Vaste boeken of vaste prijs?

De vaste boekenprijs in Nederland loopt op zijn einde. In 2005 zal er een alternatief moeten komen voor de huidige situatie....

In 1997 verleende de minister van Economische Zaken een tijdelijke ontheffing op de wet die verticale prijsbinding verbiedt. De ontheffing bepaalt dat uitgeverijen aan de boekhandels een vaste prijs voor een boek opleggen en hen twee jaar verbieden het boek voor een andere prijs te verkopen. De toenmalige wet economische mededinging maakte het mogelijk op basis van het algemene belang een ontheffing te verlenen. Met de nieuwe mededingingswet wordt dit een stuk lastiger, zoniet onmogelijk. De vaste boekenprijs wordt dan gezien als een kartelafspraak, die concurrentie geen kans geeft. Vooralsnog ging het boekenvak ervan uit dat de ontheffing zou worden omgezet in een wettelijke regeling voor een vaste boekenprijs, iets wat in veel Europese landen al gangbaar is. Maar het kabinet had andere plannen.

In december 2000 liet minister Jorritsma van Economische Zaken weten dat wat haar betreft de vaste boekenprijs kan verdwijnen. De minister twijfelde of verticale prijsbinding wel de juiste manier is om een pluriform boekenaanbod te creëren. Om dit te onderzoeken gaf zij het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau opdracht het systeem van de vaste boekenprijs kritisch te bekijken. De plannen van de minister konden vrijwel meteen rekenen op onrust en protest binnen de boekenwereld.

Meer bijval kreeg de tegenactie uit de Tweede Kamer. Twee partijen pleitten wél voor een vaste boekenprijs. Femke Halsema van GroenLinks en Boris Dittrich van D66 sloegen de handen ineen en presenteerden afgelopen week een concept voor een wettelijke vastlegging van de vaste boekenprijs. Zij stellen daarin voor de vaste boekenprijs te behouden en wettelijk vast te leggen.

Het onderzoek van het CPB/SCP gaf verschillende oplossingen voor het probleem in 2005. De conclusies van het onderzoek zijn echter onduidelijk; Boek en markt kan zowel als een pleidooi vóór als tegen de vaste boekenprijs worden gezien. De belangrijkste redenen voor deze onduidelijkheid is onzekerheid over de toekomst. Omdat Appelman en Van den Broek niet konden beschikken over kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld de verkoopcijfers en het aantal uitgaven van een uitgeverij, mist het rapport economische onderbouwing. Ondanks deze omissie geeft het rapport drie alternatieven voor de vaste boekenprijs.

De eerste oplossing die het rapport noemt, is een totale afschaffing van de boekenprijs. Een bezwaar tegen het huidige systeem is dat het te vrijblijvend is. Boekhandels en uitgeverijen zijn niet verplícht om hun overwinst te investeren in minder goed verkopende boeken. De onderzoekers geven niettemin aan dat de gevolgen van afschaffing van de vaste boekenprijs erg onzeker zijn. De gevolgen voor kleinere boekhandels kunnen groot zijn. Zelfstandige boekverkopers zullen zonder een vaste boekenprijs moeite hebben om te overleven. Als de vaste prijs wordt losgelaten, hebben boekhandels de mogelijkheid om hun waren goedkoper aan te bieden. In de praktijk komt het er op neer dat vooral de grote winkels profiteren van een dergelijke regeling. Kleine boekhandels hebben vaak niet genoeg inkomsten om met de prijzen te stunten. Deze winkels zullen verdwijnen en dat zorgt ervoor dat er vooral in de minder dichtbevolkte gebieden een afname van het aantal boekhandels plaatsvindt.

Deze gevolgen lijken waarschijnlijk als je de situatie in het buitenland bekijkt. In België is de vaste boekenprijs in de jaren tachtig afgeschaft. Inmiddels is er in Vlaanderen één boekhandel op 25.000 inwoners te vinden. In Nederland is er nu één boekhandel op 10.000 mensen. In Frankrijk heeft men in 1979 de vaste boekenprijs afgeschaft. Ook daar waren de gevolgen snel zichtbaar. Boekhandels gingen failliet en de gemiddelde prijs van een boek steeg met 29 procent. Twee jaar na de afschaffing van de vaste boekenprijs heeft de regering haar beslissing teruggedraaid en is er een wettelijke regeling voor een vaste boekenprijs ingesteld. Naast deze terugloop van het aantal boekhandels vreest het boekenvak ook voor een verschraald winkelaanbod. Er zal een 'bestsellercultuur' ontstaan waarbinnen minder goed verkopende boeken geen plaats vinden.

De tweede oplossing van het rapport probeert deze vermindering van het aantal boekwinkels tegen te gaan. Het rapport stelt overheidssubsidie voor boekverkopers voor om zo het aantal winkels op peil te houden. Wil de subsidiëring borg staan voor een pluriform en uitgebreid boekenaanbod dan zal het huidige systeem, waarin bijvoorbeeld bibliotheken subsidie onmtvangen, fiks moeten worden uitgebreid. Het gevolg zal zijn dat de stroom aanvragen met duizenden per jaar groeit, wat de overheid veel geld zal kosten. Ook is onduidelijk hoe de diversiteit in het aanbod van boekhandels werkelijk kan worden beschermd. Een beoordelingsysteem is omslachtig en subjectief. Het is de vraag of we toe moeten naar een duur systeem dat een grotere participatie vraagt van de overheid dan de vaste boekenprijs. Daarnaast is het subsidiesysteem, in tegenstelling tot de vaste boekenprijs, in strijd met de Europese wetgeving wegens ongeoorloofde staatssteun.

De derde oplossing is de minst radicale en het meest geliefd binnen de literaire wereld. De onderzoekers stellen voor het systeem van de vaste boekenprijs te behouden. Wel zou de prijs in plaats van twee jaar, slechts een half jaar lang worden vastgelegd. Volgens de onderzoekers is deze termijn meer in overeenstemming met de looptijd van een boek en zou het de uitgevers genoeg tijd geven om hun kosten terug te verdienen. Maar ook hier ontbreken cijfers om deze stellingen werkelijk te kunnen onderbouwen.

Boek en markt is niet het gezaghebbende rapport geworden waarop de politiek en de boekenbranche had gehoopt. Het belangrijkste bezwaar betreft de onduidelijkheid over het onderzoeksobject. Want wat is de vaste boekenprijs nu eigenlijk? En wat was de reden voor de ontheffing in 1997? Waar gaat het de uitgeverijen, boekhandelaren en auteurs nu eigenlijk om? Er is nooit duidelijk gedefinieerd wat precies de beoogde doelen zijn van de prijsbinding. Het rapport had daarom geen uitgangspunt voor haar onderzoek.

Ondanks deze onvolledigheden zal het nieuwe kabinet uiterlijk dit jaar een beslissing moeten nemen over de situatie na 2005. Zij zullen een keuze moeten maken voor één van de drie oplossingen, of zij zullen het wetsvoorstel van Halsema en Dittrich aannemen. Het is afhankelijk van de doelstelling van het nieuwe kabinet hoe de vaste boekenprijs zal worden behandeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden