Veel gekweel met een vleugje Miss Saigon

Brian McMaster (Edinburgh), Gerard Mortier (Salzburg) en Ivo van Hove (Amsterdam) behoren met nog een paar andere gelukkigen tot The Great Club, een informele groep van Europese festivalleiders....

Van onze verslaggever Hein Janssen

In Edinburgh is McMaster al begonnen, vooral in het theater- en dansprogramma. McMaster: 'In het verleden haalden we regisseurs als Peter Zadek, Luc Bondy en Peter Stein hier naartoe. Simpelweg omdat ze anders aan Engeland voorbij zouden gaan. Inmiddels zijn dat ook hier gerenomeerde namen, en juist dan is het tijd op zoek te gaan naar een jongere generatie. En het is ook goed op de hoogte te zijn van wat er buiten Europa gebeurt.'

Resultaat van McMasters zoektocht is bijvoorbeeld Puccini's Turandot, deze week de opening van het operaprogramma, een productie met een geheel Aziatische bezetting. De Japanner Saburo Teshigawara, een rijzende ster in het muziektheater, is de regisseur alsook decor- en kostuumontwerper. Michiyoshi Inoue dirigeerde de Royal Scottish National Orchestra.

McMaster: 'In Japan en China zijn in het theater en in de opera ontwikkelingen aan de gang waarvan wij maar weinig weten. Ik zat vorig jaar bij Tristan en Isolde in Tokio en was de enige westerling in de zaal. Het is interessant hier kennis te nemen van hoe er daar wordt gezongen, hoe regisseurs daar met opera omgaan.'

Wel, met die zangers is het nog niet zo best gesteld. De Aziatische Turandot in Edinburgh moet het vooral hebben van Teshigawara's verbluffende vormgeving en originele regie. Met behulp van simpele decorstukken en een wonderschone belichting creëerde Teshigawara een tijdloze sfeer die geheel voorbijgaat aan Chinese edelkitsch. Gelukkig geen draken, geen lampions en geen Verboden Stad van bordkarton.

Er wordt veel gedanst in deze versie, op bijna moderne wijze. De Chinese vechters zijn jongemannen in doorzichtige T-shirts en strings. Het koor is immens en heeft een belangrijk aandeel in de zwierige mise-en-scène. Ter verhoging van het sentiment en het schattigheidsgehalte is zelfs het Tokyo FM Boys Choir overgevlogen, dat de harten van zelfs de meest stijve Engelsman en ruwe Schot doet smelten.

Turandot is dramaturgisch een draak, maar kan wel wat losmaken. Het verhaal over de prinses met het stenen hart die maar niet wil worden bemind, wordt nu echter met een zo overdreven pathos gezongen dat het bijna op de lachspieren werkt.

Prinses Turandot (Chieko Shimohara) was allesbehalve mooi en mysterieus, eerder een stevige dragonder met heupen van hier tot Tokio, die met een verbeten gezicht loeihard zong en regelmatig door haar stem zakte. De prins (Deng Feng Zhao) die haar moet krijgen door drie raadsels op te lossen, was naast haar zo timide dat hij nauwelijks over het tetterende orkest uitkwam.

Gelukkig was er toch een publiekslieveling: Chen Sue Panariello in de rol van de jonge slavin, die écht verliefd is op de prins. Een edel karaktertje, en een prachtig meisje bovendien met een formidabele stem. Dat is wat het publiek wil; de 'bravo's' waren dan ook vooral voor haar. En voor Teshigawara natuurlijk, die een baanbrekende operaregie afleverde.

Turandot wordt gespeeld in The Edinburgh Playhouse, een musicaltheater met 3500 stoelen waar normaal gesproken The Phantom of the Opera staat. Het festival hoopt door deze laagdrempelige plek een jong publiek naar opera te trekken. Jongeren kunnen voor 5 pond een kaartje kopen, terwijl de duurste plaatsen 50 pond kosten. De vraag is of ze na dit gekweel snel zullen terugkomen of misschien toch maar liever naar Miss Saigon gaan. Want opvallend is hoe de makers van die musical naar Puccini hebben geluisterd. En op zijn beurt is Teshigawara zeer geïnspireerd geraakt door de stagesetting van Miss Saigon.

In de hang naar andere culturen gingen deze week ook twee nieuwe toneelstukken in première die de Schotse en Catalaanse lotsverbondenheid moeten illustreren; Schotland als onderdeel van Groot-Brittannië, Catalonië van Spanje. De jonge toneelschrijvers David Greig (Schotland) en Lluïsa Cunillé (Spanje) schreven respectievelijk The Speculator en The Meeting.

The Meeting is een bijna Pinteriaanse zoektocht van een man alleen naar de zin van het moderne leven. In stationshallen, bankjes in het park en winkels heeft hij onbestemde ontmoetingen met onbestemde types. De taal is kaal, en het leven dat Cunillé schetst ook, maar het stuk intrigeert in hoge mate.

The Speculator van David Greig doet dat niet. Het is een bizar kostuumdrama waarin een Schotse rijkaard en toneelschrijver Marivaux samenkomen in het Parijs van 1720.

Het is een volslagen ontspoord stuk over de macht van het geld en de positie van de kunst. Greig heeft het waarschijnlijk onder het genot van een flinke joint geschreven. Want blowen mag hier (onofficieel), nu de bisschop van Edinburgh zich deze week een voorstander van de legalisering van softdrugs heeft betoond. Misschien verjongt het festival zich nu als vanzelf.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden