Van hee neemt de lezer mee met kalme observaties, maar trekt daarna de grond onder je voeten vandaan

Boek (poëzie) - Als werden wij ergens ontboden

Het idee van thuiskomen heb ik op zoveel plekken gehad dat ik het niet meer serieus zou moeten nemen. En toch: een raam, een schip, een glimp van de zee kan genoeg zijn om te weten: hier hoor ik thuis. Totdat het volgende raam zich voordoet.

Miriam Van hee (1952) beschrijft het schemergebied tussen zoeken naar een plek die geborgenheid geeft en weten dat deze plek niet bestaat - of altijd blijft verschuiven:

je hecht je vlug aan buitenlanden, een/ tafel is genoeg of een raam waardoor/ je naar de zee kunt kijken, er ligt iets/ in de verte, een eiland of een schip, je// doet je ogen dicht en het is al naar de/ raamlijst toegeschoven achter amberbier/ en kaarslicht, een stad die onverstoorbaar/ vordert in de list, je loopt het strand op// als heb je vleugels, maar de feiten passen/ zich niet aan, er liggen stroken schelpen/ die je stuk trapt en bevroren zeesterren,/ hele families die het niet hebben gehaald.

Als werden wij ergens ontboden

Poëzie

Miriam Van hee

De Bezige Bij; 72 pagina's; 18,99 euro.

De zeesterren hebben geen thuis maar de dood gevonden. Bovendien wordt de gedachte opgeroepen aan vluchtelingen die de oversteek naar Europa probeerden te maken, vergeefs.

Met kalme observaties neemt Van hee de lezer mee langs havens, stranden, een bergmeer, een vallei. Maar zodra je ergens meent te zijn aanbeland, weet ze met subtiele verschuivingen de grond onder je voeten vandaan te trekken.

In het schitterende openingsgedicht 'haven' komt een baai dichterbij. Op de steiger staat een kind/ aan de hand van een ouder/ het probeert zich los te trekken/ zoals vroeger jij. Terwijl een baggerschip zichtbaar wordt dat slib over de randen werkt en iemand de gordijnen sluit, dreigt degene die het woord voert samen te vallen met het kind op de steiger: ga nu, voor/ herinneringen zich als vingers/ sluiten om je pols, schud je hand/ los, stap aan land.

De ruimte die de gelaagdheid van dit gedicht veroorzaakt, is een plek om thuis te komen.