Van werkzee tot speelmeer

Deze maand is het 75 jaar geleden dat de Afsluitdijk gereed kwam en de Zuiderzee IJsselmeer werd. Rolf Bos en fotograaf Bert Verhoeff reisden, deels geïnspireerd door het album Langs de Zuiderzee van Jac....

De route naar de Afsluitdijk voerde in 1982 langs Sliedrecht, Werkendam, Harlingen en Urk. Voor verhalen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Afsluitdijk waren we indertijd op zoek naar de – toen oude – mannen die in de jaren twintig en dertig hadden meegeholpen aan de bouw van de 32 kilometer lange dam, die van de zoute Zuiderzee een zoet IJsselmeer zou maken.

We vonden die mannen en ze verhaalden van een Nederland zoals wij niet meer kenden. Een Nederland met andere arbeidsverhoudingen, met grootschalige armoede en met – toen nog wel – zeer strenge winters.

Keetbaas, waren ze geweest, slikbuiger, visser, krammatwerker of steenzetter. Ze hadden nog meegemaakt dat Urk, Wieringen en Marken eilanden waren, ze hadden op Zuiderzeeharing gevist, ze hadden overwinterd op werkeilanden in de legendarisch strenge winter van 1929, ze hadden op zaterdag 28 mei 1932 om 13.02 uur de laatste scheppen keileem in het gat van de Vlieter, het sluitgat van de Afsluitdijk, gegooid.

Deze mannen hadden nog meegemaakt dat op 14 januari 1916 de dijken braken na een zware storm op de Zuiderzee. De Waterlandschen Zeedijk verkruimelde daarbij over een lengte van anderhalve kilometer. Ook bij Edam brak een dijk door. Er waren zestien doden te betreuren op Marken. Het oude plan tot afsluiting en gedeeltelijke inpoldering van de Zuiderzee van ingenieur Cornelis Lely, die al in 1886 de Zuiderzeevereniging oprichtte, werd weer uit de kast gehaald. Ditmaal werden de plannen aangenomen. De Zuiderzee zou worden ingepolderd en gedeeltelijk worden drooggelegd. Nu 75 jaar later, ligt die dijk er, ‘strak als een gespannen snaar’, van Den Oever tot Zurich.

Negentig jaar geleden, toen het IJsselmeer nog Zuiderzee heette, fietste Jac. P Thijsse, als altijd getooid met hoed en vlinderdasje, op zijn herenrijwiel langs de boorden van het zeewater. Die tochtjes resulteerden in het Verkade-album Langs de Zuiderzee, waarin Thijsse, het is 1914, al voorvoelde dat die zoute binnenzee ooit zou verdwijnen: ‘Ga nu de Zuiderzee zien, eer het te laat is. Want lang zal ‘t niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes.’

De onderwijzer, oprichter van Natuurmonumenten en bij zijn dood in 1945 gekwalificeerd als een ‘groot Nederlander en begaafd leidsman’, fietste in dat album voor de koekjesfabrikant rond de zee die binnen twee decennia ‘meer’ zou zijn. Over de inpoldering: ‘We raken er heel wat moois door kwijt, bewaar dus dit album voor uw achterkleinkinderen.’

Die achterkleinkinderen, dat zijn wij, 21ste-eeuwse Nederlanders. Wij, fotograaf en journalist, zijn 75 jaar na de bouw van de Afsluitdijk op zoek gegaan naar de sporen van het land van Thijsse, naar het land van de dijkwerkers uit de vorige eeuw. We fietsten van Stavoren naar Urk, we wandelden over het vergeten eiland Schokland, we trapten tegen de wind van Kuinre naar Genemuiden, we namen de boot van Enkhuizen naar Stavoren, we kuierden van Amsterdam naar Muiderberg, we vlogen bij Lelystad de lucht in.

We fotografeerden en we noteerden en zagen dat het Nederland van Thijsse niet langer bestaat. Ja, als je tussen Muiden en Muiderberg op de oude zeedijk naar links kijkt, dan zie je Pampus nog net zo liggen als in 1914. Ook op de dijk bij Blokzijl zal er iets van herkenning zijn, in het Gaasterland is godzijdank ook weinig verschoven, de binnensteden van Enkhuizen en Hindeloopen zijn niet op de schop gegaan.

Maar verder?

Het land is veranderd én er wonen andere mensen. De streek rondom het IJsselmeer is een land van recreërende burgers geworden, van vutters op hun randonneurs of hobby-motorfietsen. De modieuze stadsstranden worden bevolkt door halfnaakte, rosé-nippende dames (ach, wat hadden we graag Thijsses opmerkingen over dit fenomeen gehoord), het eertijds zoute viswater is het domein geworden van zeiljachten en kitesurfers.

Jac. P. Thijsse zou dit land met zijn grote windmolens nauwelijks herkennen. Ook de mannen die tussen januari 1927 en mei 1932 met basaltzuilen in de weer waren, de mannen die ‘meters maakten’ op hun Afsluitdijk, zouden het hoofd schudden. Waar zijn de dijkwerkers, waar zijn de polderjongens, waar zijn de vissers?

En, zouden ze vragen: wordt hier nog wel gewerkt?

Nauwelijks, zouden wij antwoorden, de werkzee werd speelmeer, een plas vol recreanten, waar nog slechts een beetje gewerkt wordt. In de horeca, op de sluis om de vele zeiljachten door te laten, op de boot tussen Stavoren en Enkhuizen, op de reddingsboten die patrouilleren op winderige dagen dat het meer zwart ziet van de witte zeilen. En er worden door al die fietsers, motorrijders en watersporters nog steeds meters gemaakt, maar het zijn wel volstrekt andere meters dan die van de steenzetters destijds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden