Van samenvatting naar samenvatting

DIEFSTAL is de grondslag van de nog maar ruim twee eeuwen oude geschiedenis van de Verenigde Staten. Gelukzoekers kaapten het land weg van de oorspronkelijke bezitters, de indianen....

In 1997, schrijft Graa Boomsma in de inleiding van zijn essaybundel Adam in Amerika, kozen de lezers van The New York Review of Books - onverdachte intellectuelen - massaal John Wayne als held van hun land, 'de vleesgeworden Amerikaanse Adam'. De vogelvrije cowboy belichaamt alle mythische ideeën over de kracht van Amerika: 'Contact met de natuur, wantrouwen tegenover bestuur, eerbied afdwingen door initiatief, en een sceptische houding tegenover de eisen van deskundigen.' De strijd tussen blank en zwart, tussen winners en losers, is het tweede oerthema in een land dat in korte tijd een wereldmacht werd en een technologie opbouwde die afvallers in de rat race dreigt te verzwelgen - thema nummer drie.

Graa Boomsma zocht in de moderne Amerikaanse literatuur naar de nieuwe archetypische Amerikaan: iemand die zich pijnlijk bewust is van het beladen verleden. Het personage dat hij tegenkwam in moderne historische romans is 'ontworteld en onthecht maar weet zich een nieuwe Adam, die de oude, geneigd tot zonde, met zich meedraagt'. Typerend voor de moderne Amerikaanse literatuur, schrijft Boomsma, in weerwil van het oude cliché van het 'land zonder geheugen', is haar 'enorme historische besef'.

De schrijvers die hij in deze bundel bijeenbracht - onder anderen William H. Gass, Thomas Pynchon, Don DeLillo, Toni Morrison, Paul Auster, T.C. Boyle en William T. Vollmann -, zijn geobsedeerd door het collectief verdrongen verleden en willen het 'herschrijven'. Maar zij zoeken ook in de nachtmerrie die de geschiedenis is van rassenhaat en oorlogen lichtpuntjes, energie, nieuwe mogelijkheden voor de toekomst. Want pioniers, dat blijven ze. Gedoemde idealisten.

Het zijn prachtige schrijvers, de mannen en vrouwen die Boomsma's voorkeur hebben boven de makers van bloedeloos, gelikt, realistisch 'workshop'-proza dat er de laatste jaren bij een politiek-correct publiek ingaat als koek. Gevaarlijke schrijvers, die onwelgevallige dingen zeggen. Zoals David Foster Wallace, die in Infinite Jest de 'terreur van het amusement' uitbeent, de infantiliteit van zijn generatiegenoten beschimpt, en de dood verklaart aan de ironie, het leuke, alles onschadelijk makende toontje van de tv. Zoals de ijzingwekkende, ironieloze William T. Vollmann, die het op zich neemt het Kwaad in de geschiedenis bloot te leggen en met nieuwe, overrompelende mythen de wereld een perspectief te bieden. Vollmanns motto's zijn ferme teksten van Hitler, Lenin en Stalin - mannen die de geschiedenis maakten. De plaatsen die hij bezoekt in The Atlas, een geografie van de duisternis, zijn smerige bordelen, oorlogshaarden en aids-ziekenhuizen. Uit alle ellende van de wereld smeedt hij zijn broze, glasheldere poëzie.

Het zijn de juiste schrijvers, de noodzaak van een nieuw historisch besef is een prachtig thema, en Boomsma werkt het grondig uit. Zoals alles in deze bundel degelijk, smaakvol en gewetensvol is. Zeg maar gerust correct. Literair correct. De auteur is niet te betrappen op kinderachtige voorliefdes of zorgeloze inconsequenties. Maar dat het om bijzondere, aanbevelenswaardige schrijvers gaat besef je alleen, opnieuw, bij de essays over romans die je zelf hebt gelezen.

Het gaat Boomsma, schrijft hij, niet om 'goede' thema's en schokkende visies. Dat lijkt maar zo. Want heilsboodschappen verkondigen, daar is de literatuur niet voor. Nee, vorm en stijl maken de literatuur. Natuurlijk. Boomsma waagt het niet aan dit dogma te tornen: 'Haar wapens zitten verscholen in de botsing van stijlen en tonen, in de onverwachte zinswendingen, in het schokkende beeld en de dubbele bodem (. . .)'.

Maar waarom weet hij dan niets van zijn geraaktheid door toon, stijl et cetera van de bewonderde schrijvers over te brengen in zijn essays? Boomsma kan een roman 'hilarisch' noemen zonder dat er ook maar iets grappigs aan zijn lange, consciëntieuze samenvatting ervan te ontdekken valt. Met 'ontroerende' beelden en 'meedogenloze' ontmaskeringen gaat het al net zo: geen vonk van het ijverig beschrevene springt over op de lezer, zíjn lezer. Via veelzeggende aforismen over de geschiedenis, zoals het 'iedereen heeft bijna altijd op zijn manier gelijk' van Konrád, het 'Gods dood leidde tot de samenzweringstheorie van de maatschappij' van Karl Popper, Don DeLillo's 'History is guilt' en Carlos Fuentes' 'Onthoud de toekomst, verzin het verleden', springt de essayist onvermoeibaar van samenvatting naar samenvatting.

Boomsma toont zich nergens wat een goed essayist zou moeten zijn: een verleider. Hij overtuigt hooguit met zijn smaak, die helemaal in orde is, maar niet met zijn eigen zoektocht, waarop hij de tegenstribbelende lezer zou moeten meesleuren. Hij veegt nijver bijeen, en praat met geleende metaforen, recensieclichés en gouwe ouwe typeringen uit de literatuurgeschiedenis het zaakje aan elkaar. Een hoofdstuk van Vollmann is 'verbazingwekkend omdat de speelse en tegelijkertijd satirische historische verhandeling ondanks een hoog feitengehalte kan wedijveren met de meest vergaande verbeelding' - niet bepaald een volzin die je acuut naar Vollmann doet grijpen.

Een vertelling van Melville 'raakt aan een van de belangrijkste thema's in de moderne literatuur: de vloeibare identiteit als bastion tegen de fictie van het zogenaamde solide ego' - voor het geval we die belangrijke thema's niet meer paraat hadden. Ook erg waar is: 'De wereld zit minder logisch in elkaar dan welke gedachtegang of theorie ook suggereert.' Landschappen waarin oorlogen werden uitgevochten zijn, Armando zei het al, 'schuldig'.

Personages zijn bezig 'de scherven van hun leven op de rand van de afgrond bijeen te rapen', de ondergang gaan we 'fluitend' tegemoet, wanhopigen klampen zich vast aan 'zelfgeschapen illusies'. En talloze malen blijkt de beschaving weer eens 'een vliesdun laagje', ook wel een 'vernis'. De geschiedenis wordt geregeerd door 'moedwil en misverstand', de mensheid gaat gebukt onder 'het menselijk tekort'. Alles is al eens kernachtig verwoord door een ander, dus waarom zou je de lezer met eigen beelden en synthesen lastigvallen?

Graa Boomsma merkt zelden iets oorspronkelijks op, want alle literatuur verwijst immers - Borges zei het al - naar literatuur. Paul Austers poëzie doet hem 'sterk denken aan Nootebooms reizende oog', de romans van Felipe Alfau doen hem denken aan de zin 'er is geen taal zonder bedrog' van Calvino, de 'geografische romans' van Frederic Prokosch herinneren aan Kouwenaars beeld van het landschap als 'gebeurtenis'. Die belezenheid en een scherp oog voor 'intertekstualiteit' zijn respectabel, maar maken wel nieuwsgierig naar wat de essayist, terugkijkend op zijn torenhoge stapel, zelf van zijn lectuur heeft opgestoken.

Bij de zeldzame bloedeigen alinea's van de schrijver veer je niet direct op. 'Is het werkelijk zo erg als Pynchons Vineland het doet voorkomen?' vraagt de auteur zich, op pagina 225 eindelijk eens recht op de man af. 'Is de treurbuis ook een terreurbuis?' Tja. Hij moet de lezer helaas teleurstellen: 'Ik vrees dat mijn antwoord hierop niet echt afwijkt van mijn beeld op de Verenigde Staten als januskop', geeft hij cryptisch toe. 'Beweer je het ene, het negatieve, dan haast je je om het andere, positievere, te noemen. Haatliefde dus. Ik zie de al dan niet georkestreerde manipulatie en tegelijk de onbegrensde mogelijkheden.' Boomsma's visie op het land waarmee hij zich al in tientallen essays diepgaand bezighoudt - er is werkelijk niets tegen in te brengen.

Literatuur valt of staat met de stijl. Dat is een van de vele waarheden als koeien in deze essays, en Boomsma's studieuze werkstukken illustreren die nog maar eens een keer. De geleende jas van de charmante buurman maakt van de drager nog geen onweerstaanbare verleider.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.