Van Mizees zinnen mag je gewoon genieten

Sommige romans hebben aan de toon genoeg. De halfbroer, de vierde roman van Nicolien Mizee, is zo'n boek. Mizee (1965) onderscheidt zich in al haar werk met een geestige, geslepen stijl, rijk aan memorabele zinnen, waarin ze menselijk leed van een afstand beziet en toch met warmte. Een poging tot typering ervan doet altijd wat onbeholpen aan.

Columnachtig

'Was ik maar net zo zeker over de dingen als Maud! Anderzijds, ze rookt, ze kiest altijd de verkeerde mannen en alles bij haar thuis is een beetje plakkerig.' Het laatste woord roept een wereld aan beelden op, en tegelijkertijd zegt het subtiele commentaar meer over de verteller (schrijver Marly Sanders) dan over haar vieze vriendin.

''Bij seks gelden geen regels', zei Maud. Dat ken ik. Er gelden geen regels, tot je ze schendt.'

Je zou het columnachtig kunnen noemen, in zijn puntigheid, absurdisme en humor, en vanwege de gulle dosis uitroeptekens. Dat in De halfbroer geen strak opgebouwd verhaal wordt verteld, versterkt dat effect. De zinnen hoeven niet altijd een doel te dienen, ze krijgen de ruimte om te ademen, je mag er gewoon van genieten.

Toch zit er meer thematiek en visie achter dan de verteller wil doen voorkomen (Mizee heeft niet voor niets negen jaar op dit boek zitten broeden; haar vorige verscheen in 2006).

Succes

Marly, alter ego van Mizee, leeft van een uitkering en woont op een zolderkamer, tot haar leven zich haast ongewild ten goede keert. Haar boeken zijn succesvol, ze wordt gevraagd voor de redactie van een literair tijdschrift, voor openbare interviews. Ook ontmoet ze een keurige nieuwe man, zo een die koekjes op een bordje legt.

Een grote rol is er voor Marly's Haarlemse bourgeois familie, diezelfde lichtelijk getikte mensen als in haar tweede boek Toen kwam moeder met een mes, maar met andere namen. Zuster Victoria koopt een nieuw huisdier bij elke tegenslag, moeder is manipulatief, vader was in zijn betere jaren een casanova, nu is hij ziek. En er is Arthur, een onofficieel pleegkind dat op zoek gaat naar zijn echte vader. Ze zegt het niet, maar de familie is een warm nest, anders zou Marly er niet dagelijks rondhangen.

Verwarring

Haar nieuwe status als geslaagde roept ongemak op. Mensen verwachten dat ze over haar boek praat, over bedoelingen en gevolgen, 'en die vallen nu juist buiten mijn bereik'. Ze is niet in staat thema's en visies in andermans boeken te zien, laat staan in die van haarzelf. Die verwarring voelt ze al haar hele leven. Ze probeert inzicht te krijgen in hoe ze zich hoort te gedragen, maar ze snapt de regels niet. Dat krijg je als je opgroeit in zo'n rare familie, wil Marly dat we denken. Eerder is het de prijs die je betaalt als je zo scherpzinnig kijkt als Mizee en Marly: dan klopt er niets meer van de wereld.

Als Arthur tot zijn verwarring een dna-match van 98 procent met Marly blijkt te hebben (de titel geeft de verrassing al weg), zegt ze: 'Wees blij met je 98 procent. De meeste mensen krijgen niet zo'n ijzeren antwoord op hun levensvragen.'

Marly is Albert Camus' absurde held: een mens die vraagt, in een wereld die op onredelijke wijze zwijgt. Het absurde zit in de dialogen - waarin er nooit normaal op elkaar gereageerd wordt, meestal tactloos, of helemaal niet - en in kleinmenselijke situaties als het parkeren van een auto (de logica is voor Marly onbereikbaar).

De halfbroer is een geslaagd portret van de mens, soms moedig en soms laf, in een onbegrijpelijke wereld. Het enige wat we kunnen, is net als Mizee met milde spot en empathie om ons heen kijken en de rots de berg maar weer op duwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden