Van Sofokles tot Hazes

Hoe vrij de adaptaties zijn, mogen classici en neerlandici in de komende jaren nog eens haarfijn napluizen. Als de proeffragmenten die de auteur vijf jaar geleden publiceerde in de A.F.Th.-special van het tijdschrift Optima (19e jaargang, nr.1), representatief zijn, dan heeft hij Sofokles-vertalingen als basis gebruikt, waarna hij dat raamwerk heeft losgetornd en uitgebreid met eigen vondsten en bevindingen. Men neme de openingsscène van Drijfzand koloniseren: een Rotterdamse hooligan brengt op een congres de Nederlandse delegatie op de hoogte van de dood van hun voormalige voorman. ‘Movo*dood?’ ‘Net zo dood als ik levend ben.’ ‘Hoe?’

De tragedie Oidipous in Colonos opent met een bode die meldt: ‘Thebaanse burgers, om het saam te vatten/ zo bondig mooglijk: Oidipous is dood. Maar in geen korte rede kan men zeggen/ wat daar gebeurde en hoe ’t zoal verliep.’ En op de vraag van de koorleider, ‘Dus stierf de arme man?’, antwoordt de bode: ‘Ja, twijfel niet: voor al wat levend is, is hij verscheiden.’

In de proefvertaling die Van der Heijden uit zijn werkboek lichtte ten behoeve van het Optima-nummer, werd dat nog: ‘Londenaren, Clubleden, sympathisanten!, om maar met de deur in huis te vallen: Movo is dood. Maar om in even kort bestek samen te vatten hoe een en ander in z’n werk ging, dat zal moeilijker zijn.’ Koorleider: ‘Achgut, de arme man is dus overleden?’ Supporter: ‘Zowaar ik hier sta. Hij is nu net zo dood als ik in leven ben.’

Toen Van der Heijden dit wereldkundig maakte, schreef hij vooraf dat het fragment deel ging uitmaken van deel 6 van de Homo duplex-reeks, getiteld Het bewaakte moment. Van die titel is evenwel geen spoor meer te bekennen in de lijst met liefst 21 titels ‘in voorbereiding’, die achter in de nieuwe novelle staat. Ergens tussen 2001 en 2006 heeft Van der Heijden zijn werkplan kennelijk aangepast, met als opmerkelijk gevolg dat we nu na de voorzet, deel 0 (De Movo Tapes uit 2003), al een soort appendix krijgen bij de reeks die zelf nog steeds moet verschijnen.

Als om de lezer ervan te doordringen dat deze schrijver een hekel heeft aan het schools afwerken van een ambitieus werkplan, omdat scheppingsdrift nu eenmaal een mysterieuzer route volgt dan de schriftelijk aangekondigde, stelt hij ons achterin zelfs een deel 5 in het vooruitzicht van De Tandeloze Tijd-cyclus, die tien jaar geleden scheen afgerond: de roman Averij. Een en ander illustreert de schier tomeloze wijze waarop Van der Heijden aan zijn oeuvre bouwt: tegelijk in de breedte en in de lengte.

Als er in de moderne Nederlandse letteren één schrijver moet worden aangewezen die het klassieke voorschrift respecteert om via vertalen en vervolgens navolgen tot een eigen emulatie te komen, dan is het A.F.Th., die op de kaft van zijn nieuwe boek zijn achternaam er weer bijgetrokken heeft. En als de classici één pleitbezorger willen voor hun eeuwige verzekering dat ‘reeds bij de Grieken’ alle conflicten tussen het menselijke en goddelijke in klare verzen stonden opgetekend, dan is hij het wel.

Maar Van der Heijden blikt, als gezegd, niet alleen terug. In de nieuwe vertelling vinden we een echo van de verhalen over Oidipous en Antigone, maar tevens maakt de auteur toespelingen op burgemeester Job Cohen (de mens weet ‘de boel bij elkaar te brengen en te houden’), het rouwvertoon om André Hazes (als hooliganleider Rimmer was gesneuveld, hadden ze hem ‘per lijkwagen drie keer de mat van De Teil rond gereden, met tot slot twee minuten stilte op de middenstip. Daarna de Bruiloftsmars door de fanfare, met een hoop gepoetst koper’), Pipo de Clown (zegt een meisje dat uit sterven gaat: ‘Dag, vogels. Dag, bloemen. Dag, kinderen’), Jules Deelder (‘Rotterdam, niet te filmen*Rotterdam is veels te echt’), en een gruwelijke zelfmoord-performance, live in een reality tv-uitzending.

Als om te demonstreren hoe weids zijn greep is, laat Van der Heijden de clubleden in het Rotterdamse hooligancafé Zora’s Place moduleren van de grofste spreektaal naar het bloemrijkste vocabulaire: ‘Nou, vanochtend had de morgenstond mat zilver in de mond. Dat waren die aluminium honkbalknuppels waarmee ze ons een lesje dachten te leren. Aluminium met een laagje dauw erover: het zonnetje zette er lekker z’n tanden in.’

Het Oidipous-verhaal krijgt op deze manier een injectie van jewelste. Waar hij en zijn nazaten mee worstelden, is inderdaad van alle tijden. Met een werveling van personages, die voorafgaand aan Drijfzand koloniseren keurig staan gerubriceerd in volgorde van opkomst, slaat Van der Heijden aan het jongleren met de antieke verhaalstof. Zijn moderne Oidipous, Movo, is dood, horen we al meteen, en wat volgt is het krankzinnige verhaal over zijn drie kinderen, twee zonen en een dochter: de ene broer slaat de andere dood, de zus wil (als Antigone) de dode eervol begraven, maar krijgt daarvoor geen toestemming, en terwijl de stamgasten van Zora’s Place welbespraakt filosoferen over de mens, stevent hun schepper af op een orgie van geweld, die tot minstens zes doden leidt.

Al is Movo dood, zijn complex of ‘vloek’ (vader vermoord, moeder beslapen, en zich pas later bewust van hun identiteit) waart nog immer rond. Dat was eeuwen terug al zo, dat zal in 2023 niet anders zijn.

Lees Van der Heijden, en realiseer je, bij alle genot dat zijn taalexplosie verwekt: dat Sofokles nog zo springlevend kon zijn, is behalve verheugend ook regelrecht schrikbarend.

A.F.Th. van der Heijden: Drijfzand koloniseren – De erven Movo. Querido; 146 pagina’s; € 11,50ISBN 90 214 6757 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden