Veel droefheid naast schoonheid van hemel en land

Vanaf dat punt kan hij alles overzien, de hele stad, van de overvolle stranden beneden tot de hellingen boven hem waaraan ‘een allerlaatste huis zich vastklampt’. Hij kijkt in zijn stad naar ‘het hoertje en de matroos, de oude blasfemist en de helleveeg’, ‘allemaal schepsels die uit verdriet bestaan’. ‘In Triëst is veel droefheid te vinden, naast schoonheid van hemel en land’, schrijft hij in een ander gedicht.

’t Is een compleet ingericht universum op een paar vierkante kilometer, die stad, een wonderlijk broeierige richel onder aan het bergplateau van de Karst. Het is heel moeilijk om niet verliefd te worden op die stad, terwijl het tegelijkertijd ondoenlijk is haar te veroveren. Gracieus is zij zeker, zoals zij daar languit langs de waterlijn ligt uitgestrekt, gracieus met haar schitterende plein als een veranda op zee en de lome spiegelpaleizen die daaraan liggen, waarin men Weense koffie schenkt en taartjes eet. Maar het gaat om haar stuursheid: zij is het die besluit wanneer zij zich gewonnen geeft, de bezoeker en de bewoner, zij zijn afhankelijk van haar luimen.

Saba is de minst bekende van de twee schrijvers die in de eerste helft van de vorige eeuw hebben getracht de ongenaakbaarheid en onweerstaanbaarheid van de triëstinità in woorden te vangen en uit te drukken; die ander is, uiteraard, Italo Svevo. Allebei zijn zij van komaf al manifestaties van die eigenaardigheid van Triëst, Svevo, die in werkelijkheid Ettore Schmitz heette, en Saba, die als ‘Poli’ werd geboren en de zoon was van Rachele Coen en Ugo Edoardo Poli. Svevo was half Oostenrijks-Hongaars, half Italiaans, terwijl de moeder van Saba ingezetene van de Donau-monarchie én joods was en zijn vader van katholieke Venetiaanse komaf, dus Italiaans. Triëst, alles komt er samen, Oost en West, Noord en Zuid-Slavisch, Duits en Italiaans, je hoort er ook vandaag de dag Sloveens, Kroatisch, Duits met een Oostenrijkse tongval, Italiaans en Triëstijns op straat.

In Saba’s tijd – hij was van 1883 en hij stierf in 1957 – maakte Triëst aanvankelijk nog deel uit van de Donau-monarchie en was het de marinehaven van Habsburg. Beide wereldoorlogen van de 20ste eeuw zijn er doorheen getrokken, en de stad was zowel doorgangshuis voor de Italiaanse territoriale ambities in Istrië en Dalmatië van na de Eerste Wereldorlog als voor de vluchtende Italianen uit Joegoslavië na WO II.

Dat de gratie mettertijd enigszins stuurs geworden is, met zoveel vreemd volk over de vloer, het laat zich begrijpen.

In Voor de vogels en een vriend heeft de vertaalster Yolanda Bloemen gedichten, brieven, verhalen en een complete roman van Saba bij elkaar gebracht en goeddeels ook zelf vertaald. Dat is een royale en genereuze selectie uit een ook in de Italiaanse literatuur hoogst bijzonder oeuvre, die in haar volledigheid een magnifiek portret van een schrijver, zijn leven en zijn stad biedt. De hele onderneming is bovendien onberispelijk uitgevoerd: alles aan dit boek ademt liefde en toewijding, helderheid en gezond verstand. Het is om tranen van in je ogen te krijgen, en om meteen op zo’n plateautje te gaan zitten en ervan te smullen, als van de taartjes in het spiegelcafé aan het plein.

Saba noemde zichzelf ‘de helderste dichter van de wereld’, en dat zit er niet ver naast: nuchtere, enigszins weemoedige, maar altijd berustende poëzie, direct toegankelijk, alledaags haast, constaterend. In zijn verhalen vertelt hij als een oude en doorleefde man die even verderop op dat plateautje zit, over zijn stad en haar tradities, de stad waar hij als boekhandelaar, als antiquaar, zijn brood verdiende. Die verhalen gaan over de joden van Triëst en zijn dan een mengeling van overlevering en legende, over het dagelijks leven in die boekhandel, over de tussen Wenen en Rome oscillerende bourgeoisie, over de grote zorgen van een kleine stad. De nuchtere gratie waarmee ze worden verteld, werkt als een uitgestoken hand: kom maar, ik ben niet zo stuurs als ik eruitzie.

Helemaal aan het eind van zijn leven schreef Saba een kleine, tamelijk autobiografische roman, Ernesto. Die is achttien jaar na zijn dood voor het eerst uitgegeven en werd voor deze bloemlezing, die in zijn geheel welbeschouwd een veellagige autobiografie is, integraal vertaald. Eigenlijk vertelt die roman een verschrikkelijk verhaal, de onthutsende inwijding van een jonge knaap in de herenliefde door een sjouwersknecht. Maar door de weerbarstigheid van die jongen, zijn stuurse ongenaakbaarheid, is diens relaas nergens pathetisch of ontregelend: wie uit Triëst komt, staat zijn mannetje. De tederheid zit in de nuchterheid.

Jaren geleden verscheen er een kleine selectie van Saba’s poëzie in Nederlandse vertaling, die nauwelijks is opgemerkt. Met deze bloemlezing uit zijn hele oeuvre is hij in één keer present – in al zijn serene wijsheid.

Umberto Saba: Voor de vogels en een vriend – Poëzie, proza en brieven. Vertaald uit het Italiaans door Yolanda Bloemen. Atlas; 446 pagina’s; € 39,90. ISBN 90 450 0613 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden