Boekrecensie Marente de Moor

Van klimaatverandering tot Russische vertelkunst, de MH17 en Poetin: de grote vertelkunst van Marente de Moor (vier sterren)

In haar nieuwe roman maakt Marente de Moor de lezer tot een indringer in het hoofd van een eigenaardige Russin. Een staaltje grote vertelkunst.

Beeld Getty

Op haar 18de stapte Marente de Moor (1972) in Amersfoort op de trein naar Moskou, om vandaar door te reizen naar Sint-Petersburg, waar ze jaren zou wonen en werken. Al heeft ze sindsdien veel meer gereisd, en was in de afgelopen jaren Zuid-Limburg haar standplaats, voor het leven en werk van de slavist, journalist en auteur De Moor is die eerste grote treinreis het vertrekpunt geweest. Weg uit de bekende omgeving, naar een plek waar aloude mythen en ook beren gewoon door het soms ijzig koude dagelijks leven stappen.

Bevrijd uit de klem van de kakelende Randstad, met zijn aandacht slurpende sociale media en dito verplichtingen. In de romans, columns en verhalen die De Moor schreef vanaf haar debuut Petersburgse vertellingen (1999), trekt ze bij voorkeur grenzen over, en duikt ze de geschiedenis in, om pas daar, in de afgelegen natuur of een lang vergleden tijdvak, de geschikte locatie voor haar verhalen te vinden. Waar individuen zich nog kunnen ontplooien, of zoals de schermmeester en huzaar Egon von Bötticher in De Nederlandse maagd (2010, AKO Literatuurprijs) stelt: ‘In de natuur is een mens nooit eenzaam. Hier leven zoveel solitaire dieren, bomen die op zichzelf staan, beekjes die nergens op uitkomen. Dat gaat zijn gang, niemand vindt dat tragisch. Terwijl een mens in de stad verplicht is anderen te ontmoeten, omdat hij anders eenzaam gevonden wordt.’

Marente de Moor: Foon
Querido; 319 pagina’s; € 20
Vier sterren

De Moor zelf kon zich vermoedelijk ook vinden in de uitvinder Barre, die in haar roman Roundhay, tuinscène (2013) al in de jaren tachtig van de 19de eeuw terugverlangt naar de rust van vroeger, omdat het heden zo lawaaiig is dat zelfs de tegen-uitvinding van ene Dr. Dreyer, de antifoon (een zeef waardoor je wel een goed gesprek kunt verstaan, maar niet wordt gehinderd door kanongebrul of ander rumoer), niet opgewassen is.

Foon is de titel van de nieuwe roman van Marente de Moor, spelend rond een afgelegen huis in de verlaten bossen niet heel ver van Sint-Petersburg – maar ver genoeg voor het zoölogen-echtpaar Nadja en Lev om alleen te zijn met de natuur. En dat is niet eenzaam.

Maar die eenzaamheid ligt wel op de loer. Vooral voor Nadja, want haar man, de twintig jaar oudere professor Lev en haar eerste grote liefde, is aan het dementeren, en dat kan betekenen dat zij binnen afzienbare tijd de enige is met herinneringen aan de gelukkige tijd, vroeger, toen ze een biologisch lab hadden en berenwelpen grootbrachten, twee kinderen kregen en niemand anders nodig hadden. Er klinken de laatste tijd vreemde geluiden van boven, geheimzinnige fluittonen, maar in plaats van bang is Nadja vooral blij dat ‘de natuur ons nog voor een raadsel stelt. Het is een doodvermoeiende gedachte dat alles in onze macht ligt. Nu de mens elke cel van zijn bestaan heeft blootgelegd, kan hij wel wat romantiek gebruiken. Een sterk verhaal, ook goed.’ Als ze op een tochtje door het bos oog in oog komt te staan met een berg van een berin die ze herkent, aarzelt die of er genoeg vlees zit aan dat zoogdier tegenover haar, of dat ze toch voor vis gaat. ‘Dan draait ze haar lichaam als een vrachtwagen in een nauwe straat, twee stappen achteruit, eentje schuin naar voren, en schrijdt ze weg zonder om te kijken.’

Een moment van opluchting, voor de lezer dan, want Nadja is een tamelijk onaangedane verteller. Dat vertelperspectief is een van de troeven van deze roman. We zijn overgeleverd aan Nadja, en leren veel door met haar mee te kijken: ‘Sneeuw verraadt meteen waar de platgetreden paden liggen, en waarom je ze moet vermijden. Hoe meer mensen je voorgaan, des te smeriger en gladder het wordt.’ Zo zit dat.

Of is dit de koppigheid van een eenling die het contact met de realiteit aan het kwijtraken is, die voortdurend iets wil verdringen, en die door niemand kan worden bijgestuurd? Dat moeten we stilaan denkbaar achten, als we een aantal signalen bij elkaar optellen: tien jaar geleden is er iets dramatisch voorgevallen tijdens een beren-opvangproject waar ook een paar vrienden en een activistische veganiste uit Holland bij betrokken waren, waardoor het lab nu door de natuur is overwoekerd en de beertjes weg zijn. Man Lev is ineens zoek, dagenlang. Telkens blijven die ‘grote geluiden’ overtrekken. De laatste elektriciteitsrekeningen zijn onverklaarbaar hoog. Waarom komen de kinderen blijkbaar niet graag meer naar het ouderlijk huis? En de monologen die Nadja afsteekt, zijn die eigenlijk voor ons bestemd of is ze in zichzelf aan het murmelen?

Het typeert de grote vertelkunst van De Moor, dat ze de lezer nolens volens tot een indringer maakt, zo’n literaire toerist die smult van exotische landschappen, en die een inkijkoperatie in het hoofd van een eigenaardige Russin ‘in het wild’ fascinerend vindt, zolang hij op veilige afstand mag blijven. Van ogenschijnlijk uiteenlopende thema’s als klimaatverandering, Russische vertelkunst, de MH17 en Poetin, intense natuurliefde, onversneden jaloezie die tot hardvochtigheid voert, en fraaie bijrollen voor de fantasievolle buurman ‘pope’ Igor en de legendarische ruige bard Vladimir Vysotski, heeft De Moor een verhaal gecomponeerd dat de lezer tot medeplichtigheid dwingt: je zou die vrouw, bijna als een natuurverschijnsel, haar gang willen laten gaan. Ze is ons zonder twijfel liever kwijt dan rijk.

Maar het is ondoenlijk Foon dicht te slaan voordat je weet hoe het zit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.