Vandaag doe ik de F

Bij het Zwarte Woud ligt Trossingen, het stadje waar mondharmonica's vandaan komen. Caspar Janssen en fotograaf Daniel Rosenthal horen de muziek er over straat waaien....

Het duurt even, het gaat heuvel op en heuvel af, naaldbos volgt op naaldbos, maar dan, als de schemering valt, staat het er toch: Trossingen, Musikhochschulstadt. In de Hauptstrasse gaan de winkels net dicht en wordt het stil. Donker is het nu ook, en koud. Toevallig staan we pal voor het nieuwe, moderne gedeelte van de Staatliche Musikhochschule, het conservatorium. Maar ook daar is het stil.

Tja, Trossingen. Paris ist die Stadt der Liebe, Trossingen die Stadt der Musik, meldt de gemeentelijke website. Met valse bescheidenheid schiet niemand iets op. En het is waar: voor kenners van de mondharmonica is Trossingen (15 duizend inwoners) een begrip. Dit plaatsje in Zuid-Duitsland, even ten oosten van het Zwarte Woud in Baden-Württemberg, geldt als mondharmonicahoofdstad van de wereld.

Sterker: zonder Trossingen had veel Amerikaanse bluesmuziek uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw anders geklonken. De Pan American Blues van DeFord Bailey, de muziek van mondharmonicalegendes als Sonny Terry, Sonny Boy Williamson, Little Walter en Walter Horton en ook de stoomtreinmuziek van Palmer McAbee: zonder Trossingen was die muziek misschien zelfs nooit gemaakt.

Want Trossingen is de Hohnerstadt, het is de stad waarin Matthias Hohner 151 jaar geleden de kunst van het mondharmonica- bouwen afkeek van een plaatsgenoot. Hohner vestigde een fabriek op landbouwgrond tussen twee dorpen in. Bij zijn overlijden, in 1902, was dat het centrum van Trossingen. Hohner had toen wereldwijd al vier miljoen mondharmonica’s verkocht, waarvan een groot deel in Amerika. Zijn vijf zonen zetten het imperium met succes voort (ze gingen ook accordeons bouwen) en in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw had de fabriek meer dan vijfduizend werknemers.

Dankzij Hohner kreeg Trossingen onder meer een treinstation, stadsrechten, een conservatorium, een concertzaal, Hohner Musikgruppen en een HohnerKonservatorium (muzieklerarenopleiding).

Nu is de fabriek weg uit het centrum, we moeten het doen met het goed geconserveerde voormalige ketelhuis dat is omgebouwd tot Kulturfabrik. En dat ketelhuis staat er wat verloren bij, zeker overdag, als er niets te doen is. Aan de overkant zien we wel het statige gemeentehuis – in 1904 met mondharmonicageld gebouwd. In de tussenliggende ruimte vestigde een ensemble van bijna vierduizend Trossingers vorig jaar het wereldrecord mondharmonicaspelen, vanwege het 150-jarige jubileum van Hohner.

Nu loopt er één moeder met kinderwagen richting Hauptstrasse, de niet al te grootsteedse winkelstraat van het stadje.

Maar toch: er valt nog wel iets terug te vinden van het rijke muzikale Hohnerverleden. Zo zit je voor je het weet in de voormalige villa van Matthias Hohner, tegenwoordig een tierelantijnenwinkel met een ‘Café in der Villa’. En een aantal gebouwen van het Hohnercomplex staat nog wel overeind.

In het Deutsche Harmonikamuseum, even verderop in de Löwenstrasse, gooit directeur en conservator Martin Häffner muntjes in een jukebox. Achtereenvolgens schallen Hey Baby van Bruce Channel, Groovin’ with Mr Bloe van Mr Bloe, Groovin’ van The Rascals, Juke van Little Walter en Join Together van The Who door het museum. Allemaal schitterende mondharmonicahits.

Ook Charles Bronsons mondharmonica in Once upon a time in the West, komt voorbij.

Het museum van Martin Häffner kreeg in 1987 de volledige Hohnercollectie in de schoot geworpen toen de fabriek – destijds in doodsstrijd – het materiaal voor een miljoen mark verkocht aan de deelstaat Baden-Württemberg. De voorwaarde was dat er een museum zou worden ingericht. Dat deed de historicus Martin Häffner met smaak en liefde. Rond de 25 duizend mondharmonica’s plus heel veel accordeons telt de collectie die Häffner gedoseerd tentoonstelt. We zien mondharmonica’s met kogelgaten uit de oorlog, maar bovenal harmonica’s, doosjes en reclame uit alle landen. We herkennen prinses Juliana, ‘onze Jantjes’ en Ajax.

Häffner heeft zijn bakkebaarden laten groeien in Matthias Hohnerstijl, vanwege de festiviteiten rond Hohners 175ste verjaardag op 12 december. De afbeelding van Matthias Hohner – met die bakkebaarden – staat op miljoenen mondharmonica’s over de hele wereld en is dus wereldbekend. ‘Typisch hoor’, zegt Häffner, ‘al die zwarte bluesmuzikanten met dat karakteristieke Duitse hoofd op hun Hohner Marine Band-mondharmonica’.

Hij haalt een reclameaffiche uit 1895 tevoorschijn, waarin alle volkeren ter wereld zich verzamelen onder het banier: We all want Hohner Harmonicas. En een afbeelding van mariniers met mondharmonica’s, uit 1900, appellerend aan heimwee, het sentiment waarmee de mondharmonica groot werd.

Hohner richtte zich met succes op Duitse emigranten die naar Amerika vertrokken. In hun voetspoor ontdekten zwarte landarbeiders het goedkope instrument. De grote doorbraak van het kleinood kwam met de opkomst van de blues. Zwarte muzikanten ontdekten dat ze op de mondharmonica blue notes konden spelen. De mondharmonica als blues-harp was geboren. Later drong het instrument ook door tot de country (Johnny Cash maakte Hohnerreclame), folk, rock en jazz (Toots Thielemans).

Martin Häffner vindt dat Trossingen gebruik moet maken van het in de wereld zo ‘ijzersterke merk’ Hohner. Hij heeft daarom, met het oog op toekomstige toeristenstromen, zojuist een Martin Hohnerwandeling samengesteld. ‘U heeft de primeur.’

Maar eerst nog even naar het industrieterrein waar de Hohnerfabriek tegenwoordig is gevestigd. De directeur, Klaus Stetter, verhaalt hoe Stevie Wonder hem en productmanager Gerhard Müller vorig jaar tijdens een concert in München op het podium riep terwijl hij op zijn nieuwe Hohner speelde. En hij toont de handgesigneerde Bob Dylan-mondharmonica’s die net op de markt zijn.

Hohner verloor snel marktaandeel. In de jaren tachtig kostten miljoenen aan investeringen in de computermarkt zijn bedrijf een vermogen. De laatste tien jaar herstelde Hohner zich, maar in Trossingen werken nu nauwelijks nog 200 mensen – de productie werd deels naar China overgeplaatst.

Productiemanager Müller groeide op met Hohner en met de mondharmonica. Hij bespeelt het instrument zelf, zoals zoveel streekgenoten. In de fabriek in Trossingen worden de duurdere mondharmonica’s gemaakt, deels nog handmatig. In aparte hokjes zitten veelal oudere werknemers die – naast de elektronische meting – ook op gehoor de gewenste toon meten. Even verderop is een medewerker bezig een toon op metalen plaatjes te bevestigen, zoals dat heet. ‘Vandaag doe ik de F’, zegt hij droog.

In de Musikhochschule, dat nu zo ongeveer het centrum van het stadje vormt, klinkt van alles, behalve mondharmonica. In het oude gebouw zijn honderden studenten van alle nationaliteiten in de weer met trommels en blaasinstrumenten, met computers en met elkaar.

De Matthias Hohnerwandeling loopt langs het bescheiden geboortehuis van Hohner, het mooie boerenhuis uit 1832 van dorpsgenoot Christian Weiss, en het protserige mausoleum voor Matthias en zijn vrouw Anna op het Hohner-familiekerkhof, een met een muurtje afgebakend apart deel op de algemene begraafplaats. Inbegrepen: een prachtig uitzicht op het dal en de heuvels in de verte.

In het stadje begint nu, vrijdagmiddag, muziek te klinken. Iemand speelt piano achter een gesloten raam, drie hoornblazers oefenen samen, een groep amateurmuzikanten speelt in een oefenlokaal. En in het HohnerKonserva-torium – niet te verwarren met het echte conservatorium – klinkt een accordeon. Deze muziekschool is gevestigd in een versleten gebouw met schitterende, brede, krakende houten vloeren en trappen. Hier leren binnen- en buitenlandse studenten accordeon en mondharmonica. ‘De interesse is niet meer zo groot als vroeger,’ zegt Matthias Bender (24), die in een van de zolderkamertjes accordeon aan het oefenen is. ‘Accordeon is niet meer zo populair, maar ik heb hier een geweldige oefenruimte voor weinig geld.’

Weer beneden horen we dan eindelijk de mondharmonica. Niet één, maar wel tien tegelijk. In een oefenruimte geeft docent Christian Möller enthousiast les. Twintig bijna-pubers, percussionisten en mondharmonicaspelers oefenen alle genres, van swing tot tango, van rock tot blues.

Buiten klinkt nog meer muziek, op deze vrijdagavond gedempt door verse sneeuwval. Een examenfeest met feestband, vage klanken van een accordeon. Maar een openbare gelegenheid, waar toevallig net een bluesband speelt, dat lukt vanavond niet. Dat bevestigt het beeld: iedereen speelt muziek in Musikstadt Trossingen, maar toch blijft het een beetje stil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden