Van Roosendaal en Klaasen sterk in decor rauw New York

Heeft u zin in een gezellige familiemusical? Wilt u zich na een dag hard werken laten vermaken door komische acteurs?...

Patrick van den Hanenberg

In 1928 schreef Joseph Moncure March het gedicht The Wild Party over het decadente leven van New Yorkse kunstenaars. Door de obscene inhoud werd pas in 1944 een gekuiste versie gepubliceerd. Vijftig jaar later kwam de originele tekst weer boven water met illustraties van Art Spiegelman en meteen zagen onconventionele theatermakers er een musical in.

Van de twee versies die in 1999 in New York in première gingen wordt het werkstuk van Andrew Lippa als het opwindendst beschouwd. Die versie is door Koen van Dijk vertaald en naar het M-Lab gebracht, het theater waar in de luwte geknutseld kan worden aan potentiële hits.

Queenie (Lone van Roosendaal) is danseres in een vaudevilletheater. Haar relatie met de komiek Burss (Alex Klaasen) stelt weinig meer voor. ‘Alles wat heet is, koelt uiteindelijk af.’

Na een hardhandige ruzie besluit Queenie een feest te houden om het liefdesvuur weer een beetje op te poken. Ze sleept een bonte stoet mensen uit de zijkant van de samenleving het huis in: een bokser, een prostituee, een paar homoseksuele dansers, een nieuwsgierig minderjarig meisje en een oude rivale (Anouk van Es) van Queenie met haar nieuwe aanwinst (Ara Halici).

Wat hoopvol en vrolijk begint loopt gruwelijk uit de hand door drank, drugs en jaloezie. Vanaf het begin, als Lone van Roosendaal verveeld in haar onderjurk op de sofa hangt en Alex Klaasen in smoezelig hemd de krant doorbladert, is duidelijk dat dit geen zoetsappig verhaaltje wordt. De musical gunt je geen moment rust. De tekst is vlijmscherp, de spelers jagen elkaar constant op en de dans is weldadig. Choreograaf John Agésilas heeft wat gespiekt bij de musical Chicago, maar heeft er vooral veel eigenzinnige jazz in gestopt. De muziek is een slimme combinatie van jarentwintigritmen, gospel en het rauwe geluid van het hedendaagse New York.

Maar het succes van de voorstelling heeft vooral met het spel en de zang van Lone van Roosendaal en Alex Klaasen te maken. Van Roosendaal werpt in The Wild Party haar ietwat brave imago van zich af en toont een spannend grimmige kant als zij tussen twee minnaars hangt.

Van Alex Klaasen weten we al lang dat hij de lachers vrijwel direct op zijn hand heeft. Hier is hij kwaad, gefrustreerd, onredelijk en breekbaar en plaatst zich vocaal naast alle grote jongens die de overstap van opera naar musical hebben gemaakt.

Vaak wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat sterren worden geboren aan het slot van een opgeklopte talentenjachtserie op televisie. De echte sterren openbaren zich in de dagelijkse podiumpraktijk. The Wild Party zal een open eind serie in het Circustheater niet halen, maar ruim twee weken Amsterdam is echt te mager.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden