Van Hopperschilderij tot dansvoorstelling met groene spots, wapperlampen en een poefje zijlicht

Lichtontwerper Pelle Herfst schetst hoe hij op toneel het bevreemdende namiddaglicht probeert te benaderen.

Danseres Francesca Peniquel in Hopper van het Internationaal Danstheater. Beeld Kim Doeleman

Je ziet één beeld, je vermoedt een hele film. In de beroemde schilderijen van de Amerikaanse kunstschilder Edward Hopper (1882-1967) zitten mensen als bevroren aan een bar, staren uit het raam, lezen een tijdschrift aan een schaarsverlichte balie of wachten in een hotellobby, op gladde fauteuils. Ze kijken verveeld, in zichzelf gekeerd of teleurgesteld. Je ziet een moment, vaak aan het eind van de dag, ’s nachts of vroeg ’s ochtends, waarin Hopper zijn modellen heeft stilgezet. Lange schaduwen vallen over de vloer.

Het is altijd gissen naar wat er gebeurd moet zijn voordat deze figuren zo desolaat verzeild raakten. Gemiste treinen, relatiebreuk, overspel? Vast en zeker verhalen vol verse teleurstellingen en verborgen eenzaamheid.

Edward Hopper, Automat (1927) Beeld Getty

Choreograaf Neel Verdoorn zet in dansvoorstelling Hopper, die vandaag op tournee gaat, deze beelden in beweging. Met een pianist, violist en klarinettist van het DoelenEnsemble én drie dansers, onder wie Francesca ­Peniguel. ‘Zij heeft echt een Hopper-gezicht, vind je niet?’, zegt licht- en decorontwerper Pelle Herfst (54). ‘Ze heeft iets ongrijpbaars, ze is myste­rieus, je weet niet wat ze denkt. Francesca kan mooi staren.’

Langs elkaar scherende blikken vormen een ingrediënt van de dansvoorstelling, die geen Hopperimitatie wil zijn maar vooral diens sfeer wil vangen. Licht is daarvoor een belangrijk middel. Herfst tovert de Night­hawks (1942) op zijn scherm – het beroemde interieur van een eetbar met in zichzelf gekeerde bezoekers. ‘Zoals heel vaak bij Hopper is er maar één lichtbron, hier vermoedelijk een plafonnière of tl-balk. Alles wordt vanuit dat perspectief aangeschenen, met zorgvuldige schaduwwerking. In dat winkeltje buiten valt nog een straaltje licht in een hoek de etalage binnen.’

Hij scrolt door andere voorbeelden van diagonale Hopperse lichtval, zoals Morning Sun (1952) en People in the Sun (1960): ‘Hier zie je aan de schaduwen dat de zon laag staat. Je vraagt je af waarom die mensen daar volledig gekleed zitten te zonnen. En opnieuw slechts één lichtbron.’

Pelle Herfst Beeld RV

Als je in het theater de suggestie van één lichtbron wilt wekken, dan moet je één lamp laten prevaleren, zegt Herft. ‘Dat is in mijn ontwerp voor de voorstelling het toplicht geworden, met zes zogenoemde moving heads in de kap van het theater. Wij noemen ze wapperlampen, omdat ze kunnen draaien, in verschillende hoeken en met diverse bundelbreedtes. Aan de zijkant staan twee torentjes met elk drie lampen, dat is vrij standaard voor dans. Daar pak je alle contouren van de lichamen goed mee. Onderin zitten zogeheten afsnijders, met klepjes kun je zo een vlak kaderen op een muur. Je moet ervoor zorgen dat je de vloer niet aanlicht, dan lijkt het of de dansers loskomen van de grond. De tweede lamp is een zogenoemd parretje met kleurfilters in dertig tinten, daarmee voeg ik een poefje zijlicht toe.’

Voor Hopper gebruikt Herfst veel groen en gelig licht. Vale kleuren, zoals ook in veel schilderijen van de Amerikaanse kunstschilder. ‘Er zitten wel kleuren in, maar die zijn bijvoorbeeld gemengd met daglicht. Je ziet in zijn werk ook vaak het groenzweem van foute tl-lampen. Ik heb veel van dat Hoppergroen gebruikt.’

Vanuit de zaalbruggen boven de eerste rijen in het publiek, komt tot slot nog invullicht. ‘Daardoor kun je als toeschouwer gezichten zien. Bij dans is dat minder nodig dan bij toneel. Bij een komedie moet je zeker de expressie tot in detail kunnen volgen. Met invullicht moet je terughoudend zijn, dat slaat het toneelbeeld vaak dood; licht van voren maakt iets plat.’

Net als bij het werk van Hopper wil het Internationaal Danstheater het publiek het gevoel geven een voyeur te zijn. Herfst heeft, met het beperkt budget, lang gepuzzeld hoe dat effect met het decor te bewerkstelligen. Hij bedacht elastische banden, een soort flexibele lamellen, van grond tot nok. De banden zijn verankerd in bakken die de dansers zelf kunnen verschuiven en uitrekken. Ze kunnen zich er achter verschuilen en zo, net zichtbaar, de andere personen bespieden. ‘Bovendien’, zegt Herfst’, kan ik zo met het toplicht precies die scherpe diagonale inval en lange schaduwen creëren die zo typerend zijn voor Hopper.’

Herfsts volgende project is het lichtontwerp voor de expositie Escher op reis, van eind april tot eind oktober in het Fries Museum in Leeuwarden. ‘Daar gebruik ik museale spotjes, die heel precies een vlak uitsnijden. Er mag natuurlijk geen spillicht op de wanden vallen net naast een werk van graficus Escher.’

Hopper door Internationaal Danstheater& het DoelenEnsemble. Tournee van 4/4 t/m 30/5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.