Van schuur naar kelder: een ode aan jazzpodium Persepolis

Van 1957 tot 1967 wist een groepje Utrechtse tieners te stunten door jazzsterren uit binnen- en buitenland naar hun zelfgebouwde jazzclub Persepolis te halen. Aanstaande zondag keert een aantal muzikanten van toen terug voor een ode aan de kelder.

Een rokerige zwart-witfoto uit 1948 van saxofonist Dexter Gordon. Hij was een van de topartiesten die heeft opgetreden in Persepolis. Beeld Herman Leonard

De werfkelder huurden ze voor 50 gulden (bijna 23 euro) per maand. Ze bouwden er een podium, een bar en uit oude verfbussen maakten ze lichtspots. Het publiek kon op sinaasappelkistjes zitten. Voor het geluid beplakten ze de gewelfde muren met kartonnen eierdozen. Het bordje boven de ingang las de tekst: Persepolis.

Hoe ze het klaarspeelden? Over die vraag kan Jaap van de Klomp (77) zich vijftig jaar later nog achter de oren krabben, wanneer hij de programma-affiches uit die tijd doorbladert. De namen die daarop staan, liegen er niet op. Een selectie: de Amerikaanse tenorsaxofonisten Sonny Rollins (toen opkomend, inmiddels een legende) en Dexter Gordon (idem), Johnny Griffin (die samen met stersaxofonist John Coltrane speelde), en trompettist Donald Byrd (onderdeel van de iconische groep Jazz Messengers).

Mede door toedoen van Van de Klomp werd de Utrechtse jazzclub Persepolis, en daarmee Utrecht, in 1963 een bescheiden stipje op de Europese jazzkaart. Hij was het, die erin slaagde grote namen naar de zo bescheiden kelder te halen met, ja wat eigenlijk?

In 1957 besloot een groep jongens, middelbare scholieren, uit de Utrechtse wijk Tuindorp op zoek te gaan naar een plek om samen naar jazzmuziek te kunnen luisteren. Radiozenders liepen nog niet bepaald warm voor het nieuwe subgenre hardbop, dat volgde op het meer beleefde swing en dixieland. Voor platenzaken gold dat evenzo. De ouders van Karel Nooyen, een van de jongens, stelden hun schuur - een opslagplaats voor fietsen en brommers in de buurt - beschikbaar. Persepolis was geboren.

Bestond het programma de eerste weken nog alleen uit plaatjes draaien op zondagmiddag (uit de eigen collectie van de jongens), al op de startavond van het eerste volle seizoen '58 speelde een onverminderde top bill de sterren van de hemel. Zangeres Rita Reys, begeleid door het trio van pianist en latere echtgenoot Pim Jacobs, met Ado Broodboom op trompet en Toon van Vliet op saxofoon; polderjazz van internationale allure.

Jazz-zangeres Rita Reys, 2009. Beeld anp

'Jazz was spannende muziek. Het was harmonisch en ritmisch geavanceerder dan alles wat ik daarvoor gehoord had. Maar het was ook abstract. Je hoefde het niet te begrijpen. Je moest er alleen door gegrepen worden.'

Drie maanden na zijn eerste bezoek is Van de Klomp officieel bestuurslid van Persepolis. Hij verzorgt de publiciteit: maakt de affiches en zorgt voor de verspreiding ervan. Als er iets te doen is in Persepolis, staat hij vrijwel altijd achter de bar. In een goede maand blijft er iets over. Subsidie was uitgesloten. Leden betalen een paar gulden per jaar. In ruil daarvoor kregen ze een programmaboekje gestuurd. Dat was genoeg om de artiesten van te betalen.

Na twee jaar verruilt Persepolis De schuur voor De kelder. Uit noodzaak: Karel was niet meer betrokken bij de organisatie, zijn ouders wilden hun schuur terug. Voor de culturele bourgeoisie heeft de club zich al bewezen. Van de wethouder krijgen Van de Klomp en Guus von Biela, het duo dat inmiddels vrijwel alle organisatorische taken op zich neemt, eenmalig een klein budget toegeschoven om op de zandvloer in de vervallen werfkelder een podium te bouwen, een piano aan te schaffen en zelf een stroom- en waterleidinkje aan te leggen. De sinaasappelkistjes uit De schuur verhuizen mee.

Op topavonden verkoopt Persepolis 250 kaartjes. Om zit- of staplekken wordt nooit een probleem gemaakt. Vanuit welke hoek van de club je de muziek ook hoorde, je was nooit meer dan een paar meter verwijderd van het podium. Later opgetekende memoires van bezoekers omschrijven hoe de kelder blauw kon staan van de rook, het afsteken van een lucifer onmogelijk was door het lage zuurstofpeil.

In januari 1963 weet Van de Klomp voor een sensatie te zorgen wanneer bekend wordt dat de dan al gelauwerde Amerikaanse saxofonist Dexter Gordon naar Persepolis zal komen. Artiesten van soortgelijk statuur deden, als ze al naar Nederland kwamen, alleen het meer chique en vooral grotere Concertgebouw aan.

Tekst gaat verder na video.

Een krantenbericht in Het Vrije Volk, waarin gesuggereerd werd dat Nederland geen jazzclubs kon bieden aan artiesten als Gordon, zette Van de Klomp aan tot actie. 'Puur gelul, dacht ik.'

Van de Klomp schrijft een brief naar een jazzclub in Kopenhagen. Hij weet dat Gordon daar de komende dagen speelt. Van de eigenaar ontvangt hij na een paar dagen positief bericht: de saxofonist is bereid om (voor 'niet meer dan 200 dollar') de trein naar Utrecht te nemen en twee avonden in Persepolis te spelen. Een telefonische bevestiging door Van de Klomp vanuit een hotel in de stad - thuis was er nog geen telefoon - maakt de deal rond.

'Ik kan me niet voorstellen dat ik veel sterke argumenten in die brief kon noemen', meent Van de Klomp. Aan de andere kant: jazzmuzikanten, bekend of niet, leefden vaak in de marge. Ze reisden alleen door Europa op zoek naar plekken om te spelen. 's Avonds stonden ze liever te spelen dan dat ze alleen in een hotelkamer zaten, zelfs als het podium geen groot publiek bood.

De zaken lopen gesmeerd. Tot 1967, wanneer de jazzprogrammering plots inzakt. Artiesten zijn minder vaak in Europa te vinden. Van de jazzmuzikanten die blijven, stort een meerderheid zich op de opkomende freejazz. 'Dat was misschien leuk voor de muzikanten, maar de luisteraar kon weinig met die muziek.' De populariteit van 'beatgroepen' als de Stones, Cream en The Who nam alsmaar toe. 'Jazz was niet meer aan de orde. Die beatmuziek was veel leuker.'

Kort daarna sluit Persepolis haar deuren.

Ging de jazzclub ten onder aan haar eigen droomprogrammering? Dat zou je kunnen zeggen. (Wijzend naar een close-upfoto van muzikanten, de eierdozen aan de muur duidelijk zichtbaar) 'Maar als je dit toch ziet. Dát was het hè. Persepolis was niet veel, maar het was van ons.'

Zondag 23 april: Ode aan Persepolis, Utrecht, met o.a. Ack van Rooijen, Rein de Graaff, Ernst Glerum, Han Bennin en ICP Octet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden