Van Imhoff is schatgraver en psycholoog tegelijkertijd

De raadselachtige opstellingen van Noor van Imhoff in het Stedelijk en bij De Appel, beide in Amsterdam, lijken op elkaar, maar zijn totaal anders. Het is een wankel evenwicht tussen associatieve rijkdom en spullen, of eh, gewoon spullen.

Beeld Gert Jan van Rooij

Het is zo'n moment dat in dromen opduikt: dat zich achter een bekende muur een geheime ruimte blijkt te bevinden, groter dan je denkt, vol geheimzinnige voorwerpen.

Saskia Noor van Imhoff

#+21.00
De Appel arts centre, Amsterdam, t/m 10/4.

#+23.00
Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 8/4.

Welnu: in het Amsterdamse Stedelijk Museum ís die ruimte er. Tussen de zalen in de oudbouw, ín die diepe, holle muren, staan - geconditioneerd en wel - werken opgeslagen die moeilijk te vervoeren zijn. Een groot, vroeg schilderij van Karel Appel en - naar het schijnt - ook een joekel van een Kiefer. In het donker, te slapen, terwijl wij jaar in jaar uit aan de andere kant van de muur langs slenteren.

Saskia Noor van Imhoff, die anderhalf jaar geleden werd gevraagd (naar aanleiding van een aankoop van haar werk) een installatie in het Stedelijk Museum te maken, zaagde twee van die muren open en zette ze op een kier. Het is een klein magisch moment, waarbij de kunstenaar als een goede scenograaf weet dat een gedeeltelijke inkijk spannender is dan de hele boel weggeven. Wat tussen de muren schuilgaat (de Karel Appel, maar ook andere voorwerpen die ze er zelf in plaatste) is maar half of moeilijk zichtbaar. Verleidelijk, ja.

Saskia Noor van Imhoff (1982), in 2013 genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunstprijs, is momenteel met twee solotentoonstellingen goed vertegenwoordigd in Amsterdam, in De Appel en het Stedelijk Museum. Naar eigen gewoonte verdiepte ze zich vooraf grondig in de betreffende instellingen. De installaties die ze op beide plekken maakte, lijken op elkaar: raadselachtige opstellingen van bestaande en speciaal gemaakte voorwerpen. Grote platen gekleurd plexiglas. Prominente aanwezigheid van de drie drukkleuren cyaanblauw, magentarood en geel. In beide gevallen staat er een humidifier, een apparaat dat met zacht gesis en gepuf stoom produceert. Bij nadere beschouwing zijn de twee installaties totaal anders. Het is niet aan te raden ze meteen na elkaar te bezoeken, want dan gaan ze in de herinnering onterecht door elkaar lopen.

In Het hoofdstedelijke kunstcentrum De Appel bouwde zij een verhoogde vloer die door drie ruimten doorloopt. Op sommige plaatsen werden gaten gezaagd waardoorheen de oude vloer zichtbaar is. Deze 'afgravingen' en de rondslingerende voorwerpen (mooie, slordig in brons afgegoten cosmeticaverpakkingen) wekken de indruk van een archeologische vindplaats.

Waardevolle spullen opslaan, het verval tegengaan, reproduceren - dat is het associatieve verband dat na een tijdje bovendrijft. Er zijn ook met was bedekte planten en die dood lijken, verstikt, zoals een kunstruimte óók kan zijn.

In het Stedelijk Museum ogen de twee grote zalen die Noor van Imhoff tot haar beschikking had (nog) esthetischer. Muren, losse wandjes, grote plexiglazen panelen en boxen: het is een minimalistisch pakhuis waarin objecten en hun verpakkingen, originelen en replica's, uit de verzameling van het Stedelijk staan opgesteld. Een van metaal geweven doek uit de vormgevingscollectie hangt achteloos als een poetslap over een randje, en daar is weer een dikke plexiglas beschermingsruit voor gezet. Gipsen koppen kregen nieuwe, gekleurde kijkkasten. Sommige spullen hangen in precair evenwicht tegen elkaar, andere lijken lukraak achtergelaten, alsof de conservator het in de bol geslagen is. Welk systeem heerst hier?

Dat musea Noor van Imhoff graag uitnodigen, is begrijpelijk. Alsof ze een schatgraver en een psycholoog tegelijk in huis halen. Die aandacht en wat daar uitkomt, is altijd spannend voor de gastheer, soms voor de kijker. Omdat Noor van Imhoff categorisch toelichting weigert, kan haar nieuw toegepaste systeem ook gesloten blijven. Het is een wankel evenwicht tussen associatieve rijkdom en spullen die gewoon, nou ja, spullen zijn.


Puzzelkunst

Je zou het een genre kunnen noemen: kunstinstallaties waarvan de beschouwer zelf de betekenis bij elkaar moet puzzelen.

Het heeft geen naam, maar je zou het een genre kunnen noemen dat de afgelopen tien jaar sterk in opkomst is: kunstinstallaties, bestaande uit bekende (gebruiks)voorwerpen en nieuw gemaakte objecten, waarvan de beschouwer de betekenis zelf bij elkaar moet puzzelen. Een ruimte met zorgvuldig neergelegde, gedrapeerde en geplaatste dingen waarvan de onderlinge relatie langzaam (of niet) duidelijk wordt.

In kunstcentrum De Appel worden ze graag getoond. Enkele namen: Saskia Noor van Imhoff, David Jablonowski, Gerlach en Koop, Michael Dean, Helen Marten - het zijn onvergelijkbare kunstenaars die het over volstrekt verschillende onderwerpen hebben (van museumconservering tot reproductie-techieken), maar het gefragmenteerde uiterlijk van die installaties kan je in eerste instantie wel eens doen zuchten: wéér zo'n metafysisch landschap en stapelingen waarin je je weg moet gaan zoeken. Een houten kegel, een lap stof, metalen platen, een kast die geen kast is en een leeggelopen bal? Ga je gang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.