Van wie was de Februaristaking?

Wie zijn hoop heeft gevestigd op de historische canon als bindmiddel in een versplinterende samenleving, doet er goed aan de geschiedenis over de beleving van de Februaristaking van Annet Mooij te lezen....

Morgen zal het defilé weer langs De Dokwerker trekken, ter herinnering aan het protest op 25 en 26 februari 1941 tegen de anti-joodse maatregelen van de Duitsers. Dat is nu 65 jaar geleden, en al die jaren heeft het aan aandacht, geschiedschrijving, brochures, polemiek en onmin nooit ontbroken. Precies daarover handelt De strijd om de Februaristaking – en daarom is dit bescheiden boek zo’n puntgave illustratie van geschiedenis die in seculiere samenlevingen nogal eens als godsdienst zonder God fungeert. Het effect blijkt in de praktijk menigmaal niet zozeer de gewenste binding te zijn, als wel richtingenstrijd en de bereidheid om de andere partij de kop in te slaan.

Wat is er eigenlijk gebeurd toen het anonieme pamflet Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!! eind februari 1941 in omloop kwam? Die kwestie markeerde vanaf de Bevrijdingsdag bij wijze van spreken de Koude Oorlog tussen de communistische partij CPN en de rest van Nederland.

Meteen al bij de eerste herdenking in 1946 was er onenigheid over de vraag of de Februaristaking een ‘spontaan’ protest was geweest, dan wel of de CPN daarin een essentiële rol speelde. Annet Mooij hakt die knoop in een paar pagina’s door: de CPN had de staking inderdaad georganiseerd, het was de CPN’er Lou Jansen die het beroemde stakingspamflet had geschreven, en het was de communist Piet Nak die de gemeentewerkers tot staken had aangezet. Maar deze feiten waren onmiddellijk na de oorlog buiten de partij niet welkom. Vooral de oproep van CPN-leider Paul de Groot na de Duitse inval in mei 1940 om (vanwege het Molotov-Ribbentrop-pact) een ‘correcte houding’ aan te nemen tegenover de bezetters, had kwaad bloed gezet. Zodoende was het een uitgemaakte zaak dat de CPN in de ogen van de overige Amsterdamse politiek ‘geen rol’ kon hebben gespeeld bij de staking.

Paul de Groot maakte het er niet beter op door bij gelegenheid van de Russische inval in Praag (1948) te verklaren dat de loyaliteit van de Nederlandse communisten bij de Sovjet-Unie lag. Een steeds benardere CPN vond meer en meer zijn eigen rechtvaardiging als ‘de partij van de Februaristaking’. In de communistische gelederen werd de geschiedschrijving gaandeweg net zo hard aangepast als daarbuiten: niet Lou Jansen bleek in 1948 het pamflet Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!! te hebben geschreven, maar Paul de Groot. De staking zelf was niet langer een ‘sentimentele daad’ van protest tegen het Duitse anti-semitisme, maar het begin van de strijd tegen de fascistische klassevijand.

Begin jaren vijftig had de herdenking zich, rondom het beeld De Dokwerker van Mari Andriessen, ontwikkeld tot een krachtig lieu de mémoire. Maar als gevolg van de onverzoenlijke verhoudingen waren er twee herdenkingen gekomen. ’s Morgens die van de gemeente, met kranslegging en toespraak van de burgemeester, en in de namiddag (zodat de arbeiders er na het werk bij konden zijn) die van het Herdenkingscomité, dat feitelijk in handen was van de CPN. Partijleider De Groot nam als een echte secretaris-generaal-in-zakformaat het defilé af, waar in die tijd wel tienduizenden mensen op afkwamen. Zo essentieel was de herdenking voor het communistische zelfbeeld, dat de uitstoting in 1958 van onwelgevallige elementen als Gortzak en Wagenaar c.s. zijn symbolische vorm kreeg in hun uitsluiting bij De Dokwerker. Zij hielden hun eigen armzalige herdenking en stonden afzijdig van hun voormalige kameraden op de Blauwbrug te koukleumen.

Halverwege de jaren zestig raakten de verhoudingen enigszins genormaliseerd met de komst van een nieuwe generatie politici. Ed. van Thijn werd fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad, Harry Verheij zijn CPN-tegenhanger. Er werd onderhandeld alsof er een regeerakkoord moest worden gesloten, met een uitkomst die iets tragisch-kluchtigs bleef houden. Er kwam een akkoord over één gezamenlijk defilé. Maar omdat de partijen het verder nergens over eens konden worden, werd er voortaan niet meer bij De Dokwerker gesproken. Aan de zwijgende kranslegging kwam pas in 2001 een einde, na lang ijveren van burgemeester Schelto Patijn.

In stilte of niet, de herdenking bleek algauw na de oorlog heel geschikt om ook andere zaken dan de Februaristaking onder de aandacht te brengen. Voor de communisten werd de oorlog na mei 1945 sowieso met andere middelen voortgezet, zodat het voor de hand lag om in één moeite door te protesteren tegen de Duitse herbewapening of tegen terugkerend fascisme in welke vorm dan ook. Naarmate de CPN in toenemende mate in zijn bestaan werd bedreigd, werden de netten breder uitgeworpen. In 1970 was er sprake van ‘Biafra inzetten’, en nog iets later, toen de partij een korte opleving doormaakte in de studentenbeweging, was elke leus goed, als het maar solidair was, van kraak- tot homobeweging en alles wat daartussen zat.

De CPN bestaat al vijftien jaar niet meer, de herdenking van de Februaristaking leeft nog volop. Het symbool heeft zijn oorspronkelijke betekenis ruimschoots overleefd en hecht zich tegenwoordig moeiteloos aan nieuwe gewetensworstelingen. Laatstelijk vroeg Huub Oosterhuis zich bij De Dokwerker af of de positie van 26 duizend afgewezen asielzoekers te vergelijken is met de 126 duizend joden op wie in de oorlog werd gejaagd. ‘Wat worden wij voor een land als wij mensen zo aan hun lot overlaten?’ Aanmerkelijk minder dramatisch is het lespakket van het Verzetsmuseum (‘Verzet je!’) dat de dilemma’s van de Februaristakers verduidelijkt aan de hand van het thema pesten op school. ‘Wat doe je op het schoolplein als er iemand wordt gepest?’

Annet Mooij werd zelf niet vrolijk van haar eigen onderzoek. ‘Want treurig is het om te zien hoe zo’n uitzonderlijke daad van solidariteit belast werd met een naleven vol leugens en kleingeestigheid, ruzie en uitsluiting.’ ‘Hoe mooier en zuiverder de erfenis, hoe aantrekkelijker het voor velen is haar op te eisen.’ Dat is de niet onbelangrijke les van deze terughoudend geschreven micro-studie voor de canonbedenkers: geschiedenis heeft geen eigenaar – vooral niet als er moed en onbaatzuchtigheid te halen zijn.

Annet Mooij: De strijd om de Februaristaking. Balans; 174 pagina’s; € 17,50. ISBN 90 5018 768 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden