Van Velsen dé architect van 2016

Het is het jaargetijde van de architectuurprijzen. Koen van Velsen wordt gelauwerd met de titel Architect van het Jaar en die heeft hij mede te danken aan het nieuwe station in Breda.

Van Velsens ontwerp voor het nieuwe station Breda. Foto anp

'Een architect in de klassieke zin van het woord, die in alle rust en ernst aan perfectie werkt', zo omschrijft de jury van de Architect van het Jaar Prijs winnaar Koen van Velsen, die dit jaar zijn meesterwerk, NS-station in Breda, voltooide. Hij heeft de prijs gisteren ontvangen uit handen van Rijksbouwmeester Floris Alkemade.

Klassieke elementen

Het eindejaars architectuurprijzencircus is daarmee compleet. Vorige week werden de Abe Bonnemaprijs voor Jonge Architecten uitgereikt aan Ard de Vries voor het (nieuwe) landgoed Valkenberg in Twente, de Amsterdamse Zuiderkerkprijs aan M3H architecten voor woongebouw De Smaragd en de Geurt Brinkgreve Bokaal aan Office Winhov voor het W-hotel in de gerenoveerde Kasbank.

De jury's zijn opvallend eensgezind in hun keuze voor architectuur waarin klassieke elementen als compositie, textuur en materiaal centraal staan. Ook prijzen ze architecten die zich niet profileren als 'probleemoplossers', maar voortbouwen op tradities en de bestaande omgeving. Zo wilde Koen van Velsen met zijn ontwerp voor station Breda 'de stad aanhelen', waarbij hij koos voor baksteen, het bouwmateriaal van Breda. De Vries werkte met (gerecyclede) natuursteen en lokaal gekapt eikenhout. M3H borduurt voort op de baksteen- architectuur van de Amsterdamse School, Office Winhov herstelde een bankgebouw uit 1908 in oude glorie.

Dienstbaarheid

De herwaardering voor traditie en ambacht past in een trend. Met de economische crisis die in 2008 toesloeg, is een streep gezet onder het tijdperk Superdutch, de generatie architecten die onder aanvoering van Rem Koolhaas in de jaren 90 internationaal naam maakten met hun radicale concepten en spektakelgebouwen. Terug naar de basis, zo luidt het devies.

Naast alle lof voor deze architectuur was er ook de kritische Abe Bonnemalezing. Hiervoor wordt jaarlijks een spreker uitgenodigd om te reflecteren op de Nederlandse architectuur. Deze keer was dat architectuurcriticus Hans Ibelings.

Dat het thema voor de Bonnemaprijs dit jaar 'dienstbaarheid' was, past volgens hem bij de sombere stemming van dit moment. 'Wat ik denk te zien, ook buiten de architectuur, is een afkeer van experts. (...) Een deskundige is verdacht, een vakman wordt geprezen in dit tijdperk waarin crafts, maken en zelfs knutselen hoog staan aangeschreven. Voor architecten, die zich op de grens van professie en ambacht bevinden, van weten en kunnen, is dit mogelijk een aanleiding om geleidelijk op te schuiven en zich nu niet meer te beroepen op hun autoriteit als deskundige maar juist op hun ambachtelijke vaardigheden.'

Ibelings haalt Henry Ford aan, die stelde dat als hij zich dienstbaar had opgesteld, hij de mensen geen auto's, maar 'snellere paarden' had moeten geven. Snellere paarden, dat is waar de Nederlandse architectuur - alle technologische innovaties ten spijt - nu vooral op wedt.

Hij verwacht dat de zoektocht naar 'de kern van de architectuur' van korte duur zal zijn. Verhouding, textuur, ornament - het zijn interessante onderwerpen, 'maar het klinkt mij toch een beetje alsof ik als schrijver zou beweren dat voor mij spelling en grammatica belangrijker zijn dan wat ik te vertellen heb'.

Een tweede risico van de focus op vorm en materiaal is dat de architectuur zich onttrekt aan maatschappelijke vraagstukken waaraan ontwerpers een bijdrage kunnen leveren, aldus Ibelings. Een paar jaar terug, midden in de crisis, hoorden we het omgekeerde: werd architectuur met al die sociaal geëngageerde bottom-up buurtketen van sloopmaterialen niet te veel houtje-touwtje? Was er nog wel aandacht voor het ontwerp?

Dat het een het ander niet uitsluit, bewijst Architect van het Jaar Van Velsen met station Breda: een gebouw dat een groots gebaar maakt naar de stad en haar bewoners, en tot op de laatste schroef klopt.


Koen van Velsen

Architect Koen van Velsen (1952) begon zijn carrière begin jaren tachtig met de radicale verbouwing van zijn eigen woonhuis en bureau aan de Spoorstraat in Hilversum. Andere bekende gebouwen zijn de Pathé-bioscoop op het Schouwburgplein in Rotterdam, de Filmacademie in Amsterdam en revalidatiecentrum Groot Klimmendaal bij Arnhem, waarmee hij in 2010 de Hedy d'Anconaprijs voor zorgarchitectuur won. In 2016 voltooide hij een sportcentrum in Rozenburg en station Breda.