht had gezocht en waar hij in 1670 als ereburger zou overlijden. Hij werd geëerd met een mausoleum in Naarden, waar hij nog ieder jaar op zijn geboortedag 28 maart als filosoof van de christelijke naastenliefde wordt herdacht.

In Nederland vond Het labyrint tot dusver vooral lezers in religieuze kring, mede dankzij de arts en homeopaat R.A. Benthem Oosterhuis, wiens vertaling uit 1926, Het labyrint der wereld en het paradijs des harten, in de jaren zeventig werd heruitgegeven door de esoterische uitgeverij Schors en in 1983 een stilistisch herziene editie beleefde bij de Rozekruis Pers.

Collages van de Tsjechische graficus Miroslav Huptych uit Het labyrint van de wereld van Comenius.

Anders dan zijn voorganger toont vertaler Kees Mercks in de voorbeeldig verzorgde nieuwe editie (met fantastische collages van Miroslav Huptych) vooral oog voor de literair-satirische kant van Comenius' tekst, die hij van elk spoortje kwezeligheid ontdoet en zo toegankelijk maakt voor een nieuw publiek.

'Wat mij tot schreiens toe bewoog' (Benthem Oosterhuis) wordt bij Mercks 'Iets waarom ik wel kon janken', van het grootvaderlijke 'Dwaas die ge zijt' maakt hij het amicale 'Hé malle' en de verzuchting 'God behoede ons' verandert in een wel zo krachtig 'Allemachtig'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden