Van Iersel wilde muzikaal en ritmisch acteerwerk

Maandag overleed op 86-jarige leeftijd de toneel- en tv-regisseur Kees van Iersel. Hij introduceerde schrijvers als Beckett en Ionesco in het Nederlandse toneel, maakte toneelgroep Studio groot en blies het repertoiretoneel nieuw leven in....

MET HET keurige schouwburgcircuit had Kees van Iersel weinig op. In de kleine zaal van de Brakke Grond probeerde hij als regisseur voortdurend de barrière tussen het publiek en de acteurs te slechten. Toch moest hij niets hebben van realisme. Hij hield meer van ongerijmdheid, van de absurdisten, van een vorm van symboliek waardoor de fantasie in gang werd gezet. Het acteren moest muzikaal, ritmisch. Hoera Amerika regisseerde hij als een choreografie.

Geboren in Oisterwijk werkte Van Iersel aanvankelijk in de leerfabriek van zijn vader, als diens gedoodverfde opvolger. Maar op een Brabants internaat was hij in aanraking gekomen met toneel. Hij zag meer in het maken van voorstellingen met de fabrieksjongens dan in het werk op kantoor.

In 1933, hij was 21 jaar, zag hij de voorstelling die zijn leven zou veranderen: De groene tafel van de avantgardist Kurt Jooss. Zes jaar later vertrok hij tijdens de mobilisatie hals over kop naar Amsterdam, waar hij leerling werd van de Toneelschool. In twee jaar behaalde hij er zijn diploma en meteen daarna debuteerde hij als acteur in de Amsterdamse Schouwburg bij het ATG, het gezelschap van Van Dalsum en Defresne. Ruim tien jaar, tot de opheffing, zou hij daar blijven.

In 1953 richtte hij in Arnhem samen met Rob de Vries Toneelgroep Theater op. Maar toen hij voor de regie van Wachten op Godot werd gepasseerd, pakte hij zijn biezen. Leen Timp vroeg hem om bij de televisie te komen werken, en hoewel hij het nieuwe medium slechts kende 'uit de etalage van de radiowinkel', maakte hij historische producties: live toneel, in zwart-wit, opgenomen met twee camera's.

In die tijd richtte van Iersel toneelgroep op, Test, margetheater avant la lettre. In 1956 presenteerde Test zich in een steenkoude Waag, waarmee de regisseur en passant ook de uitvinder werd van het locatietheater. De acteurs, onder wie Shireen Strooker, Henk van Ulsen en Ton Lensink, speelden stukken van Ionesco en andere moderne auteurs. Ze repeteerden vaak 's nachts, na de voorstellingen van het gezelschap waar ze hun brood verdienden.

Later speelde Test ook in La Gaîté, een voormalig cabarettheater boven Tuschinski. Op de dansvloer stonden de acteurs tussen het publiek - iets ongekends in een tijd waarin het gezapige repertoiretoneel alleen in schouwburgen te zien was. De portier van de Amsterdamse Stadsschouwburg fluisterde de bezoekers bij de uitgang toe dat er nog een voorstelling was in de Waag of aan het Rembrandtplein.

Wat Van Iersel met Test deed, zette hij voort bij toneelgroep Studio waarvan hij in 1960 artistiek leider werd. In de Brakke Grond bracht hij het moderne repertoire, dat voor de gangbare gezelschappen nog te baanbrekend was. Hij kreeg het alleenvertoningsrecht op stukken van Beckett, regisseerde Genet, Albee, Arrabal en de moderne Amerikanen. Maar hij stimuleerde ook Nederlandse schrijvers als Koolhaas, Rodenko en Schierbeek om toneel te gaan schrijven. Peter Oosthoek begon zijn loopbaan bij Studio en Lodewijk de Boer stapte op advies van Van Iersel over naar het toneel.

Met name bij Studio schreef hij toneelgeschiedenis. De kleine afstand tot het publiek vergrootte de impact, in 0=0 verscheen het eerste naakt op het toneel. Maar al was het avantgarde, er waren ook grote successen. De wijze kater en Dagboek van een gek van Henk van Ulsen en Kooien met Andrea Domburg en Ton Lensink.

In 1970 sloeg hij abrupt de deur van Studio achter zich dicht. In het kielzog van de Actie Tomaat wilden de acteurs steeds meer inspraak in het repertoire en Van Iersel zag daar geen heil in. 'Ik was ook wel een beetje een potentaat', zou hij later zeggen. Als regisseur had hij in alles de hand: de vormgeving, het decor en de tekst. Maar de absurdisten schreven bijna niet meer, en na zijn laatste televisieserie in 1977, de elfdelige bewerking van Merijntje Gijzen, werd het stil.

Jaren later zou alleen Frans Strijards hem nog vragen voor een regie. Van Iersel, die Strijards zeer bewonderde, was toen al bijna tachtig. Hij wilde maar één stuk doen, De Appel van Jack Gelber, dat hem naar zijn idee bij Toneelgroep Studio onvoldoende was gelukt. Van die regie is nooit meer iets gekomen.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden