Van non-fictie goeroe tot immorele voyeur

Gay Talese was de goeroe van de verhalende journalistiek, totdat bleek dat zijn laatste boek op drijfzand was gebaseerd. Of is zelfs dat niet waar? Naar aanleiding van de Nederlandse uitgave van 'Het voyeursmotel' haalt Henk Blanken het verhaal, fact or fiction, nog eens op.

Gerald Foos in zijn motel. Beeld Foto uit privéarchief

Toen Gay Talese in april van dit jaar het bizarre verhaal publiceerde over een moteluitbater in Colorado die het seksleven van zijn gasten bespiedde, werd niet die gluurder maar Talese zelf betrapt with his pants down, met zijn broek op zijn enkels dus. De voyeur had gelogen. Had feiten verzonnen. En Talese, de 84-jarige patroonheilige van de literaire non-fictie, donderde van zijn voetstuk.

Ineens was sterverslaggever Gay Talese een vieze oude man, die - nog erger! - een journalistieke doodzonde had begaan: hij had een goed verhaal niet stukgecheckt.

Het was te zot voor woorden.

De geschiedenis van Gerald Foos was dat ook.

Manor House Motel

Van de late jaren zestig tot begin jaren negentig observeert horecaman Foos in het Manor House Motel hoe zijn gasten seks hebben, of juist niet. Door roosters in de plafonds ziet hij hoe een zakenman de hot sheets gebruikt voor een vluggertje, 'een echtpaar uit Colorado het bed deelt met de jonge hengst die in dienst is bij hun stofzuigerzaak', en gehuwde vrouwen hun lover pijpen. Soms masturbeert Foos daarbij, vaker deprimeert het schouwspel hem, als mannen in de wasbak pissen terwijl hun frigide vrouwen tv kijken.

In 1980 benadert deze voyeur Talese, die dan schrijft aan Thy Neighbor's Wife, een al voor verschijning geruchtmakend boek over het seksleven van Amerikanen (de filmrechten worden verkocht voor 2,5 miljoen dollar). Talese doet wat hij doet voor elk verhaal: een beetje rondhangen. In dit geval mengt hij zich onder copulerende naturisten, runt een massagesalon en beduvelt zijn vrouw met zijn buurvrouw.

Gay Talese, Het voyeursmotel, Lebowski, 19,90 euro.

Die man begrijpt mij, moet Gerald Foos hebben gedacht. Hij ziet geen kwaad in zijn voyeurisme. Zijn gasten, noteert Foos in zijn dagboek, zullen nooit weten dat hun privacy geschonden werd door een masturbant op zolder. Zijn motel is een laboratorium waar hij tijdgenoten bestudeert. Zelfs het Kinsey Report, de wetenschappelijke bestseller over het seksuele gedrag van Amerikanen (oorspronkelijk gepubliceerd in 1948, over vrouwen, en in 1951, over mannen), beschikte niet over het levensechte 'materiaal' waartoe hij, Foos, wel toegang heeft.

Talese vliegt naar Denver. Al op de luchthaven bedingt Foos anonimiteit. Dan heb ik geen verhaal, zegt Talese, die in zijn stukken alleen échte feiten en échte namen wil gebruiken. Niettemin laat hij zich meetronen naar de zolder met de roosters, waar hij hurkt en 'naar de slanke vrouw [bleef] staren terwijl ze haar partner pijpte' - hij merkt niet dat zijn 'rood gestreepte zijden stropdas door het rooster heen was gezakt, en nu in de slaapkamer van het stel bungelde'.

Dagboeken

Talese laat het bij dat ene bezoek, maar Foos stuurt hem dagboeken. Verheffende lectuur kan het niet zijn geweest, de passage over 'het geile echtpaar uit Wichita', gezet in de toon van vette porno ('als een dolle kromde zijn bekken zich tussen haar dijen'), en dat allemaal door Foos gelegitimeerd met zijn rol als pionierende seksuoloog, die ontdekt dat alleen lesbiennes de tijd nemen en fellatio populairder wordt als in 1972 de film Deep Throat uitkomt.

Hij zag alles, claimt Foos. Enerverende seks, 'de grootste penis ooit', maar ook beroving, incest, bestialiteit en verkrachting. En een moord.

Als Foos de drugs van een dealer door het toilet spoelt, verdenkt die man zijn vriendin, ze krijgen ruzie, hij wurgt haar. Foos kijkt toe en doet niets omdat de vrouw nog lijkt te ademen, maar de volgende ochtend treft een kamermeisje haar dood aan.

Gay Talese. Beeld ap

Bijna zes jaar later leest Talese over de drugsmoord in de dagboeken van Foos. Enkele nachten kan hij er niet van slapen, maar dan besluit hij Foos niet aan te geven bij de politie. Foos was geen moordenaar, vond Talese, en de vrouw viel toch niet meer te redden.

On the record

Als Foos veel later - hij kan van de artritis niet meer naar zolder - het motel verkoopt, begint Talese het verhaal te vergeten. Totdat Gerald Foos de verslaggever in 2013 meldt dat hij nu wél on the record wil. Foos loopt tegen de 80, is niet meer zo bang voor justitie en hoopt door de publiciteit een collectie sportplaatjes die miljoenen waard moet zijn beter te verkopen. Talese schrijft The Voyeur's Motel, verkoopt de filmrechten, gunt Foos een deel en slijt een voorpublicatie aan The New Yorker.

En dan dondert Gay Talese van zijn voetstuk. The Washington Post ontdekt dit voorjaar dat Foos niet altijd de eigenaar was van het motel. Geschokt neemt Talese afstand van zijn boek, om dat een dag later weer in te slikken. Hij had toch gezegd dat hij niet kon instaan voor alle details? Noemde hij Foos niet al 'een meester in het misleiden'?

Een minder legendarische journalist zou er mee zijn weggekomen, maar Talese is Talese. Zoon van een Italiaanse kleermaker, die al begin jaren zestig reportages schrijft voor The New York Times en lak heeft aan conventies. Zijn verhalen lezen als fictie omdat mensen van vlees en bloed elkaar de nieren proeven in levensechte dialogen, zoals de twee verlepte blondines in de bar waar Frank Sinatra van zijn whisky nipt.

Sinatra liet zich niet interviewen door Talese. Die deed daarom wat hij altijd doet: rondhangen. En schreef toen op dat de crooner verkouden was. Frank Sinatra Has a Cold werd het beste verhaal dat ooit in Esquire verscheen - volgens het blad zelf. Het leerde generaties journalisten hoe elegant een zin kan zijn, zingend, allitererend, vanaf de inzet traag opbouwend naar een climax - net seks, dus.

Een boerse klucht

Als Gay Talese zijn feiten niet checkt, verliest niet alleen zijn reputatie glans. Het genre waarvan hij de peetvader is - en Geert Mak een ijverig neefje - wordt prompt verdacht gemaakt door puristen en piskijkers. Wat op fictie lijkt, gaat vanzelf naar fictie neigen, betoogt The New Republic.

Onzin, uiteraard. Talese beging een blunder.

Of zit het toch anders?

Het voyeursmotel
is niet anders te lezen dan als allegorie, een knettergekke, boerse klucht, die niet over Gerald Foos en seks in Amerika gaat, maar over Talese. Het is een zelfstudie, zegt hij tegen Vulture ('I'm the creepy guy'). En is het geen hint dat Talese de openingszin citeert van The Kingdom and the Power, zijn magnifieke portret van The New York Times: 'De meeste journalisten zijn rusteloze voyeurs die de wratten van de wereld (...) zien.'

Het voyeursmotel is niet Taleses beste boek. Het is een beetje alsof je door dertig jaargangen Penthouse ploetert.

Tenzij het zo bedoeld is en Talese eigenlijk wil zeggen: 'Ik ben misschien een vieze oude man en een immorele voyeur, maar jullie, journalisten voorop, zijn geen haar beter.'

Henk Blanken (1959) is oud-redacteur van de Volkskrant en schreef met Wim de Jong Handboek verhalende journalistiek, AtlasContact, 2014.

Gay Talese

Waarom had Gay Talese de leugens van zijn bron niet eerder door? Cruciaal is de 'moord' op 10 november 1977 waarvan Foos 'getuige' was: drugsdealer wurgt jonge vrouw van Spaanse afkomst. Voor Het voyeursmotel checkte Talese veertig jaar later de politiearchieven. Hij vindt niets behalve een drugsmoord op 3 november 1977. Irene Cruz (28) wordt dood gevonden in het Bean Hotel, even verderop. Talese blijft zijn voyeur serieus nemen; nooit vraagt hij zich af hoe het kan dat in een stadje bij Denver in één week twee identieke moorden plaatshadden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden