Van Hove maakt nog niet duidelijk wat hij wil

Frisbees, wijn, Bockwurst en weed: het Holland Festival won dit jaar onmiskenbaar aan street credibility. Maar van de Vlaamse gastheer Ivo van Hove werd ook een nieuw accent op theater verwacht....

Van onze kunstredactie Roland de Beer en Hein Janssen & Ariejan Korteweg

De 'Ring' in het Amsterdamse Oosterpark kon genoten worden met frisbees, wijn en Bockwurst. Uit de menigte die voor de ingang van de Stadsschouwburg wachtte op The Residents, stegen flinke weeddampen op. Het Holland Festival heeft, sinds Ivo van Hove en Jacques van Veen twee jaar geleden de leiding overnamen van Jan van Vlijmen, onmiskenbaar aan street credibility gewonnen.

Met Vlaams gastheerschap wist Van Hove opnieuw een prettige festivalsfeer aan het Leidseplein te creeëren, met café, internetruimte en een populair terras voor de Stadsschouwburg. Er hoeft geen marketingbureau aan te pas te komen om vast te stellen dat het festival dit jaar een jonger en diverser publiek trok dan in jaren het geval was.

Onder Van Vlijmen bleven opera en muziek centraal in de programmering, geflankeerd door buitenlands toneel en een retrospectief van een choreograaf. Van Van Hove werd iets anders verwacht, een nieuw accent op theater.

Die verwachting is niet uitgekomen. Dit HF is bepaald geen theaterfestival. Wel een festival van multimedia: in tal van programma-onderdelen werden de mogelijkheden van het dwarsverband, de cross-over en de mengvorm verkend.

Louter toneel, muziek zonder toevoeging - het zijn op slag zeldzame fenomenen geworden. Wie bij deze directie in het gevlei wil komen, stelt voor om pop met moderne dans te combineren, of een scratch-opera te maken met film en acrobatiek. Die voorkeur leidde dit jaar tot een wonderlijke stoet van kunstuitingen.

Een deel ervan, zoals de pogingen van Eboman en Zita Swoon, was eigenlijk niet rijp om aan een publiek te tonen. Een ander deel, zoals The Residents, leek wakker geschud uit een slaap die beter had kunnen voortduren.

Brian Eno, levend voorbeeld van de cross-over, was in dit verband een logische 'centrale gast'. Des te klemmender is de vraag waarom het festival zijn aanwezigheid niet meer heeft uitgebuit. Een co-productie met een Nederlandse choreograaf, regisseur of popgroep, een maand Eno-ambient in Albert Heijn of op Schiphol - alles had de man meer recht gedaan dan de povere installatie en de kleine concerten waarmee hij het nu moest stellen.

Zo moest de kwaliteit toch van gevestigde waarden komen. De Bijbelse Stukken in de regie van Peter Sellars vormde het fraaie slotstuk van een Stravinsky-trilogie. Die productie kwam nog uit de koker van Van Vlijmen (evenals Klas Torstenssons opera De expeditie).

Waar het ging om een integratie van zang, muziek, dans, toneel en decor, was Sellars' benadering een ijkpunt. Op eenzelfde lijn zat Philippe Decouflé, die met acrobatiek, film, dans en muziek (in Shazam!) een droompaleis maakte van Carré.

Meer op zichzelf bleef het theater in de bijdrage van twee grote Duitse theatergezelschappen, die uitersten lieten zien van het ambachtelijke Duitse acteren: Stella van Goethe (ingetogen), naast keiharde extremiteiten van Einar Schleef in Salomé. Ze vormden in elk geval een welkome aanvulling op de programmering van de Stadsschouwburg, waarin buitenlands toneel nagenoeg ontbreekt.

Teleurstellend was Genesi van Romeo Castellucci, de Italiaanse theatermaker die vorig jaar omarmd werd als de hoop voor de toekomst, maar nu verstrikt raakte in zijn kunstjes.

Van Hove wijst er graag op, dat het Holland Festival als muziekfestival 'geen stap terug' heeft gedaan. Bekeken op muzikale merites, konden de afleveringen '98 en '99 echter niet beschouwd worden als toonbeelden van interessante programmering. Eerder vormden ze een bewijs dat de muzikale horizon van de leiding beperkt en weinig up-to-date is. Het is dan ook de vraag waarom Van Hove en Van Veen eigenlijk zo krampachtig aan het 'muziekfestival' vasthouden.

Opvallend genoeg was het de festivalleider zelf die, naast Sellars, met zijn regie van Duras' India Song voor een artistiek hoogtepunt zorgde. Omringd door stemmen, stemmingen en sferen raakten toeschouwers bijna in trance, betoverd door technisch theatervernuft.

De volgende vraag is dan ook, waarom Van Hove niet een veel sterker stempel op het festival heeft willen drukken als kunstenaar.

Het zou het festival, dat op zoek is naar een nieuwe legitimatie, waarschijnlijk goed hebben gedaan. Dat het festival in beweging is, is toe te juichen. Het doel moet echter een festival zijn waarvan de ingrediënten elkaar versterken en becommentariëren, zodat het geheel meer wordt dan de som der delen. Dat was niet het geval.

In plaats van nu al te vertrekken (vanwege zijn benoeming bij Toneelgroep Amsterdam), kan Van Hove beter nog even aanblijven. Om duidelijk te maken wat hij eigenlijk wil.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden