Boekrecensie Bredero

Van Stipriaan plaatst Bredero vernuftig in zijn en onze tijd (vijf sterren)

Om Van Stipriaans ingenieuze constructie van leven, werk en roem van Bredero kan niemand heen.

Beeld Deborah van der Schaaf

Hoe komt het dat Bredero’s 400ste sterfdag uitgebreid herdacht wordt, maar de 150ste van Jacob van Lennep alleen in kleine kring, terwijl sterfdagen van Willem Kloos, W.F. Hermans, Constantijn Huygens, P.C. Hooft, Betje Wolff enzovoorts onherdacht voorbijgaan?

Waarom Bredero wel? De belangstelling voor literatuur en schrijvers uit het verleden is immers tanende. Literatuurspecialisten moeten hun toevlucht nemen tot allerlei verjongingskuren op hun stof om nog enige kans te maken op aandacht voor de oude canon. Als literatuurgerontologen weten ze wat nog wel enigszins helpt. Hertalingen, bewerkingen, inkortingen en biografieën zijn de rollators, botox en viagra voor de oude letterkunde.

René van Stipriaan: De hartenjager – Leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero

Querido; 360 pagina's; € 24,99
Vijf sterren

De aandacht voor Bredero ebde al kort na zijn vroege dood weg. In de achttiende eeuw was hij vrijwel geheel vergeten. Hij werd te scabreus geacht, te grillig, te onordelijk. Zijn werk rook te veel naar jenever, schreef een onderzoeker. Pas na het midden van de negentiende eeuw veranderde de houding ten opzichte van Bredero ingrijpend.

Toen maakte met name de letterkundige en romanschrijver Jan ten Brink van hem de Bredero die hem tot in onze tijd zo geliefd maakt: de tragisch verliefde minnaar, de onvermoeibare grappenmaker, de zuipschuit, de onbehouwen literator en de schilder van het ware Amsterdamse volksleven in die ongeëvenaarde plastische taal van hem. Maar ook al kreeg Bredero de reputatie van publiekslieveling: gelezen en gespeeld wordt hij nu niet of nauwelijks meer. Herdacht wel degelijk – met een biografie, met symposia, met lezingen en met een plaquette bij de plek waar hij begraven werd.

Het leven van Bredero

De nieuwe biografie van Bredero door René van Stipriaan, De hartenjager,  kan als een rollator van bijzonder machtige en ingenieuze makelij gezien worden voor Bredero’s herintrede. Van Stipriaan geeft een schat aan ingangen om een diepere greep op zijn persoon en werk te krijgen – ingangen waarmee hertalers en uitgevers en vooral ook toneelregisseurs aan de slag kunnen. Want om Van Stipriaans ingenieuze constructie van leven, werk en roem van Bredero kan niemand heen. Over het leven van Bredero zijn maar heel weinig feiten overgeleverd, niet veel meer dan geboorte- en sterfdatum (1585-1618), data van publicaties en van toneelvoorstellingen, en zijn lidmaatschap van de rederijkerskamer d’Eglentier en van de Eerste Nederduytsche Academie. Over reizen, liefjes, inkomen, scholing en dergelijke is niets bekend.

Wat dat betreft stond Van Stipriaan voor dezelfde problemen die Stephen Greenblatt (1943) had toen hij het leven van Shakespeare beschreef in William en de wereld  Hoe Shakespeare Shakespeare werd (2004). Het lijkt erop dat Van Stipriaan aan hem een voorbeeld genomen heeft, door evenals Greenblatt minutieus en inventief naar het werk te kijken, en naar de samenhang daarvan met de tijd waarin de schrijvers leefden. Van Stipriaan geeft een meeslepende schets van de veranderende tijd van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw, waarin Amsterdam van een plattelandsstadje een metropool werd, mede dankzij een braindrain van Antwerpse vluchtelingen. Daardoor ontstond in korte tijd een culturele explosie. 

Van Stipriaan stelt hier de terugslag tegen het einde van Bredero’s korte leven tegenover, toen de bankschroef van de contraremonstranten aangedraaid werd, daarmee de censuur toenam, en ook het classicisme op toneel en in de literatuur oppermachtig werd. Dat is de historische mise-en-scène van Van Stipriaans biografie. Maar hij wijst ook op het moderne van Bredero’s oeuvre. Zijn thema’s kunnen moeiteloos in onze tijd gepast worden: met passages over economische vluchtelingen, fakenieuws, globalisering, mensenhandel, #MeToo-gedrag, gedwongen huwelijken, immigranten die volgens jan modaal worden voorgetrokken door de autoriteiten, woeker en speculatie, ongelijkheid van de seksen, obesitas, ontkerkelijking, het belang van netwerken, overlastgevende toeristen. Zelfs laat Van Stipriaan het gedicht ‘Eenicheydt is Armoedt’ prematuur slaan op premier Rutte:

Wat baat u de voochdy van Landen en van Steen?

En ’t prachtighe ghebouw vol duure kostel-heden,

Daer ghy in woont verseldt met princelijcke stoet,

Als gij des nachts alleen in ’t bedde slapen moet?

Kort samengevat: wat heb je aan macht en rijkdom als je ’s nachts in je bed alleen moet slapen?

De zelfmoord van Bredero

Van Stipriaan bouwt zijn boek vernuftig op door eerst Bredero’s tijd te kenschetsen, meteen gevolgd door een uitgebreid hoofdstuk over de neergang van Bredero na zijn dood en de herwaardering vanaf midden negentiende eeuw. Daarna zoomt hij dieper in op Bredero’s werk, met hoofdstukken over de klucht, de liefdespoëzie, de religieuze poëzie en over Bredero’s melancholieke laatste jaar. Van Stipriaan legt door scherpzinnig lezen opzienbarende verbanden tussen werk en leven, waarna de conclusie vrijwel onontkoombaar is: Bredero’s leven moet wel met zelfmoord zijn geëindigd. 

Die slotsom heeft nogal wat aandacht getrokken. Tot nu toe werd aangenomen dat Bredero stierf aan een longziekte, opgelopen doordat hij acht maanden eerder door het ijs gezakt was. Dat is natuurlijk veel minder spectaculair dan zelfmoord van de 33-jarige dichter. Als Van Stipriaan niet zo’n nauwkeurig en nauwgezet lezer van het werk van Bredero was geweest, en als hij niet zo tot in details analyserend tot zijn conclusie was gekomen, zou men hem kunnen verwijten de zelfmoord als mediatrekker ingezet te hebben. Maar het tegendeel is waar: zijn haarscherp opgebouwde betoog laat geen andere slotsom toe. Van Stipriaan toont zich een ware literatuurgerontoloog in deze biografie vol vaart en diepgang, die ook nog eens voortreffelijk geïllustreerd is. Je zou het veel andere schrijvers gunnen dat een zo begenadigd onderzoeker en zo vaardig stilist zich zo verdiept in hun werk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.