BoekrecensieBrieven van Willem Pijper

Veel over vrouwen, weinig over muziek: Maarten ’t Hart leest de brieven van Willem Pijper ★★★★☆

Beeld Olivier Heiligers

Zijn werk wordt nauwelijks nog uitgevoerd. Gelukkig kunnen we componist Willem Pijper nu leren kennen via een fraaie selectie uit zijn brieven, die overigens zelden over muziek gaan.

Willem Pijper is een van de componisten in de eregalerij van het Concertgebouw. Toch werd zijn werk daar sinds 2000 maar twee keer geprogrammeerd en hoewel het af en toe nog te horen is in Vredenburg (op 24 januari wordt daar zijn Derde symfonie uitgevoerd door het Nationaal Jeugdorkest onder leiding van Ed Spanjaard), zijn uitvoeringen van Pijpers composities in Nederland schaars. Zelfs een prachtwerk als de Fluitsonate hoor je nooit meer, dus wil je het beluisteren, dan moet je het zelf uitvoeren. Maar dat valt niet mee, want het stuk stelt hoge eisen aan de uitvoerenden.

Ik betreur de veronachtzaming van Pijper. Het is derhalve een opsteker dat er nu in de serie Privé-domein van De Arbeiderspers een omvangrijke selectie van zijn brieven is verschenen. Gelet op het feit dat Pijper een verwoed briefschrijver was – volgens bezorger Arthur van Dijk schreef hij vele duizenden brieven – vormen de 274 brieven in dit Privé-domeindeel nog maar het topje van de ijsberg. Niettemin krijg je een goede indruk van briefschrijver Pijper en is het, omdat hij een uitgesproken epistolair talent en bovendien een vlijmscherp stilist was (zoals ook blijkt uit zijn beroemde essaybundels over muziek, De quintencirkel en De stemvork), een groot genoegen deze brieven te lezen. 

Beeld De Arbeiderspers

Hij was geen gemakkelijke man en wist dat zelf drommels goed. ‘Als je een psyche hebt als de mijne, zitten er ook al te veel kwade kanten aan’, schrijft hij Louise Bolleman. Zij was een van zijn leerlingen, die later promoveerde tot minnares. Pijper was een rokkenjager, een haremhouder zelfs, zoals zijn vriend Simon Vestdijk te horen kreeg van Hendrik Marsman. ‘Dat leek mij interessant’, zegt Vestdijk in zijn mooie opstel over Pijper in Gestalten tegenover mij,  ‘die hadden wij niet zoveel in Nederland. Maar was het waar? En hoe ver ging dat in zijn geval?’ 

Liefjes

Vrij ver, blijkt uit dit brievenboek. Er tekent zich een vast patroon af: als Pijper met een vrouw getrouwd is, maakt hij ondertussen een volgende vrouw het hof via kleurrijke brieven. Dus tijdens zijn huwelijk met Annie Wreker schrijft hij verwoed brieven aan Iet Stans, die wordt opgevolgd door Emmy van Lokhorst. Geweldige liefdesbrieven schrijft hij Emmy, gloeiende, meeslepende en hartstochtelijke ontboezemingen. Maar is Pijper eenmaal met haar getrouwd, dan volgen brieven aan Louise Bolleman. Ook prachtige brieven, maar toch niet zo vurig als die aan Emmy van Lokhorst, van wie hij overigens vrij snel weer scheidde. Na de scheiding van Van Lokhorst hertrouwde Pijper niet meer, maar hij onderhield wel contacten met, naast natuurlijk Louise Bolleman, Corrie Hartog (vrij veel brieven zijn aan haar gericht), Saar Bessem en Erna Jurgens. En in de laatste fase van zijn leven werd hij verzorgd door Annie Eldering. Saar Bessem bleek, toen ik nog het plan had een biografie over Vestdijk te schrijven en haar uitgebreid sprak, nog steeds verontwaardigd over het feit dat Pijper er ten tijde van zijn verhouding met haar ook nog andere liefjes op na hield.

