Veel reacties op dood Martin Bril

Ruim tienduizend mensen hebben hun reactie achtergelaten op het condoleanceregister dat de Volkskrant woensdag opende na de dood van schrijver Martin Bril (met video's).

‘Ik zal Martins mooie beschrijvingen en observaties missen’, schrijft de een. ‘Rokjesdag wordt anders zonder hem’, is de boodschap van een ander. Lezers bedanken de Volkskrant-columnist voor zijn columns. ‘Bedankt voor alle stukjes’ en ‘Genoten van al je bijdragen en observaties, je laat een leegte achter die moeilijk in woorden is uit te drukken’, staat er te lezen. Veel mensen betuigen hun medeleven met zijn vrouw, dochters en overige familieleden van de schrijver.

Alle condoleances kunt u hier lezen.

De Volkskrant sprak donderdag enkele vakgenoten en andere bekende Nederlanders over de dood van Bril.

Aaf Brandt Corstius (1975), schrijfster en columniste NRC.Next:
‘Ik las hem altijd al met veel plezier. Maar toen ik zelf dagelijks stukjes voor de krant ging schrijven, begreep ik pas hoe moeilijk het was, wat Martin Bril deed. Vind het heel knap hoe hij steeds weer onderwerpen wist te vinden en daar dan zijn eigen gang mee ging. Dan was er bijvoorbeeld een nieuwe wetgeving over stripclubs, en dan ging hij gewoon naar zo’n club, zelf kijken. Hij was een echte 'op pad gaander'. En dan ging het natuurlijk ook helemaal niet meer over die wetgeving. Ik kende hem een beetje, we deelden ook een tijd een column in VT Wonen. Waar ik van onder de indruk ben, is dat hij me heel aardig benaderde. Niet zo van 'ach dat meisje', maar echt met collegiaal commentaar op mijn stukken.

‘Hoe hij over vrouwen schreef; ik kan er wel om lachen. Dat was natuurlijk wel heel mannelijk, maar veel vrouwen waren ervan gecharmeerd. Ik denk echt dat veel vrouwen een beetje verliefd op hem waren. Dat ze dachten, die vrouw met dat rokje op het terras, dat ben ik. Rokjesdag is zo’n eigen leven gaan leiden, het is bijna een nationale feestdag geworden. Heel geestig. Maar hij kon ook serieus schrijven en tot tranen roeren. Dat vind ik knap, al die stijlen bij één man.’

Tekst loopt door onder video

]]>

Bart Chabot (1954), schrijver:
‘Martin was niet bang voor de dood, hij was bang dat het leven was afgelopen. Als columnist heeft hij het ultieme bereikt: zonder dat de mensen hem kenden zijn ze van hem gaan houden. Hij maakte een grote Nederlandse roman in duizend stukjes. Hij past echt in de traditie van Carmiggelt en Camu. Martin was wel meer een outlaw. In plaats van een paard en een lasso, had hij een gele Volvo en een laptop. De outlaw ging naar de OK Corral, Martin trok naar Hoevelaken.

‘Maar voor mij is het in de eerste plaats het verlies van een van mijn allerbeste vrienden. Hij was scherpzinnig, humoristisch, breed georiënteerd, belezen. We deelden de passie voor rock-’n-roll; volgens mij hebben we elkaar voor het eerst ontmoet tijdens een concert van Herman Brood. Precies weet ik het niet meer; het was de drank, toen. We hielden van dezelfde kale Amerikaanse literatuur. De ideale beginzin: de zon scheen. Of: de zon scheen niet. Weg met al die adjectieven. Martin had het lichaam van een man, maar is een jongen gebleven. Net als ik, eigenlijk. Ronald is de jongste van ons drieën, maar als we op tournee gingen langs het theater, gedroeg hij zich het meest volwassen. Martin had de gewoonte altijd bij ons in de kleedkamer in de wasbak te pissen. Dan ging ik uit wraak bij hem winden laten. Het was een rock-’n-roll band, maar dan zonder instrumenten.’

Ronald Giphart (1965), schrijver:
‘Ik heb besloten er niets over te zeggen. Een schrijver moet je herinneren op basis van zijn werk. Natuurlijk bewaar ik hele bijzondere herinneringen aan hem, maar dat beschouw ik als iets persoonlijks.’

Dirk van Weelden (1957), schrijver:
‘Martin heeft geprobeerd de literaire blik uit het reservaat van de kunst te halen en naar de gewone mensenwereld te brengen. Dat is zijn verdienste. Ik weet nog dat we in 1986 samen bijna Arbeidsvitaminen had voltooid, en dat we tegen elkaar zeiden: straks zijn we schrijvers, en wat dan? Maar Martin zag het al helemaal voor zich: zoals Louis Paul Boon, met het boemeltreintje naar de stad, naar kantoor, en dan gewoon opschrijven wat je onderweg bent tegengekomen. Aanvankelijk moet hij het idee hebben gehad dat al die losse stukjes onderdeel van een groter geheel zouden kunnen vormen, maar dat heeft hij losgelaten. De grote constructie, dat was niets voor hem. Hij was van het geïnspireerde moment, het perfect getroffen geluid. We hebben het er nog wel geregeld over gehad een keer weer iets samen te doen.’

Tekst loopt door onder video

]]>

Mei Li Vos (1970), Tweede Kamerlid PvdA:
‘Pff, wat moet ik zeggen. Hij was een goede vriend, ik ben nogal aangeslagen. We hebben veel rondgehangen, en rondgereden. Ik kan zeggen wat ik denk dat de meesten zullen zeggen: hij leerde je kijken. Anders kijken. Naar kleine dingen die er ook toe doen, maar die niemand ziet. Ook in de politiek. Ik kan me een column herinneren over dat schroefje van prinses Margarita. Hoe daar de directeur van de RVD bezig was met het openschroeven van een fles Spa. Iedereen maakte zich druk over dat schroefje van de prinses, en hij maakte zich vreselijk druk om zo onopvallend mogelijk die fles open te draaien. Bril kon natuurlijk ook losgaan over de hypocrisie van sommige politici. Heel raak.

‘De vrouwen, ja, daar hebben we ook eindeloos over gepraat en gelachen. Over ‘praktisch haar’, kort, rood geverfd, en platte schoenen. Hij liet ook graag zien wat mooi is, en daar behoorden bij hem ook vrouwen toe. Een paar weken geleden was het weer rokjesdag, en heb ik heb nog gesmst. Dat ik een rokje aanhad.’

Eric Vloeimans (1963), jazztrompettist:
‘Mijn geschiedenis met Bril is pas kort. Hij kende mij niet. Maar toen schreef hij in februari een column over Summersault, mijn plaat van een aantal jaar geleden. Die column was wel het mooiste wat iemand over mijn muziek kon schrijven. Omdat het niet over stijl ging, of over jazz. Maar over leven, en zijn beleving van mijn werk. Over het nummer Morimond schreef hij: ‘Het is een nummer als een zucht, een perfect gestileerde zucht, een zucht vol leven en verwachting, maar ook vol weemoed en afscheid’.

Ik was bezig met de plaat Live at Yoshi’s, en heb hem toen meteen voorzichtig in een e-mail gevraagd of hij er de introductie voor wilde schrijven. Hij antwoordde direct, ‘ja, stuur maar’. Ongelooflijk. Hij deed het ook meteen. Als beloning wilde hij tien platen van me hebben. Ik dacht, mijn platen, maar hij bedoelde platen uit mijn platenkast, mijn favorieten. Dat vond ik zo ontroerend, dat hij me wilde leren kennen door mijn smaak. Vorige maand speelde ik in de Badcuyp in Amsterdam. Hij smste, waar ben je. Toen kwam hij langs. Met een tas vol boeken voor mij. Hij was een Amsterdammer die ook van Rotterdam hield. We zouden nog eens bij mij in Rotterdam gaan bieren in de kroeg. Maar dat is er niet meer van gekomen.’

Schrijver en Volkskrant-columnist Martin Bril is woensdag overleden. Er is een condoleanceregister geopend. Op deze foto is hij aan het werk. (Marcel van den Bergh / de Volkskrant)Beeld Bergh, Marcel van den
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden