Van mineur naar majeur

Rijk blader- en kijkboek

Rotterdam was een jazzcentrum voordat de bombardementen van 1940 een einde maakten aan de uitgaanscultuur. Hans Zirkzee zocht uit wat allemaal verloren ging en laat zien hoe Rotterdam weer een muziekstad werd.

Beeld x

Terugblikken gaat niet zonder ach ja-gevoel; treurnis om wat verloren ging vermengd met het plezier van het herontdekken. De groeiende reeks lokale jazzkronieken (zie 100 Jaar Jazz in Den Haag, Jazz in Tilburg en andere turven) ontlenen er, naast hun evidente cultuurhistorische waarde, een groot deel van hun leesplezier aan.

Beeld x

Verwoesting

Het monumentaal vormgegeven Jazz in Rotterdam (500 pagina's, honderden illustraties) van Hans Zirkzee is er geen uitzondering op. De Rotterdamse muziekgeschiedenis is zelfs bedeeld met een dubbele portie nostalgie. De onvermijdelijke, om wat door de tijd werd uitgewist (wie kent nog saxofoonpionier Meijer Wery, de dansende Dickson Girls?), maar ook een extra schrijnende, om de verwoesting die de Duitse bommenwerpers ook in culturele zin aanrichtten.

De catastrofe van 14 mei 1940 (tegen de 900 doden, 80 duizend daklozen) vormt het hart van Jazz in Rotterdam, omdat op die dag in één klap een bloeiende uitgaanscultuur werd weggevaagd. Het muziekleven in de stad zou er minstens twintig jaar lang de gevolgen van ondervinden.

Vóór 1940 was Rotterdam een internationaal georiënteerd jazzcentrum met legendarische clubs als Mephisto en Pschorr (befaamd om zijn 'feeëriek verlichte glazen dansvloer'), waar ''s werelds beste tenorsaxophonist' Coleman Hawkins avond aan avond optrad. Wie daarna nog Amerikaanse sterren wilde horen, was tot in de jaren zestig gedwongen uit te wijken naar Amsterdam of Den Haag.

Beeld x

Overvloedige details

De kracht van Zirkzees kroniek is dat hij zijn constateringen onderbouwt met cijfers, lijstjes en data. Lees de inventaris van de ruim zestig op 14 mei verwoeste muziekpodia (75 procent van het totaal) en je begrijpt pas goed wat dit verlies voor de stad inhield. Tekenend voor de precisie: niet alleen de naam van elk verloren gegaan etablissement wordt genoemd, maar ook de exacte locatie met huisnummer en zelfs bouwjaar (vanaf 1683).

Een feitenfetisjist is de auteur overigens niet, aan gekruide verhalen tussendoor is geen gebrek (Toon van Vliet over collegasaxofonist Johnny Griffin: 'Hij heb zoveel techniek, die speelt gewoon over zun eige heen').

De overvloedige details, gevoegd bij de over de pagina's meanderende minibiografieën, leveren bij elkaar geen soepel leesbare tekst op, maar samen met de goed gekozen illustraties (inclusief gestileerde vooroorlogse advertenties) maken ze Jazz in Rotterdam een rijk blader- en kijkboek.

Na de tobberige jaren tachtig en negentig, met een treurige hoofdrol voor de voortdurend sluitende, heropenende en toch weer mislukkende clubs Mephisto en Thelonius, eindigt het verhaal in majeur. De komst van het North Sea Jazz Festival in 2006 naar Ahoy symboliseert het spectaculaire herstel van de muziekstad, die zowaar weer herinnert aan de gloriejaren van toen. Terecht krijgt Jules Deelder het laatste woord: Jazz is/ Jazz blijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.