Vaste boekenprijs

Dat moet voor betrokkenen, leden van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (KVB), een verrassend bericht geweest zijn. Zojuist hadden ze immers officieel te horen gekregen dat van de kant van Europa geen nieuwe aanslagen op het vaderlandse boek meer te verwachten waren.

Wat is het probleem? In Nederland hebben uitgevers en boekverkopers met elkaar afgesproken dat elk boek z'n vaste prijs heeft. Een van de belangrijkste overwegingen daarbij is dat men het 'stunten' met goedverkopende boeken als Het Lelietheater van Lulu Wang of I.M. van Connie Palmen door supermarkten, discounters, tankstations en 'inloopzaken' wil tegengaan.

Zulke 'afbraakprijzen' mogen aantrekkelijk zijn voor de consument, voor de verkoop van boeken in het algemeen zijn ze - luidt het argument - op de lange duur nadelig, omdat de gewone boekhandel daarmee de mogelijkheid wordt ontnomen om van tijd tot tijd ook eens aan een boek te verdienen. 'Van iedere tien titels', beweert de KVB in een vouwblaadje waarin de argumenten vóór de vaste prijs worden opgesomd, 'zijn er zes verliesgevend, drie neutraal en één winstgevend.'

Vanzelfsprekend zouden de echte boekwinkels - winkels die alleen maar boeken verkopen, ze zelfs langdurig in voorraad houden en bovendien over personeel beschikken dat de klant kan adviseren - met de concurrentie in de slag kunnen gaan en eveneens bestsellers tegen weggeefprijzen gaan verkopen. Maar daarmee romen ze hun winst af, waaruit ze de instandhouding van hun assortiment en het niveau van hun winkel kunnen financieren.

Het is zelfs de vraag hoe lang deze assortimentsboekwinkels het nog volhouden als nu ook Albert Heijn de nieuwste Leon de Winter of Tessa de Loo naast het vriesvak met kant-en-klaar-maaltijden legt.

Tot nu toe heeft de Nederlandse consument niet te klagen en dat is zeker aan de 'vaste prijs' te danken. In Frankrijk besloot men in de jaren zeventig de prijsbinding los te laten. Het aantal boekwinkels liep terug en de hoeveelheid aangeboden boeken verminderde. Daarom werd in de jaren tachtig de oude situatie hersteld. In Engeland werd in 1995 het Net Book Agreement - de Britse variant van de vaste boekenprijs - afgeschaft, en ook daar werden de gevolgen onmiddellijk zichtbaar. In Zweden werd de vaste boekenprijs in 1970 afgeschaft, maar al spoedig zag men zich genoodzaakt waardevolle boeken met een kleiner bereik te gaan subsidiëren.

In Nederland slaagde men erin, net als in en paar andere Europese landen, de vaste prijs door gemeenschappelijke inspanningen van uitgevers, boekverkopers en de ministers van Economie en Cultuur te handhaven. Tegen de Europese regeling inzake concurrentiebeding in. Er resteerde maar één hobbel: de boeken die uit het buitenland worden geïmporteerd, zouden buiten de vaste prijs-afspraak moeten blijven. Toen men daarmee instemde, kon er - dacht men - door eurocommissaris Karel van Miert geen bewaar meer gemaakt worden tegen de Nederlandse regeling.

Men had echter buiten de waard gerekend. Eind april verraste Van Miert de KVB met een omvangrijk statement of objections, een uitvloeisel van een klacht die door een 'prijsbreker' in Brussel was gedeponeerd. Sindsdien is het boekenvak weer in rep en roer. KVB-voorzitter Van Krevelen getuigt in Boekblad van zijn verontwaardiging: 'Het enige wat je hiervan kunt zeggen is dat de overheid uiterst onzorgvuldig handelt.'

Demissionair staatssecretaris van Cultuur, Aad Nuis, heeft met steun van Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en België de vaste boekenprijs op de agenda weten te krijgen van de vergadering van de Europese raad van Cultuurministers van 28 mei.

Willem Kuipers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden