Van kindertekeningen tot loeistrak getekende Smurfen

Peyo - A retrospective

Peyo - A retrospective laat nauwkeurig de ontwikkeling van de bekende 'zwiepstijl' van de striptekenaar achter de Smurfen zien. De kijker volgt Peyo's weg vanaf kindertekeningen tot aan de loeistrak getekende grafische hoogstandjes die een wereldhit werden.

Peyo, geestelijk vader van de Smurfen. Beeld Foto: Fondation Folon

Iets ten zuiden van Brussel ligt het beroemde Zoniënwoud dat je nu ook het Smurfenbos mag noemen, want sinds kort is hier een grote tentoonstelling over het ontstaan van de blauwe mannetjes te zien. Vlakbij het dorp Ter Hulpen heeft de Fondation Folon een ruime hoeve in gebruik die hoort bij het landgoed van Château de La Hulpe. In de witgeverfde gebouwen vind je het dromerige oeuvre van de kunstenaar Jean-Michel Folon, bekend van aquarellen over een gedaante die hij 'de blauwe man' noemde, en dus ook: Peyo - A Retrospective.

Peyo, dat was de nom de plume van Pierre Culliford (1928-1992) die wordt gerekend tot de succesvolste Europese striptekenaars, samen met andere Belgen als Hergé (Kuifje), Morris (Lucky Luke) en Vandersteen (Suske & Wiske). Als kind werd hij Pierrot genoemd, maar zijn kleine broertje kon de 'r' niet uitspreken en dus werd het Peyo. Als volwassene zou hij 25 miljoen albums met Smurfen-avonturen verkopen, maar hij werd bekend met een andere populaire reeks, Johan en Pirrewiet. Dit was een middeleeuwse saga in de zogeheten Marcinelle-stijl waar ook Guust Flater-tekenaar Franquin mee geassocieerd wordt. Zeg maar: de zwiepstijl, die veel vaart in de lijn brengt. In het negende deel van de serie, La Flûte à six trous uit 1958, duiken voor het eerst dwergjes op die bij de lezers zo goed in de smaak vallen dat het album wordt omgedoopt tot La Flûte à six schtroumpfs, een fluit met zes gaatjes wordt een fluit met zes smurfen.

Peyo - A retrospective, Stripkunst, Fondation Folon, Terhulpen/La Hulpe, t/m 27/8.

In de tentoonstelling worden nog meer raadsels over het Smurfendom opgelost. Laten we beginnen met de gekke kleur (die een halve eeuw later opduikt in de film Avatar, nog zo'n kaskraker): blauw. Peyo's vrouw Nine kwam met een ontnuchterende verklaring, waarbij we even aantekenen dat de eerste Smurfen werden gespot in het struikgewas. Nine: 'Roze, bruin en geel waren uitgesloten, want ze moesten verschillend zijn van mensen. Groen zou niet opvallen in het gebladerte. En dus bleef alleen blauw over!'

Dan is er de naam. 'Smurf' is in het Frans 'Schtroumpf' en de mythe wil dat Peyo op vakantie was met collega Franquin, die bij het ontbijt naar een zoutvaatje wees en zei: 'Geef mij die schtroumpf (dat ding) eens aan!' Geinig woord, vonden ze, daar moet meer mee te doen zijn... Toen de strip begin jaren zestig in het Nederlandse tijdschrift Pep zou verschijnen, was er een vertaling nodig. Spontaan kwam men op het woord 'smurf'. Toenmalig hoofdredacteur Peter Middeldorp (nu 81) schrijft desgevraagd: 'De meeste Franstalige tekenaars verwaardigden zich niet tot contacten met die domme Bataven. Peyo was een uitzondering. Ik herinner me nog dat hij enthousiast was over onze vondst. Maar hoe we erop gekomen zijn, ik weet het echt niet meer. Het was all in a day's work, we deden de hele dag niets anders dan Franse teksten Nederlandse maatkleding bezorgen.'

Wat dit omvangrijke retrospectief vooral boeiend maakt is de nadruk op Peyo's vroege jaren, waardoor de bezoeker zijn stijlontwikkeling nauwkeurig kan volgen. Helemaal aan het begin ligt een potloodtekening in een vitrine waarop de jonge Pierrot Culliford zichzelf als artiest heeft afgebeeld. 'Moi mêêême!', staat er juichend onder: een analoge selfie. Na nog wat onhandige indianen- en padvinderstrips komt Peyo al snel op stoom met de eerste 'Johan en Pirrewiet'-verhalen. Er hangt een origineel uit 1955 waarop de zwarte geit Biquette de hoofdrol speelt, loeistrak getekend, een grafisch hoogstandje. Even verderop hangt het originele cover-ontwerp voor La Source des Dieux uit 1957 ('De bron der goden') , met een reus die de titelhelden probeert dood te knuppelen. Aan de lijnvoering op deze prent valt absoluut niets meer te verbeteren, Peyo heeft het meesterschap bereikt. Maar inhoudelijk ontbreekt er nog iets, het blauwe volkje is namelijk strictly male.

In 1967 wordt de Smurfin geïntroduceerd, de bewuste scène hangt bijna aan het eind van de tentoonstelling. Een van de Smurfen slentert nietsvermoedend door het bos en ziet plots iets ongehoords: 'Ça alors!! Een Smurf met een jurk en lange haren!' Nu, vijftig jaar later, speelt zij de hoofdrol in een avondvullende 3D-film van 65 miljoen dollar.


Blauwe wereldoverheersing

Van uit papier geknipte silhouetten naar een kaskraker van 65 miljoen dolllar. In ruim 100 bioscopen draait de 3D-animatiefilm De Smurfen en het verloren dorp. Hierin vindt Smurfin een mysterieuze landkaart: 'Op een reis vol actie en spanning zetten de Smurfen koers naar de grootste ontdekking in de geschiedenis van de Smurfheid!' In de Nederlands gesproken versie hoor je de stemmen van Johnny de Mol (Potige Smurf), Bartho Braat (Grote Smurf), Kasper van Kooten (Moppersmurf), Roy Donders (Hippe Smurf) en Tygo Gernandt (Gargamel).Het budget van de nieuwe film bedroeg 65 miljoen dollar. Vergelijk dat eens met 1959, toen de eerste animatie werd gemaakt met silhouetten die uit papier waren geknipt. In 1976 verscheen de succesvolle tekenfilm De fluit met zes smurfen en daarna zorgden de Hannah-Barbera Studio's er met 256 animatie-afleveringen voor dat het blauwe volkje een wereldmerk werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.