Willem Pijper werd in 1894 geboren in Zeist en stierf in 1947 aan kanker. Hij is dus niet oud geworden. Wellicht het grootste drama in zijn leven deed zich voor toen zijn huis in Rotterdam bij het bombardement in mei 1940 verloren ging. Wel had hij kort daarvoor zijn onuitgegeven manuscripten in een bankkluis opgeborgen, dus die bleven bewaard, maar zijn jonge hond, waarop hij zeer gesteld was, verloor het leven. Over die hond heeft hij een kostelijke passage geschreven in een brief aan Louise Bolleman. Pijper heeft zijn leerling Rudolf Escher op bezoek, die hem een van zijn composities voorspeelt. Het stuk, aldus Pijper, ‘was te erg voor woorden, ik heb dan ook welsprekend gezwegen. Niet aldus het bulletje, dat onder het spelen rechtop in zijn mand ging zitten, mij bezorgd en angstig aankeek en een verpestende stinkende flatus liet.’

Willem PijperBeeld HH, illustratie Olivier Heiligers

Gereformeerde opvoeding

Pijper was van gereformeerden huize, werd opgevoed met thuis alleen een harmonium en wilde aanvankelijk bioloog worden. Mij lijkt het een tamelijk groot wonder dat hij ondanks die afkomst kennelijk eerst naar het gymnasium mocht en later naar het conservatorium. Hoe dat allemaal precies zijn beslag kreeg, weten we helaas niet, want we ontberen een goede biografie van Pijper – merkwaardig natuurlijk, want over veel minder goede componisten zoals Cornelis Dopper (de nachtegaal van Stadskanaal) en Julius Röntgen zijn wel omvangrijke biografieën gepubliceerd.

Mooi is wat Pijper zelf in een brief aan Emmy van Lokhorst vertelt over zijn gereformeerde jeugd: ‘Je weet niet dat ik in eerste, oudste instantie streng calvinistisch ben opgevoed, ‘in de Vreze des Heren’? Dit tot plus minus veertien jaren. De ergste nachtmerrie daarvan is de herinnering aan de zondagen: een uur later dan anders moeten opstaan; naar de kerk met de biljartgroensaaien gordijnen en de salpeterlucht en het gebral van de dominee, en ‘zondags’ eten, met Groot Vlees, en ‘moeten’ wandelen ’s middags en ’s avonds weer naar de kerk, en je zondagse pak aan dat je te groot was, want op de groei gekocht.’ 

Dit is woord voor woord zoals het bij mij thuis ook was, inclusief dat te grote pak. Alleen kwam daar in mijn geval op zondagmiddag de zondagsschool nog bij. Blijkbaar is dat Pijper bespaard gebleven. En hij heeft die afkomst, blijkens zijn brieven, volledig achter zich gelaten, want behalve in die ene passage aan Emmy van Lokhorst komt hij er in deze bloemlezing niet meer op terug.

Weinig muziek

Over muziek schrijft Pijper, althans in deze 274 brieven, verhoudingsgewijs zelden. Stravinsky komt vrij vaak langs, en dan altijd in pejoratieve zin. Hij noemt de Rus een geniale charlatan en laat zich laatdunkend uit over zijn werk na de Sacre. En dat terwijl Stravinsky nu algemeen wordt beschouwd als de grootste componist van de 20ste eeuw. 

Componerende landgenoten komen er doorgaans ook niet best vanaf, maar geen woord over Jan van Gilse (er zijn wel een paar zakelijke brieven aan Van Gilse), terwijl hij die – toen Van Gilse dirigent in Utrecht was – toch volledig heeft afgebrand. Door Anthony Fiumara werd hij daarom in Trouw een ‘bikkelharde sadist’ genoemd en zijn conflict met Van Gilse heeft Pijpers postume reputatie zeker geen goed gedaan, maar ook hier is het wachten op de biografie die alles misschien toch in een ander licht zet. Gezien het feit dat Arthur van Dijk deze brievenuitgave voorbeeldig heeft bezorgd, ingeleid en geannoteerd, lijkt hij mij de man om ook de biografie te schrijven. Deze uitgave is in ieder geval een prachtige opmaat.

Willem Pijper: In het licht van de eeuwigheid – Een leven in brieven 1917-1947 

Bezorgd, ingeleid en geannoteerd door Arthur van Dijk. De Arbeiderspers; 607 pagina’s; € 29,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden