Van Warmerdam: Al mijn films zijn komedies

De zevende film van Alex van Warmerdam gaat over een ‘Hitler in een jurk’. 'De laatste dagen van Emma Blank' noemt hij een grimmige komedie.

Voor zover hij het zich kan herinneren (‘ik vergeet veel’), begon het idee ooit zo: een vermogende vrouw is stervende – of zegt stervende te zijn – en laat zich verplegen door haar personeel, dat ze als een tiran aan haar wensen onderwerpt. Gaandeweg ontdekken we dat er iets aan de hand is met dat personeel.

‘Ik weet nog wel dat ik dacht: zo!’ Handenwrijvend: ‘Dát is een goed idee, daar kan ik mee aan de slag.’

Filmer en theatermaker Alex van Warmerdam (1952, Haarlem) ontvangt in zijn prettig rommelige werkruimte – rekwisieten, belastingpost – aan de rand van een industrieterrein in Amsterdam-West. Op tafel staat een maquette van een huis met ebbenhoutzwarte muren. Het decor voor zijn zevende speelfilm De laatste dagen van Emma Blank. Over de plot, of zijn eigen rol als een van de verplegers van Emma, wil hij zo min mogelijk kwijt. ‘Je moet stapsgewijs achter de onderlinge relaties komen.’

U noemt uw nieuwe film een komedie. Bij gebrek aan een beter woord?

‘Komedie ja. Geen comedy, dat is iets op televisie. Tja. Een tragikomedie dan? Een zwarte komedie, een grimmige komedie? Van mij hoef je het helemaal niks te noemen. Het zal me worst wezen. Ik vind het een geestige film. Ook het gewelddadige erin vind ik geestig. Het is niet zo dat je gaat huilen, of ontroerd raakt. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik denk dat al mijn werken komedies zijn.’

In De laatste dagen van Emma Blank zitten verschillende geweldsuitbarstingen. Soms grimmig, soms bijna slapstick. Weet u dat vooraf, of sluipt dat vanzelf in uw werk?

‘Dat gaat al schrijvende, vermoed ik. Het is wel zo, bij zo’n scène met een graf, dan verheug ik me er echt op daar iemand in te gooien.’

Er zit ook een scène met een dode allochtoon in, tussen de dagjesmensen op het strand. Ik moest daarbij denken aan de aangespoelde Afrikaanse vluchtelingen op de Canarische eilanden.

‘Nu je het zegt: ja. Nooit aan gedacht. Die beelden van die toeristen in bikini, die dan twee meter verderop een beetje verstoord zitten te kijken.’

Kan het zijn dat u per ongeluk een actuele film heeft gemaakt, met hebzucht als centraal thema?

‘Actueel is zo’n raar woord. En hebzucht is zo oud als de mensheid. Trouwens: de film is gebaseerd op een toneelstuk van tien jaar geleden, Adel Blank. Ik heb het wel herschreven, die strandscène is nieuw. Maar ik heb vooral veel geschrapt. Elke zin die maar weg kon, is eruit. Dat komt ook door Kleine Teun. Dat was óók een toneelbewerking, en daar had ik meer in moeten schrappen. Ik denk altijd: hoe minder ondertiteling, hoe beter.’

Toen hoofdrolspeelster Marlies Heuer extra informatie vroeg over haar personage Emma, antwoordde u: ‘Hitler in jurk.’ Dat is voldoende?

‘Het moet nu niet overdreven worden, maar dat was wel de belangrijkste aanwijzing ja. Met name vrouwen gaan bij zo’n rol direct op zoek naar menselijke trekken.

‘Marlies was er huiverig voor dat het een hele nare vrouw zou worden, maar het ís een nare vrouw. Sylvia Poorta, die de rol op toneel speelde, had daar ook moeite mee. Toen heb ik ook gezegd: je speelt Hitler in een jurk, laten we het nou eenvoudig houden.

‘Het is acteurs eigen om tijdens het repetitieproces allerlei nuances te zoeken. Ik waak er zelf ook wel voor dat het niet plat wordt. Emma doet heus wel pogingen – gemankeerde, ijzige pogingen – om vrede te sluiten met de mensen om haar heen.’

Als iemand ernstig ziek is, schikken de mensen in de directe omgeving zich vaak in een nieuwe rol. Plukt u dat uit de werkelijkheid, voor u zulke situaties uitvergroot?

’Dat weet ik niet. Ik heb zelf nooit iemand hoeven verzorgen. Mijn vader is nu twee jaar dood. Die stond aan de vooravond van een ziekbed, en op die vooravond is hij dood neergevallen – waarschijnlijk tot zijn eigen vreugde, en die van ons. Een prettige dood. En mijn moeder leeft nog, dus ik heb verder nooit iemand hoeven verzorgen. Dat is maar goed ook, want daar ben ik heel slecht in.’

De makers van de Zweedse vampierfilm Let the Right One In, noemden uw humor onlangs typisch Zweeds.

‘Dat las ik ja. Het valt me op dat ik steeds vaker tot die Scandinavische school word gerekend. Ik ben erg benieuwd naar die film. Meestal als mensen mij naar een film sturen en zeggen: dit moet je zien, het lijkt wel wat op jouw werk, vind ik het afschuwelijk. Delicatessen vond ik een weerzinwekkende film. En dat Amélie vond ik ook niet te doen: sentimentele quatsch. Maar met sommige van die, zeg maar, noorderlingen, voel ik wel een soort verwantschap. Jensen met Adam’s Apples. Of Roy Andersson, die bouwt alles zelf in een studio. Dat is het allermooiste wat er is. Zijn film You, the Living, daar was ik op een vreemde manier heel erg door ontroerd. Dat is met zoveel liefde en precisie gemaakt. Raar dat zo’n film niet eens een Gouden Palm wint.’

Maakt het u veel uit, dat De laatste dagen van Emma Blank niet geselecteerd is voor het festival in Cannes?

‘Vind ik wel jammer ja. Ik was er wel met Kleine Teun (1998, red.), en toen vond ik er geen bal aan. Maar goed, een film moet verkocht worden, en Kleine Teun is heel goed verkocht. Ik weet ook niet precies hoe dat werkt, zo’n selectie. De noorderlingen is destijds door één man van Cannes gezien. Die zag er niets in, en dan houdt het op. Waarom Kleine Teun dan wel? Dat snap ik niet. Maar gelukkig hoef ik dat ook helemaal niet te snappen.’

Alex van Warmerdam. (Kippa) Beeld © Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden