Interview Xavier Vandamme

Vandamme over Festival Oude Muziek: ‘Als ik iets hoor dat ik geweldig vind, wil ik daar als het ware een megafoon naast zetten’

Onder leiding van Xavier Vandamme blijft het Festival Oude Muziek maar groeien. Hoe stelt hij het programma samen? En, waar blijven de Nederlandse ensembles?

Beeld Merel Corduwener

Bij het woord Bourgondië zullen de meeste mensen denken aan overvloedige feestmalen en drankgelagen. Dat is mede te danken aan de historicus Johan Huizinga, die in zijn meesterwerk Herfsttij der Middeleeuwen met ongekende stilistische brille het leven aan het Bourgondische hof schetste. Het hertogdom, dat de grootste delen van de Nederlanden had ingelijfd, was in de late Middeleeuwen het rijkste van Europa.

Maar er werd niet alleen gegeten. Muziek had een even hoge prioriteit. De bloei van wat we tegenwoordig de Franco-Vlaamse polyfonie noemen, meerstemmige vocale muziek, valt samen met de hoogtijdagen van het hertogdom.

Volgend jaar is het een eeuw geleden dat Huizinga’s Herfsttij verscheen. Het Festival Oude Muziek, wereldwijd het grootste in zijn soort, loopt er met het thema Het Bourgondische leven op vooruit. Van 24 augustus tot en met 2 september kun je in de kerken van Utrecht en in festivalhart TivoliVredenburg terecht voor muziek uit de Middeleeuwen, Renaissance en Barok.

De verantwoordelijke heet Xavier Vandamme (46). Hij is sinds 2009 directeur, dit is de negende editie die hij heeft samengesteld. Onder zijn leiding blijft het festival maar groeien: de 36de editie, vorig jaar, trok 71 duizend bezoeken.

Moet ik u Belg of Vlaming noemen?

‘Belg. Liever Europeaan. Ik ben ook voorzitter van REMA, het Europese netwerk voor oude muziek, daardoor ben ik voortdurend op reis. De identiteitspolitiek in België, de tegenstelling tussen Vlamingen en Walen, is een alleen maar grotere rol gaan spelen sinds mijn vertrek. Daarnaast ben ik volwassen geworden in Brussel, van daaruit is het moeilijker om die kampen te begrijpen. In Brussel is het niet Frans versus Nederlands, je hoort er tientallen talen door elkaar!

‘Voordat ik naar Utrecht kwam, werkte ik als adjunct-directeur en strategisch adviseur bij de muzikale tak van het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) in Brussel. Het ene jaar moesten de teksten op ons drukwerk eerst in het Frans en dan in het Nederlands zijn, het volgende jaar andersom. Iedereen snapt dat het zo moet, maar niemand neemt het echt serieus; we gaan er glimlachend mee om. Als wij Belgen één talent hebben, dan is het talent voor surrealisme.

‘Ik voel me inmiddels net zo Nederlands, hoor. Dat iedereen overal een mening over heeft en aan tafel maar wat roept, daar moest ik aan wennen, maar ik heb geleerd dat het een heel productieve manier van samenwerken is. Ik voel me hier heel… Hoe noemen jullie dat ook alweer zo mooi? Senang.’

Sinds uw aantreden heeft een paar Belgische groepen een prominente plek verworven. Het koor Vox Luminis en het ensemble Graindelavoix worden steevast primetime geprogrammeerd.

‘Maar of daar een verband is met mijn achtergrond? Poeh. Ik ga alleen uit van kwaliteit. Als ik iets hoor dat ik geweldig vind, wil ik daar als het ware een megafoon naast zetten. Ik zie Vox Luminis niet als een Belgisch koor. Lionel Meunier, de leider, is een Bourguignon en de zangers hebben elkaar op het conservatorium in Den Haag leren kennen. Ze krijgen subsidie in België omdat het er toevallig tussen lag, haha.

‘Vox Luminis is wel een voorbeeld van een club die we echt gepusht hebben. Ieder jaar keken we naar de programma’s; of we samen een stapje verder konden gaan. Van Graindelavoix kan ik niet zeggen dat dat ensemble dankzij ons is doorgebroken, al hebben ze in Vlaanderen wel meer erkenning gekregen door hun succes in het buitenland. En het Huelgas Ensemble van Paul van Nevel is inderdaad ook Belgisch, maar was al lang en breed gearriveerd voor mijn komst.’

Het valt des te meer op omdat er de laatste jaren nauwelijks of geen Nederlandse oudemuziekensembles doorbreken. Althans, ze spelen niet op uw festival.

‘Dat is problematisch ja. Nederland was in de jaren zeventig, tachtig en begin jaren negentig het absolute gidsland. Wie zich in historische uitvoeringspraktijk en oude instrumenten wilde bekwamen, ging in Den Haag of Amsterdam studeren. Die leidende positie van de Hollandse School is echt voorbij. Hoe het komt? Ik ben geneigd het in grote golven te zien. Als je 30 of 40 jaar aan de top staat en een bepaalde esthetiek uitdraagt – in dit geval die van objectiviteit, een esthetiek waarin altijd de componist voorop moest staan en waarin de uitvoerder maar een voetnoot moest zijn, is het logisch dat er op een gegeven moment vermoeidheid optreedt.’

Een groep als Holland Baroque krijgt prima recensies, maar speelt al jaren niet op Festival Oude Muziek.

‘Ik wil niet op namen ingaan. We hebben een internationale blik en het aanbod is echt heel groot. Iedereen wil in Utrecht spelen. Soms moet ik ook nee verkopen aan goede vrienden, dat kan heel pijnlijk zijn.’

Ziet u het niet als een verantwoordelijkheid om de Nederlandse oudemuziekcultuur te stimuleren?

‘Ja wel, maar die interpreteer ik niet als een soort protectionisme. Het is onze taak om goed op te letten wat op het gebied van oude muziek gebeurt, in Nederland en ver daarbuiten. We moeten groeimogelijkheden zien, er moet echt wat gebeuren: musici moeten technisch van heel hoog niveau zijn, het geheel moet kloppen. Overigens, we hebben naast het festival door het jaar heen ook het Seizoen Oude Muziek, daarin geven we ook groepen de kans.’

Eerder nog dan Belgischer is de programmering er Franser op geworden.

‘Op dit moment is Frankrijk hét gidsland. Dat komt omdat er rond 2000 enorm is geïnvesteerd. Er is een hoop privémecenaat. Ensembles hebben ervan geprofiteerd dat het subsidiestelsel regionaler is geworden; als er in Rouen geld was, kon een ensemble zich daar vestigen en subsidie krijgen. Dat ik meer Franse groepen programmeer, heeft niet zozeer te maken met mijn smaak, de vijver is er gewoon groter. Ik ben op zoek naar vernieuwing en dáár is het experiment.’

Festival Oude Muziek. 24/8 t/m 2/9, diverse locaties in Utrecht. Info en kaartverkoop: oudemuziek.nl

Wat is er bijzonder aan het Festival Oude Muziek dit jaar? Zes zaken uitgelicht.

1.Het openingsconcert is dit jaar anders dan anders. Het is niet zoals gebruikelijk één concert in de grote zaal van TivoliVredenburg, maar een spectaculaire parade door de stad waarbij je vier concerten voorgeschoteld krijgt als dwarsdoorsnede van het festival. 

2.Josquin Desprez, verwekker van polyfonie die tegelijkertijd labyrintisch en transparant is, is de bekendste componist uit de 15de eeuw. Maar hoe vaak krijg je de kans om meer dan een week lang dagelijks een mis van hem te horen? Steeds om 17.00 uur kun je een shot Josquin halen. Ook een mooie kans om alle ensembles te vergelijken die zijn werk uitvoeren en er uiteenlopende stilistische opvattingen op na houden. Johannes Ockeghem komt eveneens voorbij. Zijn Requiem wordt uitgevoerd door Diabolus in Musica (27/8).

3. De barokke held Jean-Philippe Rameau (1683-1764) was een échte Bourgondiër, want geboren in Dijon. De componist – innovatief, scherpzinnig en speels – heeft vandaag de dag niet de faam die hij verdient. Op het festival hoor je zijn motetten door Vox Luminis (25/8), zijn zelden gespeelde opera Les Boréades door Collegium 1704 (29/8) en een reconstructie van zijn orgelwerken door Benjamin Alard (31/8).

4.Een andere ‘focuscomponist’ heeft eigenlijk niets met Bourgondië te maken. Klavecimbelkoning François Couperin was Parijzenaar pur sang, maar het is 350 jaar geleden dat hij werd geboren, dus tijd voor een feestje. Kijk of je een kaartje kunt vinden voor de Orgelmis door Jean-Luc Ho & Les Meslanges (30/8).

5. Over Graindelavoix kun je onmogelijk géén mening hebben. Ervan overtuigd dat de vroege polyfonie lang niet zo engelachtig klonk zoals ze nu meestal wordt uitgevoerd, maar kelig, met een korrel op de stem, splijt het ensemble het publiek in twee groepen: bewonderaars en mensen die er niets van moeten hebben. Vijf dagen lang krijgt Graindelavoix de sleutel van de Janskerk. De groep maakt er een experimenteerruimte van, waarin ook muziek uit de vorige eeuw mag klinken, zoals van John Cage (1912-1992, inmiddels ook best oud dus).

6.Het festival heeft de afgelopen jaren zijn inhoudelijke profiel versterkt. Er zijn maar liefst drie symposia – over de luit, Josquin en Rameau. Voor de leek is er dagelijks om 9.30 uur een college in de zomerschoolserie. Om 18.30 uur zijn er iedere dag gratis toegankelijke lezingen van musici en onderzoekers die je bijpraten over de ontwikkelingen in hun vakgebied.

Terugkerend verschijnsel

Anders dan bij een popfestival, koop je voor Festival Oude Muziek een kaartje per concert. En anders dan bij Lowlands of Pinkpop, gaat het niet zozeer om de line-up. Sterker, veel ensembles en artiesten komen (bijna) ieder jaar terug, zoals Vox Luminis, The Tallis Scholars, Jordi Savall en Camerata Trajectina, dat zich specialiseert in Nederlands repertoire. De namen mogen dan vertrouwd zijn, de muziek die wordt uitgevoerd is in sommige gevallen eeuwen niet meer te horen geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.