Interview

Van muf montagehok naar wereldpremières en weer terug

Volgende week gaat de western Brimstone in première. Gemonteerd door Job ter Burg. Aan Rob van Scheers legt hij uit hoe zijn werk een film kan maken en breken.

Job ter Burg: 'Mise-en-scène is bijna een verloren kunstvorm. Omdat veel films tegenwoordig met meerdere camera¿s worden gedraaid, krijg je alleen nog maar medium close-ups.' Beeld Erik Smits

De grootste drukte is nu even achter de rug. De afgelopen tweeënhalf jaar zette editor Job ter Burg (44) drie grote speelfilms in elkaar. Volledige speelduur: 385 minuten. De kortste was met 96 minuten Schneider vs. Bax van Alex van Warmerdam. De langste is Martin Koolhovens Brimstone, het epische werkstuk van 148 minuten dat volgende week zijn Nederlandse première beleeft. En tussendoor deed hij Paul Verhoevens arthousehit Elle; deze productie van 130 minuten is komende zondag in de race voor twee deftige Golden Globes. Wat je noemt een flinke productie. Interessant ook, dat filmers van zulk divers pluimage allemaal bij Job ter Burg uitkomen. Dat zegt iets over zijn statuur, hij is kort gezegd de topeditor van Nederland, en binnenkort vast ook ver daarbuiten.

'Het was wel even doorbuffelen, ja', zegt Ter Burg in het restaurant van filmmuseum Eye in Amsterdam. 'Overlappende projecten. Dan was ik al aan de volgende film begonnen, maar moest terug naar de eerdere voor de eindmix. Luxe, dat was het ook. Drie regisseurs, drie bijzondere projecten, en allemaal totaal anders. Cineasten met een verschillend temperament bovendien.'

Zou hij hun uiteenlopende stijlen kort kunnen typeren? 'Bij Alex begint het er al mee welke acteurs hij gebruikt. Hij heeft zo zijn eigen stal. Zijn films neigen naar een herkenbare milde stilering van de Nederlandse werkelijkheid. Net als Paul Verhoeven is Alex goed in de zogeheten mise-en-scène: de choreografie van de acteurs en hoe zij zich verhouden tot het camerastandpunt en de objecten. Daarmee kun je een scène dynamiek geven. Mise-en-scène is bijna een verloren kunstvorm. Omdat veel films tegenwoordig met meerdere camera's worden gedraaid, krijg je alleen nog maar medium close-ups. Zouden ze uitzoomen dan komen die andere camera's in beeld. Paul heeft Elle met twee handheld camera's gefilmd, maar het zo uitgekiend dat zijn dynamische stijl daar niet onder te lijden had. Voor Brimstone heeft Martin Koolhoven bijna de tegenovergestelde stijl gekozen. Juist weinig beweging, geen handheld camera's; elk shot is een mokerslag, enigszins overdreven gesteld. Dat past beter bij de duistere westernsfeer van Brimstone. Maar uiteindelijk zijn ze wel allemaal fan van Hitchcock.'

Proefmontage

Een editor moet het doen met het materiaal dat hij van de set krijgt aangeleverd. Daar zit alles al in. Toon en timbre worden bepaald door de regisseur, het is aan de editor om het effect van de scènes achter de snijtafel te maximaliseren. Nog tijdens het draaien maakt Ter Burg uit het ruwe materiaal een eerste proefmontage. Niets leuker dan bijna gelijk opgaan met de regisseur. 'Dan belt Martin op en zegt: 'Zou je zo snel mogelijk kunnen kijken naar wat ik vandaag heb gedraaid?' Meestal bedoelt hij dan: ik mis iets, maar ik zeg nog niet wat. Zie jij het? En als ik dan zeg dat ik daar en daar nog een extra tussenshot zou willen hebben, zegt hij: 'Dat dacht ik al.' Vervolgens probeert hij alsnog het ontbrekende shot te leveren.'

Feedback. Beetje aansturen. Moet er natuurlijk eerst wel al een vertrouwensband zijn. Tussen Koolhoven en Ter Burg is die er. Ze kennen elkaar van de Filmacademie, begin jaren negentig, en werken sinds die tijd samen. Maar hoe kwam hij bij de veel oudere Verhoeven (78) terecht? 'Ten tijde van de internationale coproductie Zwartboek werkte Paul in 2006 eerst met een Britse editor - we zullen zijn naam maar niet noemen. Er zat Brits geld in en daar moesten ze ook wat voor terugkrijgen. Maar Paul was niet tevreden over de montage. Producent San Fu Maltha beweerde twee Nederlandse editors te kennen die de klus zouden kunnen klaren. Paul wist niet van ons bestaan; hij was de Nederlandse filmwereld wat uit het oog verloren. Oké, zei hij, misschien kunnen ze allebei een proefstukje maken, dan zullen we zien. Wie de ander was werd er niet bijgezegd, al weet ik het wel. Allebei kregen we de opdracht een sleutelscène met Carice van Houten te monteren. Na een oversteek in de Biesbosch loopt ze in een Duitse val. Natuurlijk neem je zo'n opdracht in dank aan, maar ondertussen dacht ik ook: uiteindelijk vliegt Paul vanuit Hollywood natuurlijk gewoon zijn eigen editor binnen, hij heeft daar keuze genoeg.

De juiste 'Schnitt'

Een van de lastigste scènes om te monteren noemt Job ter Burg de verkrachtingsscène uit Elle. 'Heb ik lang voor mij uitgeschoven. Paul begreep dat wel.' Gecompliceerd was ook de scène uit Zwartboek waarin Carice van Houten als 'verrader' daags na de oorlog een bak met stront over zich krijgt uitgestort. 'Het verhaal staat daar echt even stil. Paul en scenarist Gerard Soeteman vonden de scène belangrijk, maar het vroeg vier versies om 'm goed te krijgen.' Niet minder lastig was de epiloog van Brimstone. 'Daarover kan ik vanwege spoilers geen details geven, maar de kijker zal het begrijpen. Zoals altijd gaat het om de Schnitt op exact het juiste moment. Daar streef je naar. En vlak daar de rol van muziek ook niet uit.'

'Zonder verdere instructies ben ik gewoon maar aan de slag gegaan, en deed ik wat mij goed leek. Op intuïtie. Het werd een sequentie van een minuut of zes, en die heb ik ingeleverd. Na een paar dagen volgde een telefoontje: wanneer kun je beginnen, Job?'

Verhoeven, die ervan houdt met een vast team te werken, keerde voor het multimediaproject Steekspel (2012) en ook Elle weer bij hem terug. Omdat de laatste titel een Franse film is, was hij volgens wetgeving genoodzaakt met een Franse crew te werken, maar een Nederlandse editor, dat gaf tenminste nog wat vastigheid. 'Paul kwam regelmatig langs in mijn studio en dan spraken we de eerste ruwe montages van Elle uitgebreid door. Het is een intrigerende film, met zoveel wisselende stemmingen. Maar niet per se een film die probeert de kijker in de emotie van het hoofdpersonage te krijgen. Isabelle Huppert blijft als Michèle Leblanc tamelijk ongrijpbaar. Soms keken Paul en ik elkaar aan en dan zeiden we: 'Wat voor rare film is dit toch eigenlijk? Wat zou het nu moeten zijn?' Juist die ambiguïteit is uiteindelijk de kracht van Elle gebleken.

Tekst gaat verder onder de trailer.

Lees ook: Beschouwing: vrouwen in westernfilms

In Brimstone, volgende week in première, stelt regisseur Martin Koolhoven vrouwenonderdrukking in het Wilde Westen aan de kaak. Is dit dan eindelijk een feministische western? (+)

'Ik had verwacht dat de meningen over Elle verder uit elkaar zouden liggen, met die harde verkrachting en alles. Het is een film met volgens mij nul sympathieke personages. Zelfs de kat is niet aardig, want die heeft bij die verkrachting ook niet ingegrepen. Toch doen we mee voor de Golden Globes en de recensies waren over het algemeen geweldig. Dat is dan toch de magie van film. Je zet iets in elkaar en uiteindelijk raakt het de kijker.'

Anders dan gebruikelijk bij een Paul Verhoevenfilm is er wel een half uur materiaal op de vloer van het montagehok beland. Normaal gaat het bij hem hooguit om een paar minuten. Zo is de grote scène uit Elle het diner op Kerstavond voor vrijwel het complete ensemble; bijna alle personages treffen elkaar. Aanvankelijk zou deze setting zich op Oudjaarsavond nog eens zo ongeveer herhalen, en dat is ook wel gedraaid, maar die late-avond-borrel bleek voor het verhaal niet meer zo nodig. Ook de seksuele escapades van Michèle Leblanc met haar geheime minnaar Robert (Christian Berkel) zijn uiteindelijk drastisch ingekort. Kill your darlings, zoals dat in vaktermen heet. 'Ik citeer Alex van Warmerdam dan altijd maar. Hij zegt: 'Op zeker moment gaat een film ook terugpraten, zelf eisen stellen.' Als het verhaal in de steigers staat, wordt het een entiteit die iets gaat verlangen of iets niet verdraagt. Bij het redigeren van een roman zal het niet anders zijn. Zo ging in het scenario de kat nog dood, maar Paul heeft dat er tijdens het draaien uitgehaald. Nét een dode te veel, zei hij. Vogel verslonden door de kat, Michèle's vader dood, haar moeder overleden, hij was het wel even zat met die dood. Én het werd naar zijn smaak te lang, allemaal. Het is geloof ik niemand opgevallen, maar die kat keert dus niet meer terug in de film. Nou ja, dat is wat katten doen, hè?'

Ademtijd

Alles wordt getest tijdens de eerste zogeheten screenings, vaak met een clubje getrainde ogen erbij. Brimstone bestaat uit vier heftige blokken van elk zo'n 40 minuten, plus een epiloog. De blokken worden zorgvuldig opgebouwd en eindigen met een climax. Daarna gaat het over op zwart. Pats! En weer verder. Entree: volgende filmblok. 'We lieten bij een eerste screening diverse delen aan componist Tom Holkenborg zien, alias Junkie XL. Hij ging de score componeren en vroeg direct: dit hakt er wel in, mag ik wat meer tijd om op adem te komen tussen de episoden door? Dus hebben we ervoor gekozen het beeld langer op zwart te laten staan, als rustmoment. Ademtijd voor de kijker. Dat weet je pas na zo'n eerste screening.'

Zeven jaar heeft Martin Koolhoven (1969) aan Brimstone gewerkt: de eerste Nederlandse western moest natuurlijk wel episch worden. En voorzien zijn van een uitgesproken Nederlandse component, dat ook. Anders wordt het al snel imitatie, een pastiche. Die Nederlandse component werd gevonden in het geschetste immigrantenmilieu: uitgesproken protestants. Noem het Dutch gothic, zo met de godvrezende Liz (Dakota Fanning) en boetprediker The Reverend (Guy Pearce). Zwarte kousen, bijna. Houten Hollandse kerktorens, heel hoog. Het oog van God is overal.

Wat doet een editor?

In de Volkskrantreeks Volgens Verhoeven legde regisseur Paul Verhoeven ooit haarfijn uit wat een editor nu eigenlijk doet: 'Een film draai je shot voor shot. Meestal bestaat een film uit een paar honderd shots. Turks fruit telde er negenhonderd. Bij snel opgezette actiefilms zijn het er vaak wel een paar duizend. Starship Troopers had 2.500 shots. Die moeten door de editor allemaal aan elkaar worden gezet. Daarbij let hij op het ritme en de dynamiek van een scène, maar ook op het spel van de acteurs. Een regisseur maakt van een shot meerdere takes; dat kan oplopen tot een stuk of veertig. De editor kiest uit dit aanbod de best bruikbare take, de opname waarin de acteurs het best spelen. Mijn ervaring is: een geweldige editor kan je film wel twee keer zo goed maken.'

Ter Burg herkende de beeldtaal goed. Hij groeide op in het protestantse bolwerk Maarn, zijn vader Wim (1914-1995) was er componist van kerkmuziek. 'Ik doe er niets meer mee, maar zoals ik iemand eens hoorde zeggen: een protestantse onderbroek trek je nooit meer uit. Voor Martin geldt hetzelfde, hij heeft een vergelijkbare achtergrond. Sterker, ik vermoed dat hij de kerkmuziek van mijn vader nog heeft moeten zingen. Laatst hoorde ik hem een presentatie geven op Radio 4; hele blokken Bach kwamen voorbij. Dat protestantse dna is in Brimstone geslopen. Cultureel gesproken is de beleving van het geloof een Nederlandse bijdrage aan de Amerikaanse maatschappij. Tot op de dag van vandaag wordt van politici en gezagdragers verwacht dat ze kerkgangers zijn. Dat zit allemaal in Brimstone.'

Opmerkelijk toch wel, dat twee jongens met protestantse wortels bij de film terechtkwamen. In die kringen gold cinema lang als ordinair kermisvermaak. Het was dan ook geen uitgemaakte zaak, aanvankelijk. Gymnasiast Job werd wel geacht een universitaire studie te gaan doen. Filmacademie, School voor de Journalistiek, dat was maar hbo. Een schoolvriendin tipte hem over de toenmalige studie film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Daar kwam hij ouderejaars en aankomend regisseur Pieter Kuijpers (1968) tegen, die videocursussen gaf. 'Hij vertelde van alles over de wereld van de film, we gingen ook al snel dingetjes maken. Pieter zei: 'Maar editor, dat wil je niet worden, hoor. Zit je de hele dag in een duf hok in je eentje te pielen.' Mij leek dat nu juist te gek. Heel creatief op iets kleins. Muziek mixen, 8mm -filmpjes knippen en plakken, dat had ik als jongen ook al gedaan. Tijdens die studie heb ik voor veel medestudenten materiaal gemonteerd. Een van die filmpjes heb ik ingestuurd naar de Filmacademie en daar werd ik aangenomen voor het vak montage. Dat voelde wel goed.'

Al die onderweg opgedane contacten zijn overeind gebleven. Misschien is het een onvermijdelijkheid binnen die kleine Nederlandse filmclan, maar met regisseur Pieter Kuijpers maakte Ter Burg bijvoorbeeld de grensverleggende misdaadfilm Van God los (2003), en met Martin Koolhoven werkt hij al samen sinds Suzy Q (1999).

En plotseling vind je jezelf dan terug bij de Cannes-première van Elle, of die van Brimstone in Venetië. Kan allemaal, vanuit zo'n muf montagehok. Sinds Zwartboek weet hij dat je werk de hele wereld over kan gaan, dat was nieuw. 'Speelfilm is een internationale business, met Londen en Hollywood als hoofdkwartier. Voorlopig blijf ik gewoon in Amsterdam-Noord, maar ik heb wel in die twee filmhoofdsteden nu een agent. Wie weet wat het nog eens oplevert.'

En samen met Paul Verhoeven zondag twee Golden Globes pakken, dat zou ook wel helpen, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden