Reportage

Van houterige flamingo tot levensechte parkiet: in Teylers Museum zie je nu de mooiste vogelprenten

Vogelpracht in het Teylers Museum, met onder andere The Birds of America van John James Audubon (1785-1851). Beeld Judith Jockel
Vogelpracht in het Teylers Museum, met onder andere The Birds of America van John James Audubon (1785-1851).Beeld Judith Jockel

In de tentoonstelling Vogelpracht belicht Teylers Museum in Haarlem de kunst (én wetenschap) van vogels optekenen. De Volkskrant kreeg uitermate handige kijktips van vogelboekillustrator Elwin van der Kolk.

Als je goed kijkt, kun je het zien: de beroemde wetenschappelijke vogeltekenaars uit de 18de en 19de eeuw tekenden morsdode exemplaren. In het Teylers Museum in Haarlem wijst Elwin van der Kolk, illustrator van zo ongeveer elke vogelgids die in Nederland verschijnt, naar een reusachtige steenarend van de Amerikaan John James Audubon (1785-1851). De vogel heeft in zijn klauwen een wit konijntje vast, een scherpe nagel spiest het zwarte oogje waaruit overvloedig bloed druipt. ‘Die vleugelpartij’, zegt Van der Kolk, ‘Schitterend belicht. Je ziet dat hij snapt hoe een vogel in elkaar zit. Dat komt doordat hij ze afschoot vóór gebruik.’

Niet onlogisch, in een tijd waarin fotografie niet bestond: wie een vogel van dichtbij wilde zien, kon die alleen maar vangen of doden. De Amerikaanse tekenaar en onderzoeker wond er zelf geen doekjes om: onder in de prent beeldde hij zichzelf af, op zijn rug een roofvogel gebonden, om de schouder een geweer. Audubon, ’s werelds beroemdste vogeltekenaar, schoot voor zijn ontdekkingstochten honderden vogels, met ijzerdraadjes zette hij ze in de gewenste pose. Na een paar uur tekenen was hij aan een vers exemplaar toe, omdat het model al snel z’n glans en levendigheid verloor.

Vogeltekenaar Elwin van der Kolk. Beeld Judith Jockel
Vogeltekenaar Elwin van der Kolk.Beeld Judith Jockel

Een schaarse vogel zien is één, oog in oog komen staan met een zeldzaam vogelboek is ook een kunst. Het kan in Teylers, dat op de tentoonstelling Vogelpracht een exemplaar toont van The Birds of America. Het reusachtige boek, waarvan er maar zo’n tweehonderd exemplaren zijn gedrukt en die stuk voor stuk met de hand zijn ingekleurd, is Audubons magnum opus. Hij had zich ten doel gesteld alle vogels van Amerika vastleggen. Een exemplaar van het boek werd in 2012 geveild voor bijna 8 miljoen dollar (6,1 miljoen euro). Het exemplaar dat in Teylers te zien is werd door het museum al bij verschijnen aangekocht.

Toegegeven, zegt conservator Trienke van der Spek, Vogelpracht was een noodgreep, uit corona geboren. ‘We hadden een andere tentoonstelling geprogrammeerd, maar we konden niets meer uit het buitenland lenen. Toen bedachten we deze tentoonstelling, opgebouwd uit de eigen collectie, aangevuld met onder meer opgezette vogels uit Naturalis. Een mooie kans om dit topwerk van Audubon weer eens te tonen, dat was sinds 2008 niet meer gebeurd.’

Teylers ontsluit niet alleen het werk van Audubon, maar ook dat van tijdgenoten en navolgers. Een fraaie lepelaar en klapekster van Willem van Trigt, een sierlijke bonte kraai van Aert Schouman en een nogal houterige flamingo van de 18de-eeuwse Brit Marcus Catesby. Die laatste is, beaamt Van der Spek, ‘typisch een studeerkamervogel’: functioneel, zonder versiering of dramatiek.

Des te duidelijker het verschil met de beroemdste van het stel: Audubon. Hij verlegde de grenzen tussen kunst en wetenschap: de Amerikaan tekende niet volgens de gangbare, strenge opvattingen – zonder frivoliteit of artistieke ambitie – maar plaatste zijn vogels in sierlijke, gestileerde poses. Waar het meter hoge formaat van de gravures niet volstond om de vogels op ware grootte vast te leggen, drong hij ze soepeltjes binnen de kaders van het papier. Zijn diepgebogen roze flamingo doet het nog altijd goed als muurdecoratie in hippe interieurwinkels.

De carolinaparkieten van Audubon. Beeld Teylers Museum
De carolinaparkieten van Audubon.Beeld Teylers Museum

Zoals vaker met grensverleggers werd hij niet alleen bejubeld: wetenschappers vonden zijn werk te vrij, zijn houdingen te onnatuurlijk. Dat wordt in Teylers duidelijk met de blauwe gaai. Zijn rivaal Alexander Wilson legde een plat exemplaar vast. Audubon schilderde een bont tafereel van drie drukke vogels, in verschillende houdingen rond een boomstronk.

Hoewel hij er alles aan deed zichzelf te profileren als homegrown American hero, was Audubon – zeker met de kennis van nu – een man met een randje. Zijn aandeel in de slavernij – Audubon liet hands onvrijwillig voor hem werken tijdens zijn expedities – is lang genegeerd. Sinds het verschijnen van zijn laatste biografie, in 2017, is er meer aandacht voor. Tijden veranderen: toen Teylers de Birds of America in 2008 tentoonstelde, was dit nog geen thema, maar in het spoor van de Black Lives Matter-beweging laat het museum dit aspect bepaald niet onbelicht. Zoals ook duidelijk wordt hoe schaamteloos hij zijn vrouw en twee zoons – ‘assistenten’ in zijn bedrijf – inzette om de grote ontdekkingsreiziger en natuurtekenaar van Amerika te kunnen zijn.

Kieviten door  Cornelis Nozeman (1720-1786). Beeld Teylers Museum, Haarlem
Kieviten door Cornelis Nozeman (1720-1786).Beeld Teylers Museum, Haarlem

In een andere hoek van de zaal wordt nog een kant belicht: die van Audubon als fraudeur. Het overgrote deel van zijn wetenschappelijke werk staat nog overeind, hij ontdekte zelfs twintig soorten voor Amerika, maar eenmaal was de wens groter dan de werkelijkheid. Zijn Bird of Washington lijkt een zeearend, maar dan nog groter en zonder de kenmerkende witte kop van de Amerikaanse roofvogel. Audubon claimde de vogel zelf ontdekt te hebben, maar het bleef vaag waar hij die had gezien. De soort is nooit meer aangetroffen. Inmiddels staat allang vast dat de tekenaar een niet-bestaande vogel afbeeldde, om zijn rivaal Wilson af te troeven en zijn betwiste faam als wetenschapper te verstevigen. Wat hem lukte... maar niet voor eeuwig.

Met de kennis van nu is het altijd makkelijk oordelen, maar de Bird of Washington is ook in Audubons oeuvre een atypische vogel: hij is veel statischer en stijver dan zijn andere vogels.

Van der Kolk: ‘Als ik een vogel moest verzinnen, zou die al snel een mooi of apart kuifje krijgen. Dit is een simplistische vogel: veilig en tamelijk saai.’

In zijn bedrog speelde Audubon te duidelijk op zeker.

Tegelijk gold en geldt Audubon ook als natuurbeschermer, hoe paradoxaal ook voor een vogelliefhebber die de dieren niet alleen voor werk, maar ook voor zijn plezier of uit verveling afschoot. Geen haan die ernaar kraaide in zijn tijd.

Desondanks was hij wel een van de eersten die de achteruitgang beschreef die hij waarnam, bijvoorbeeld de steeds geringere aantallen bizons. Hij zag de invloed van de mens, door boomkap en bebouwing. Het bezorgde hem bekendheid als natuurbeschermer. Nog altijd is hij de naamgever van de National Audubon Society, de Amerikaanse vogelbescherming, al heeft die club inmiddels ook officieel kanttekeningen geplaatst bij ’s mans reputatie.

Terug naar de vogelpracht zelf. De tentoonstelling laat goed zien hoe het terrein van de (wetenschappelijke) vogeltekenaars in twee eeuwen tijd verplaatste van de studeerkamer naar het open veld en de buitenlucht.

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Elwin van der Kolk wijst naar de roze flamingo van de eerdergenoemde Marcus Catesby: rechtop, bijna even groot als de boom achter hem. ‘Opgezet’, zegt Van der Kolk beslist. ‘Hij tekende de slagpennen, maar die zitten bij een levende steltloper onder de veren verpakt, hooguit steekt een puntje uit. Zodra je ze in een tekening ziet, weet je genoeg.’

Pas in diens latere werk ziet Van der Kolk dat Audubon zijn vogels wel nauwgezet observeerde voordat hij ze afknalde: hij beeldde een troepje (inmiddels uitgestorven) carolinaparkieten opmerkelijk levendig af. Maar Van der Kolk mist ook hier een sfeer: ‘Lichtval, schaduw. Licht lijkt te ontbreken op die platen, misschien omdat dat in die tijd in wetenschappelijk werk taboe was.’

Wat Van der Kolk opvalt aan het werk van zijn verre voorgangers: de invloed van fotografie en verrekijkers, of juist de afwezigheid daarvan. Hoe artistiek de sierlijke bonte kraai van Aert Schouman in Teylers ook is, Van der Kolk zet er ook kanttekeningen bij: ‘Die prachtig uitgeslagen en gekromde vleugels zijn mooi, maar zo zie je een kraai in het wild nooit.’ De jizz (een uitdrukking onder vogelaars voor de karakteristieke houding van een vogel) ontbreekt, doordat de oude meesters hun vogels niet lang en nauwgezet konden observeren met gedegen verrekijkers.

Oranje rotshaan en een ijsvogel door Aert Schouman (1710-1792). Beeld Teylers Museum
Oranje rotshaan en een ijsvogel door Aert Schouman (1710-1792).Beeld Teylers Museum

Dat is een ander kenmerkend verschil met de oude meesters van Teylers: zij tekenden ook het landschap van de vogel en daarmee zijn biotoop. Hedendaagse tekenaars zien dat niet meer: zij werken met telelenzen. Door het inzoomen vervaagt de achtergrond, die in het meeste moderne werk dan ook ontbreekt.

Is het vak van vogeltekenaar überhaupt nog van deze tijd? Jazeker: verreweg de meeste vogelgidsen worden nog voorzien van tekeningen en maar zelden van foto’s. Van der Kolk: ‘Fotografie kan haarscherp beeld opleveren, precies op een mooi moment, maar de lichtval levert altijd problemen op. De kleur van een vogel verandert steeds: een tjiftjaf oogt groener wanneer die tussen de bladeren in de zon zit, als hij in kale boom zit zonder zon, oogt hij grijzer. Met tekeningen kun je dat veel meer sturen. Ik hoop dat je aan mijn tekeningen kunt zien dat ik naar buiten ben geweest en de vogel heb geobserveerd. Op de witte buik van een kievit laat ik bijvoorbeeld wat groen reflecteren, zodat duidelijk wordt dat die in het grasland leeft. Dat valt niet op, maar geeft wel een natuurlijk beeld.’

Zo is Vogelpracht niet alleen een fraaie, bondige tentoonstelling over vogels, maar ook over kunst en wetenschap, en – met de wisselende reputatie van Audubon – over voortschrijdend inzicht over mens en moraal in een veranderende wereld.

Jammer trouwens, eindigt Van der Kolk, dat geen museum de Nederlandse traditie van vogeltekenaars in één collectie onderbrengt. Teylers’ rol van wetenschappelijke bibliotheek is vorige eeuw al overgelaten aan universiteiten. ‘Nederland kent een lange traditie van min of meer wetenschappelijke vogeltekenaars, van Hondecoeter en Nozeman tot aan Rein Stuurman (van de bekende gids Zien is kennen, red.), Henk Slijper, Ad Cameron en Arie Stolk. Ze lijken vergeten, maar ze verdienen een museum.’

Vogelpracht is t/m 9/1 te zien in Teylers Museum in Haarlem.

Vogelkunst als behang

Audubons The Birds of America staat bekend als het ‘duurste boek ter wereld’. Het toont de vogels van Noord-Amerika in 435 handgekleurde platen. In 1826 reisde John James Audubon met zijn tekeningen naar Engeland, waar de Londense graveur Robert Havell Jr. de platen produceerde. Ruim 200 abonnees ontvingen ze in sets van vijf en bonden ze zelf in. Teylers Museum was vrijwel de enige Europese koper. Soms kregen de tekeningen een verrassende bestemming: een Engelse gravin liet er haar kamers mee behangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden