interviewHaroon Ali

‘Veel moslims denken dat de islam homoseksualiteit verbiedt, queer moslims dagen die dogma’s uit’

Journalist Haroon Ali maakte een tv-documentaire over de vraag of je lhbti’er kunt zijn binnen de islam. Zelf meende hij als twintiger te moeten kiezen tussen zijn geaardheid en het geloof waarmee hij opgroeide.

Greta Riemersma
Haroon Ali Beeld Erik Smits
Haroon AliBeeld Erik Smits

Een aantal maanden geleden kreeg de vader van journalist Haroon Ali (38) een bypassoperatie en daarom zocht hij hem voor het eerst sinds lange tijd weer op. Ze zagen elkaar nauwelijks nog, nu toog hij naar het ziekenhuis. ‘Uit respect voor mijn vader’, zegt hij.

Ali trof hem breekbaar en kortademig aan, schreef hij later in een column. Hij ging op afstand van zijn vader zitten met een mondkapje op, het was het staartje van de pandemie, maar het zei ook iets over hun relatie. Ze bespraken de operatie die net achter de rug was en andere feitelijkheden.

Ineens kwam zijn vaders tweede vrouw binnen, samen met hun kind, een jongen van 14. De vrouw vroeg de twee halfbroers samen met hun vader op de foto te gaan. Ze poseerden naast het bed, met hun handen op hun vaders schouders. ‘Het was een beetje gek en ongemakkelijk’, zegt Ali, ‘omdat we elkaar verder nooit meer zien.’

De belangrijkste reden daarvoor: Ali is gay. Toen hij op zijn 21ste uit de kast kwam, via een brief onder het kussen van zijn ouders, liet zijn vader weken niets van zich horen. Toen hij ten slotte belde, zei hij tegen zijn zoon dat hij het afkeurde. ‘Dit kan niet binnen onze cultuur en ons geloof.’ Hij bedoelde de Pakistaanse cultuur en het islamitische geloof.

Ali werkt freelance voor onder meer Trouw en de Volkskrant en schrijft columns in het Noordhollands Dagblad en op Linda.nl. In 2017 reisde hij twee maanden door Pakistan en schreef er een non-fictieboek over, Half, dat in 2020 verscheen. Hij wilde zijn Pakistaanse kant beter leren kennen (zijn moeder is Nederlands), maar in wezen wilde hij zijn vader beter begrijpen en erkenning van hem te krijgen. Het liep anders: de verwijdering werd juist groter – waarover later meer.

Nu heeft hij een documentaire gemaakt over de kijk van moslims op lhbti’ers en de vraag of er een relatie is tussen de islam en agressie jegens lhbti’ers. Het M-woord is donderdag 19 mei te zien bij de NTR op NPO 3, met een nagesprek onder leiding van presentator Karim Amghar. De documentaire is minder persoonlijk dan zijn boek, benadrukt Ali. Niettemin: ‘Ze zijn allebei vrij therapeutisch voor mij geweest. Ik ben iets meer met mijn afkomst en religieuze achtergrond in het reine gekomen, ik zet me daar niet meer zo hard tegen af.’

Vlogger Bella Arino in Het M-woord. Beeld
Vlogger Bella Arino in Het M-woord.

Al meteen bij binnenkomst in zijn huis in een zijstraat van een Amsterdamse gracht, tijdens het koffiezetten, zegt hij dat hij niet wil stigmatiseren. Die titel, Het M-woord, kan zowel slaan op moslims als Marokkanen. Hij wil onderzoeken of de indruk wel klopt dat moslims of Marokkanen bij uitstek lhbti-haters zijn. Op de bank in de woonkamer, omringd door schilderijen, foto’s en kamerplanten, legt hij uit dat er nauwelijks harde cijfers zijn, er is vooral anekdotisch bewijs.

Er zijn dus eigenlijk alleen aanwijzingen?

‘Ik ben zelf nooit op straat lastiggevallen, maar ik schrijf al ruim tien jaar over lhbti’ers, dus ik hoor veel verhalen: ‘Degene die me nariep was een Marokkaanse jongen.’ Of: ‘Ik ben in elkaar geslagen door Marokkaanse jongens.’’

Dat kunnen ook jongens met een andere achtergrond zijn, want dat zie je niet altijd meteen, toch?

‘Precies. Mensen nemen vaak aan dat het Marokkaanse jongens zijn die zulk soort dingen doen. En als er dan incidenten zijn waarbij de daders inderdaad een Marokkaanse achtergrond blijken te hebben, exploderen de media en wordt het onderwerp aan alle talkshowtafels besproken. Als witte jongens in de Biblebelt een homo in elkaar meppen, zie ik dat niet snel gebeuren.’

Minister Rob Jetten zegt in jouw documentaire dat hij online vooral homohaat ondervindt van witte mannen. Wat zegt dat?

Gay bashers zijn nog steeds voor het overgrote deel wit, dat is bekend. Maar ik vind het toch te makkelijk om te zeggen: het gaat ook in andere groepen mis. Feit blijft, en ik ken daar echt tientallen verhalen over, dat lhbti’ers in islamitische gemeenschappen moeilijk uit de kast kunnen komen. Ze zijn bang voor represailles, ze staan doodsangsten uit als iemand erachter komt. Sommigen moeten echt vrezen voor hun leven.’

Dat is nog steeds aan de hand, ook onder de jongere lhbti’ers?

‘Zelfs onder mensen van wie de ouders hier geboren zijn. Ik ken ook Marokkaanse of Turkse homojongens die wel uit de kast komen, maar die dan hun hele familie kwijtraken, die verstoten worden en alles in hun eentje moeten doen. Dat zie je toch minder bij witte, Hollandse gezinnen. En dan ken ik toch ook echt mensen die door een groep Marokkanen in elkaar zijn geslagen of uit hun huis zijn gepest; op de voordeur stond ‘flikker’ geschreven. Het onderwerp is gekaapt door extreem-rechts en met name de PVV, maar ik wilde kijken: hoe kunnen we er iets zinnigs over zeggen zonder dat het stigmatiserend of racistisch is, en zonder dat het extreem-rechts in de kaart speelt?’

Haroon Ali Beeld Erik Smits
Haroon AliBeeld Erik Smits

Veel mensen wilden niet meewerken, zoals de islamitische predikers die online tekeergaan tegen homoseksualiteit, begreep ik.

‘We hebben denk ik wel vijftig mensen benaderd, uit allerlei hoeken, maar heel veel mensen wilden niet meedoen. Ze zijn bang voor de reacties of bang om in een documentaire te komen die toch te stigmatiserend is.’

Ben je zelf ook niet een beetje bang? Je begon net meteen te zeggen dat je niet wilt stigmatiseren.

‘Ik ben niet bang, ik sta achter de documentaire. Ik ben wel nederig. Het is een eerste verkenning, er valt nog veel meer over te zeggen, maar het resultaat is gebalanceerd. Er zitten niet alleen maar witte mensen over moslims te praten.’

Haroon Ali in gesprek met kapper Najib en leraar Moundir in Het M-woord. Beeld
Haroon Ali in gesprek met kapper Najib en leraar Moundir in Het M-woord.

Wat is jouw conclusie op grond van de gesprekken die je hebt gevoerd?

‘Ik denk dat homofobie in islamitische gemeenschappen vooral te maken heeft met een gebrek aan ervaring met lhbti’ers en een rigide, ouderwets idee van mannelijkheid. Een vrouwelijke man kan dan confronterend zijn: wacht even, dit is niet hoe een man hoort te zijn. Dat wekt aversie of in het ergste geval agressie op. Plus er is sprake van groepsgedrag, straatcultuur, elkaar opjutten.’

Zou in het geval van Marokkaans-Nederlandse jongens ook meespelen dat zij het symbool zijn geworden van alles wat misgaat in de multiculturele samenleving, hetgeen hun natuurlijk niet ontgaat? Reageren zij zich soms ook af?

‘Ik denk dat het zeker meespeelt. Ze zijn de underdog, ze worden vaak buitengesloten. Misschien willen ze zich beter voelen door anderen naar beneden te trappen die even laag op de ladder staan.’

Toen jij uit de kast kwam, heb je gebroken met de islam, omdat je dacht dat het niet samenging. Hoe denk je daar nu over?

‘Ik vind het bijna stom van mezelf dat ik het nooit beter heb onderzocht. Ik ben met de islam opgevoed. Ik moest van mijn vader naar Koranles, ik leerde de Koran in het Arabisch lezen, maar begreep er eigenlijk geen bal van. Zo worden heel veel moslims opgevoed, vooral in het Westen: het geloof wordt je door de strot geduwd zonder dat je het goed snapt.’

Je hebt je er later nooit meer in verdiept?

‘Nauwelijks. Maar ik wist wel wat mensen in onze geloofsgemeenschap zeiden: homoseksualiteit is verboden. Ik kende ook de link met Sodom en Gomorra, daar vergrepen mannen zich aan elkaar en dat vond Allah niet oké. Het wordt als zondig en smerig gezien: hoe haal je het in je hoofd met een man naar bed te willen?’

In de documentaire zeg je: ik wou dat ik de Koranverzen over Sodom en Gomorra vroeger beter had bekeken.

‘Ik interview Muhsin Hendricks, een Zuid-Afrikaanse queer imam, en die heeft een andere interpretatie. Het gedrag dat in die verzen wordt afgekeurd, is aanranding en verkrachting. Ik vond het zo leuk wat imam Hendricks tegen mij zei: ‘Wat heeft dat met jou en mij te maken?’’

Haroon Ali Beeld Erik Smits
Haroon AliBeeld Erik Smits

Volgens hem zijn God en de Koran niet homofoob, maar zijn het moslimgemeenschappen die homofoob zijn.

‘Ja, want het gros van de moslims denkt wel degelijk dat de Koran homoseksualiteit verbiedt. Wat ik zo interessant vind: steeds meer queer moslims dagen die dogma’s uit. Ze willen geen afscheid nemen van de islam en verenigen zich in praatgroepjes. In Nederland heb je bijvoorbeeld Stichting Maruf, en wereldwijd zijn er meer van zulk soort clubs, het is een groeiende beweging. Ze keren de teksten van de Koran om en om: wat staat hier nou eigenlijk? Lhbti’ers en vrouwen zijn degenen die vooruitgang brengen. Islamitische vrouwen zijn vaak tien keer meer open-minded dan hun mannen.’

Welke consequenties heeft deze ontwikkeling voor jou?

Hij grinnikt. ‘Het zou aan het einde van de documentaire een leuke twist zijn als ik de weg terug had gevonden naar de islam: o ja, ik ben toch wel moslim. Maar ik kan geen georganiseerde religie aanhangen, welke dan ook. Het woord van God wordt te vaak gebruikt om groepen te creëren, de goeden en de slechten, waardoor mensen worden buitengesloten.’

Op grond van je columns en Instagram dacht ik: deze man is er ook niet helemaal los van. Je had het de laatste tijd een aantal keren over de ramadan en het Suikerfeest.

‘Het laat me niet los en dat is ook niet zo gek. Het is toch de religie waarmee ik ben opgegroeid en dat heeft mijn identiteit gevormd. Het blijft een deel van mij.’

Zoals gezegd: hij hoeft zich niet meer af te zetten, hij denkt met warmte terug aan zijn jeugd. De Ali’s woonden in Amsterdam-West, zijn vader werkte bij een schoenenwinkel, zijn moeder was verloskundige. ‘We hadden een leuk huis, een rijk familie- en vriendenleven, alles ging goed.’ De Pakistaanse normen en waarden waren leidend in het gezin, maar dat was voor zijn Nederlandse moeder lange tijd geen probleem. Ze was bekeerd tot de islam.

Alles veranderde toen Haroon Ali en zijn zus in de puberteit kwamen. Ze wilden uitgaan, sexy videoclips op TMF kijken, zijn zus wilde strakkere kleding. Hun moeder vond dat een normale ontwikkeling, hun vader keurde het allemaal af en klampte zich steeds steviger vast aan de Pakistaanse en islamitische tradities. Het leidde tot echtelijke ruzies en, na een huwelijk van dik twintig jaar, tot een scheiding.

Rond die tijd kwam Ali uit de kast. Sinds zijn 11de wist hij al dat hij op jongens viel, maar hij had het altijd voor zichzelf gehouden. ‘Ik vond het zelf niet erg, ik heb me nooit vies gevoeld, ik zag het juist als een soort superpower’, zegt hij. Maar hij was bang voor de reacties. Op zijn middelbare school, het Calandlyceum, riepen leerlingen van alles over homo’s. Hij vreesde ook conflicten met zijn ouders. Toen hij psychologie ging studeren aan de UvA en op zichzelf ging wonen, was hij er klaar mee. Hij wilde zichzelf zijn.

Haroon Ali Beeld Erik Smits
Haroon AliBeeld Erik Smits

Je moeder moest er even aan wennen, maar dat kwam goed. Vanaf dat moment raakten jij en je vader van elkaar verwijderd. Hoe zat dat?

‘Hij had al het idee dat mijn zus en ik veel te verwesterd waren en daar kwam nog bij dat ik gay ben. Eigenlijk doe ik niets zoals hij het wil. Het beroep van journalist heeft in veel niet-westerse culturen weinig aanzien, ik had iets als advocaat of arts moeten worden. Mijn zus heeft ook niet het pad gevolgd dat hij wilde, zij was op haar 19de ongehuwd zwanger. Maar hij tilt er denk ik bij mij zwaarder aan omdat ik zijn zoon ben en de eerstgeborene. Dus ja, dat maakte dat ik een teleurstelling was in zijn ogen en zo wilde ik me niet voelen, dus ging ook ik het contact uit de weg. We zagen elkaar ongeveer één keer in de twee maanden.’

Nog steeds vindt hij het erg dat jij gay bent. Wat is precies het probleem?

‘Ik zal geen kinderen krijgen met een vrouw en zet niet de naam Ali voort. Het is ook schaamte, hij maakt zich zorgen dat familie en kennissen erachter komen. Dat was ook de grote denkfout die ik met mijn boek maakte. Ik ging naar Pakistan omdat de relatie met mijn vader me al die jaren toch bezighield, ik wilde het liefst zijn goedkeuring. Dus ik dacht: hij zal het vast leuk vinden als ik me in zijn land verdiep en dan komen we dichter bij elkaar. Maar hij scheet bagger. Ik ging als out and proud afvallige homo bij zijn familie logeren, wat zou ik daar zeggen? Maar weet je, juist uit respect voor hem, zijn cultuur en religie heb ik daar aan niemand iets verteld.’

In je boek heb je vervolgens openlijk geschreven over je avonturen in Pakistan.

‘Ik ben daar met homoactivisten, trans activisten, kunstenaars, atheïsten en andere vrijdenkers op pad gegaan. Ik heb daar van alles en nog wat uitgespookt, maar dat is een Pakistan dat mijn vader niet wil zien, want dat lijkt te veel op het Westen. In zijn hoofd heb je het verrotte Westen en het vrome Pakistan. Maar dat klopt niet.’

Heeft hij het boek gelezen?

‘Een paar maanden voor publicatie heb ik hem aangeboden het manuscript te lezen. Hij wilde dat niet, hij zat niet lekker in zijn vel, zei hij. Vooralsnog wil hij het boek nog steeds niet lezen, of hij heeft het inmiddels toch gelezen maar zegt het niet. Ik heb het wel bij hem door de brievenbus gegooid.’

En waarom is de verwijdering nu nog groter?

‘Ik hang alle vuile was buiten. Ik ben al een afvallige homo, en ik ben ook nog eens iemand die dat met de wereld deelt.’

Je vader is bang voor wat andere mensen zeggen, zei je net. Hoe oordeelt de Pakistaans-Nederlandse gemeenschap over hem?

‘Al zijn Pakistaanse vrienden zijn naar de achtergrond verdwenen, maar dat was al voor mijn coming-out. Als je gaat scheiden, verlies je het respect in de Pakistaanse gemeenschap. Hij heeft me later gezegd dat die hele scheiding hem zwaar is gevallen. Voor zijn gevoel hebben zijn kinderen voor hun moeder gekozen en het leven dat hij hier had opgebouwd, is weg. Hij is opnieuw begonnen met een Pakistaanse vrouw en een nieuw kind, maar ik denk toch dat het leven hem niet heeft gebracht wat hij ervan had gehoopt.’

Hoe kijk je nu naar je vader?

‘Ik voel compassie voor hem. Zijn weg in Nederland is moeilijk geweest, maar hij kan ook niet terug naar Pakistan. Hij woont hier al meer dan veertig jaar en is gehecht aan het Nederlandse comfort.’

Je schrijft soms over het familiegevoel dat jullie vroeger als gezin hadden. Mis je dat?

‘Zeker, familie biedt houvast. Gelukkig heb ik dat gevoel nu wel met mijn vriend, we zijn tien jaar samen en zijn nog steeds gek op elkaar. En ik heb een goede band met mijn moeder, mijn zus en haar vier kinderen. Wij hebben elkaar ondanks alles vast weten te houden.’

In je documentaire vertelt psycholoog Najat Rabbae dat ze haar Marokkaans-Nederlandse cliënten soms adviseert niet aan hun familie te vertellen dat ze gay zijn. Snap je dat?

‘Dat snap ik heel goed. Door gesprekken met lhbti’ers over de hele wereld heb ik geleerd dat de coming-out een westers idee is: ‘Mijn eigen identiteit staat voorop, ik wil doen waar ik zin in heb en mijn familie heeft er maar mee om te gaan.’ Er moet veel meer compassie komen voor lhbti’ers met een islamitische achtergrond. We hoeven er niet over te oordelen als ze niet overal openlijk zichzelf zijn. De liefde en steun van familie zijn ook wat waard.’

Had je gewild dat je op dit vlak zelf anders had gehandeld?

‘Achttien jaar geleden voelde ik dat ik mijn coming-out moest aanpakken zoals ik heb gedaan. Het was een soort explosie, ik wilde uitgaan, daten, seks, drugs en rock-’n-roll. Dus nee, spijt heb ik niet. Maar ik ben intussen een ander mens geworden, milder, en dat voelt eigenlijk ook wel lekker.’

Het M-woord is donderdag 19 mei te zien op NPO 3 om 20.22 uur.

Haroon Ali

1983 Geboren in Alkmaar, opgegroeid in Amsterdam
1995 - 2001 Gymnasium, Calandlyceum, Amsterdam
2001 - 2006 Master sociale psychologie, Universiteit van Amsterdam
2006 - 2007 Keuringspsycholoog bij het ministerie van Defensie
2007 - 2009 Master journalistiek en media, UvA
2009 - heden Freelance journalist voor o.a. de Volkskrant en Trouw
2020 - heden Columnist voor het Noordhollands Dagblad en Linda.nl
2020 Non-fictieboek Half (de Bezige Bij)
2021 - heden Podcast Opgewonden, over seks in alle vormen en maten, met Yora Rienstra
2022 Documentaire Het M-woord (NTR/NPO 3)

Haroon Ali werkt aan een essaybundel over de lhbti-gemeenschap, met daarin zijn interviews uit de Volkskrant-serie Alfabetsoep. Verwachte verschijningsdatum: zomer 2023.

Haroon Ali woont samen met zijn vriend in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden